Geen kerstverhaal

‘Tien?!’ riep het meisje achter de kassa uit.

De man keek in zijn mandje en telde de halve liters opnieuw. Zijn hoofd wiebelde met kleine knikjes van blikje naar blikje.

‘Ja, tien,’ zei hij.

Kerstavond, kort voor sluitingstijd in de buitenwijkse Jumbo van een een provinciestad. Her en der pubers in zwart-gele poloshirts die onverstoord hun vakken vulden, en wij, de man met zijn bier voor mij en ik met wat boodschappen die ik op het einde van de lopende band zette. En het kassameisje dus, dat monter op haar iets te hoge kruk zat.

‘Die extra zijn zeker omdat het kerstmis is?’ vroeg ze. Opgewekt.

Hij snoof. ‘Echt niet. Ik zal blij zijn als het voorbij is.’

‘Ja, ik eigenlijk ook,’ gaf het meisje toe. Ondanks haar zilver gelakte nagels en de glinsterende sterretjes op haar wangen.

Daarna bleef het stil. Ik checkte nog eens of mijn mandje echt leeg was. De twee staarden me aan. Waren ze aan het wachten om te horen wat ik van de feestdagen vind?

Dat ging ze eigenlijk niks aan, vond ik, maar het leek me de sfeer geen goed doen om daar iets over te zeggen en bovendien hadden ze me al aan het denken gezet, dus ik moest er iets mee, met hun nieuwsgierige blikken.

Tja. Ik ben geen liefhebber van feesten. Zet me in een ruimte met een onoverzichtelijke groep vrolijke en gelijkgestemde mensen en ik sta al gauw met twee linkerhanden en ingekeerde blik na te denken over mijn houding en-schuine-streep-of gezichtsuitdrukking tot ik me uiteindelijk nauwelijks meer durf te bewegen en zo stiekem mogelijk, zelfs zonder dat ik zelf merk, naar de rand van het gedruis beweeg, waar ik vervolgens zo helemaal niets ga staan uitstralen dat geen enkel mens nog een gesprek met me durft aan te knopen. In de ideale situatie heb ik dat niet door. Dus oneindige rust. Als mijn hele toestand onverhoopt toch tot me doordringt, ben ik nog verder van huis dan in het begin van het feest, want dan heb ik tot overmaat van ramp ook niks meer aan mijn twee linkerhanden en is aandoenlijk stuntelen ook geen optie meer.

‘Wou je dat allemaal aan die twee gaan vertellen?’ vroeg Cavia. ‘Dat verhoogt de feeststemming ook niet bepaald…’

‘Nee, natuurlijk ga ik dat niet vertellen. Dit denk ik alleen maar,’ antwoordde ik.

‘Eh.. oké, maar intussen laat je dus een hele rare stilte vallen, heb je dat door?’

O shit, ja, ik sta bij de kassa van de Jumbo! Ik keek op. Inderdaad, rare stilte. Het meisje keek me aan alsof ik alles wat ik had gedacht wél had verteld. De man veegde zijn haar naar achteren.

‘Zijn jullie morgen eigenlijk open?’ vroeg hij. Het meisje schudde haar hoofd.

‘Sorry. Dinsdag pas. Maar dan wel meteen om acht uur!’

De man dacht na. Ik zag hem rekenen. Hij liep zonder iets te zeggen terug de winkel in. Het meisje sloeg haar ogen neer alsof hij haar vader was. We wachtten.

‘Vijftien,’ zei hij toen hij één van de blikjes voor mijn spullen op de band zette.

Het meisje hield de barcode voor de scanner. De man betaalde, vouwde zijn gele shopper open en boog voorover om de blikjes over te laden. Hij kwam hijgend weer overeind.

‘Tot dinsdag dan,’ zei hij.

‘Houdoe!’ groette het meisje. Toen de man uit het zicht was, zuchtte ze. ‘En wat vind ú van kerstmis?’ vroeg ze.

‘Ga nou niet dat hele verhaal alsnog vertellen,’ waarschuwde Cavia. Ik schudde mijn hoofd.

‘Dat dacht ik al,’ zei het meisje.

Een gedachte over “Geen kerstverhaal

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.