
Vorige week zat ik op een bankje met dit uitzicht. Zie hierboven. Het was ook nog eens mooi weer, zie ook hierboven, dus wat wil een mens nog meer?
Rust.
Die werd natuurlijk verstoord, en wel door een man en een vrouw en een hond. De twee mensen liepen naar hun mobieltjes te turen terwijl de hond ongeordend naar van alles en nog wat rende.
Dat baarde in mijn hoofd al meteen hele erge onrust. Dat heen en weer rennen zonder plan, bedoel ik. Oké, ik snap dat je van een hond geen gestructureerd geheel van activiteiten kunt verwachten, die doet maar wat, maar dat maakte zijn gedrag voor mij niet minder zorgelijk. Onheilspellend zelfs. Verdacht.
Maar dat is nu, hier in dit blog, allemaal hineininterpretierung. Had ik toen beter naar Cavia geluisterd, die me telkens als de hond iets onverwachts deed, wat eigenlijk om de haverklap gebeurde, stilletjes waarschuwde, dan had ik meteen begrepen dat het beest niet te vertrouwen was.
Hij heette Bello. Short for Beëlzebub, denk ik.
Niet dat hij naar die naam luisterde. De vrouw of de man riepen hem regelmatig om iets te ge- of verbieden, maar daarmee veranderden ze niets aan zijn doen en laten. Hij ging gewoon door met zijn onbegrijpelijke en langzamerhand irritante bezigheden.
Ik staarde in de verte, wat aan de rand van een hei erg goed lukt, at mijn boterham met pindakaas, en negeerde de hond, wat minder goed lukte, maar toch beter dan ik had verwacht, want na een paar tellen was ik even helemaal alleen op de wereld met slechts het panorama, de zon, en mijn brood.
De hélft van mijn brood, om precies te zijn, want de hond had van mijn meditatieve momentje gebruik gemaakt om mijn andere boterham te stelen. Hij rende de hei op waar hij die zonder te kauwen naar binnen schrokte.
Dat heb ik weer.
Het hele voorval drong maar langzaam tot de man en de vrouw door. Ze hadden de hond wel teruggeroepen toen hij wegrende, maar dat had natuurlijk geen enkel effect. En daarna hadden ze even staan kijken naar wat hij in zijn bek had om vervolgens alleen maar verbaasd te zijn.
‘Hij eet dat brood van die man op,’ zei de vrouw. Matter-of-factly.
‘Niet!’ riep de man.
‘Ja echt!‘
‘Tss! En hij heeft net gegeten!’
Dat laatste was half en half ook tegen mij. Alsof ze hoopten dat ik hun verbazing zou delen. Of hun heimelijke vertedering. Ja, het was vertedering! Gossie die eetlust van Bello is gewoon… nou ja, de oren van je hoofd… dat had-ie al toen hij nog maar een pup van een paar weken was…
Dat soort vertedering.
Andere communicatie met mij hadden ze zo één, twee, drie niet paraat. Ze vonden het eerder hinderlijk dat ik er was, want dat maakte het hele voorval maar ongemakkelijk. Uiteindelijk zei de vrouw: ‘nou, in ieder geval onze excuses’.
Alsof ze me nog meer gingen aanbieden. Schadevergoeding of zo. Dus niet. Ze verdwenen even rommelig als ze verschenen waren. De hond darde van hot naar her alsof er niks gebeurd was en het stel dook weer in hun mobieltjes.
Ik bleef achter met mijn uitgestelde woede. En dito wraakzucht. Daar besloot ik tijdens de rest van mijn wandeling dan maar eens fijn van genieten.
Eerst hoopte ik dat Bello een glutenallergie had en dat-ie het hele huis van zijn baasjes onder zou poepen. Maar dat idee verdrong ik. Per slot van rekening deed die hond gewoon wat honden zoal doen, wat ergerlijk is, maar hem niet te verwijten. Om dezelfde reden viel een paintballgeweer af.
Daarna richtte ik mijn wrok op de baasjes. Dat ze de hond slecht hadden afgericht en dat manco ook nog eens versterkten met weifelachtig optreden bij zijn wangedrag was hen wel degelijk aan te wrijven. Vond ik.
Maar bij alles wat ik voor hen verzon stonden wetten in de weg en praktische bezwaren, tot Cavia opeens iets bedacht wat juist wel volgens de wet was. Het houdverbod! Bedoeld voor dierenbeulen, weten wij heus wel, maar waarom niet óók voor sneue baasjes als die twee van Bello?
Wij zagen dat wel zitten. Dus we hebben meteen een brief aan de formateur geschreven, mede in de hoop dat we zo de partijen uit elkaar kunnen spelen. Ja, waarschijnlijk kansloos, maar we grijpen tegenwoordig echt alles aan om die bizarre onderhandelingen stuk te laten lopen.
(Ja, absurd slot, maar ik kon gisterenavond opeens geen ander, vrolijker, einde meer verzinnen. Er is een grens aan de hoeveelheid verbijstering die ik in één blog kan omdenken dus dit typte ik dan maar onversneden op.)
p.s. Toen ik voor het eerst van dat houdverbod hoorde, begreep ik het verkeerd, want dat is veel leuker. Ik dacht dus dat het om een houtverbod ging en dat het dus verboden werd om planken te hebben en dat de Gamma dicht moest.
p.p.s. Toch nog een vrolijker slot.
Een gedachte over “Houdverbod”