
De vrouw die mij op haar paard tegemoetkwam, vroeg zonder verdere inleiding of ik met twee honden aan het wandelen was. En ze vroeg het niet bepaald omdat het haar interesseerde, nee, ze riep me ter verantwoording. Hautain.
Vond ik. Maar laat ik bekennen dat ik die dag licht geraakt was bij van alles, want ik had weinig geslapen en was toch gaan wandelen, en ook nog eens een heel eind, omdat ik dat nu eenmaal de vorige dag had bedacht en ik heel zenuwachtig word van mezelf iets voornemen en dat dan niet doen.
‘Nee, ik heb geen hond‘, antwoordde ik, ‘laat staan twee.’ Kennelijk las ze mijn blogs nooit.
Ze bekeek me van boven naar beneden. Op twee manieren zelfs, want zij zat dus op een paard (boven) en ik stond op de grond (beneden) terwijl ze ook nog eens haar blik van mijn hoed naar mijn schoenen liet gaan en weer terug, alsof ze probeerde te ontdekken of ik de waarheid sprak.
Voor mij was met mijn antwoord de kous af, maar de vrouw zag dat anders (letterlijk en figuurlijk dus, wat mij aan het twijfelen bracht over mijn outfit en houding, story of my life, want kennelijk zag ik er als een hondenbezitter uit?)
‘Een Husky en een Australian Shepherd,’ voegde ze eraan toe. Om mijn geheugen op te frissen. De vraag was nu niet meer óf ik honden bij me had, maar wélke van mijn (vele) honden ik bij me had. Het paard van de vrouw stond intussen lijdzaam te wachten met haar op zijn rug en ik zag hem denken: Daar gaan we weer, eerste graads verhoor van een nietsvermoedende wandelaar.
Ik kreeg opeens zin om het absurde verhaal mee te spelen en mezelf op het voorhoofd te slaan als iemand die zich opeens weer herinnert dat hij twee honden, namelijk de Husky en de Australian Shepherd, bij zich had. En dan ongemakkelijk lachen. Haha! Door de mand gevallen!
Zoiets. Gewoon voor de lol. Maar dat soort pranks pakken bij mij altijd verkeerd uit, dus ik schudde gewoon bedaard mijn hoofd. Ik had ook geen Husky en/of Australian Shepherd bij me.
Ik had ze wel gezien, of nou ja, ik had twee honden gezien en voor de zekerheid die Husky op de foto gezet omdat ik dacht dat het een wolf was. Ja, echt sneu, maar ik heb nu eenmaal helemaal geen verstand van dieren. Het enige dier dat ik een beetje ken is Cavia, maar ‘kennen’ is dan een groot woord, want die blijft me iedere dag weer verbazen met iets wat ik nooit achter die gezocht had.
Achteraf beschouwd was het natuurlijk helemaal een belachelijke gedachte, omdat als de Husky inderdaad een wolf was geweest, dat beest natuurlijk nooit met een hond aan het dollen zou gaan, laat staan een Australian Shepherd! Vanuit de wolf gezien zijn honden natuurlijk dégénérés (ja, op iedere ‘e’ een streepje, ik heb het opgezocht), aan lager wal geraakte wolven die 14.000 jaar geleden hun ware aard hebben verpatst voor kost en inwoning bij de mensen.
De vrouw kuchte. Ze verlangde nog steeds een antwoord. Eerst nee zeggen en later nog eens met mijn hoofd schudden was blijkbaar niet genoeg.
‘Ze zijn verderop in een kuil aan het graven,’ zei ze. De honden, bedoelde ze.
Ik werd steeds verdachter. Had ik daar op een van mijn vorige wandelingen misschien iets begraven? Eek! Ik kijk echt veel te veel politieseries.
Hoewel…
Opeens zag ik het helemaal voor me, mijn pitch voor een nieuwe serie: een vrouwelijke speurneus te paard, in een gewaxte jas, versleten paardrijbroek en Dubarry laarzen, als een soort remake van de inmiddels veel te oubollige serie McCloud (uit de jaren 70! dus voor de jeugdige lezers onder u, zie hier) die in Lunteren en omstreken, want daar speelde dit zich allemaal af, de ene na de andere misdaad opheldert, doodgewoon door vasthoudend en hardnekkig vragen te blijven stellen tot een verdenking wel waar móét zijn. The vigilante on horseback!
Eh…
In de verte, achter de vrouw op haar paard, kwamen de honden weer tevoorschijn. Ze waren nog steeds met elkaar aan het dollen. De Shepherd had iets in zijn bek wat de Husky probeerde af te pakken.
Een been!
Oh, ik bedoel: een bot!
Minder gruwelijk, maar even zo goed eh… verontrustend. Vond ik opeens.
De vrouw zag mijn schrik en keek achterom. Ze grinnikte. Triomfantelijk. Daarna wendde ze zich weer tot mij. Met de indringende blik van een vrouwelijke speurneus te paard, in een gewaxte jas, versleten paardrijbroek en Dubarry laarzen. Dat ik dit niet eerder had gezien, allemaal tekenen dat zij niet pluis was! Alleen Queen Elizabeth kleedde zich zo en kwam er mee weg!
Haar paard brieste en deed een stap naar voren. En ik een stap achteruit.
Misschien was daar een kuil. Of hele drassige bosgrond. Of een diepe plas. En misschien duwde het paard mij. Of sprongen de honden tegen mij op, blij mij weer te zien.
(‘Kijk, daar is die meneer die dacht dat jij een wolf was weer!’ riep de Shepherd naar de Husky. Hij liet het bot vallen en keek niet meer naar om.)
En ik? Tja, ik viel. Roemloos.
De vrouw schaterlachte. Satanisch, zoals dat heet. Het paard brieste nog maar eens en steigerde met veel gevoel voor drama.
‘Meneer, meneer!’ De vrouw duwde tegen mijn schouder. Ik lag op een bankje! ‘Gaat het wel goed met u?’ Ik ging rechtzitten en knikte. Ze wees naar mijn boterhammen. Oh ja, ik zou gaan lunchen. ‘Daar zou ik maar goed op letten want mijn honden zijn er dol op!’
Waarna ze mij groette, de honden riep en haar paard de sporen gaf om in galop de zonsondergang tegemoet te rijden.