Probleemwolf

Ik ga dit verhaal niet beginnen met te zeggen dat de wolf en in het het bijzonder de ‘probleemwolf’ de gemoederen goed bezig houdt, omdat ieder krantenartikel daar al mee begint. Lekker origineel.

Hoewel dat woord ‘gemoederen’ mij wel intrigeert. Het is gewoon het meervoud van gemoed maar het lijkt ook een beetje op een werkwoord.

‘We moeten alle drachtige ooien volgende week gemoederen voordat ze straks weer alle jonge berkjes plattrappen,’ zei de voorzitter van de Veluwse heidefederatie tegen de regievoerder van het herderscomité.

Zoiets.

Of: ‘Verboden te gemoederen’, op de rand van de houten roeiboten die je kunt huren bij Rederij Visscher aan de Krogerplas bij Dunxterloo (G).

Wat me meteen weer terug bij de wolf brengt, want in alle berichten over het exemplaar dat kennelijk rond het Treekermeer doolt, dook opeens een werkwoord op dat ik niet kende: zenderen.

(Trouwens, haast niemand doolt meer, volgens mij alleen wolven nog, alleen daarom al moeten we zuinig op ze zijn, eh… o, nou heb ik de teneur van mijn vertoog min of meer verklapt, nou ja, ik ga zoals gewoonlijk allerlei omzwervingen maken – zoals de wolf – dus lees vooral door.)

Waar was ik? Oja, zenderen. Een meneer van de zoogdierenvereniging die ook wolvenkenner en adviseur van de provincie is, kwam ermee op de proppen. We moeten de wolf niet doodschieten, maar zenderen, zei hij. Dat is een soort electronic monitoring voor dieren. (Sorry, beroepsdeformatie.) Met dit verschil dat boswachters niet even op hun knieën kunnen om een enkelbandje om te doen. Dat vindt zo’n wolf niet goed. Die blijft dus niet stilstaan. Sterker nog, de meeste wolven willen ook helemaal niet verdoofd worden. Dus stiekem een apparaatje ‘inbrengen’ (eek!) lukt ook niet. Ze lopen telkens heel treiterig verder weg dan 30 meter, zodat niemand ze kan raken met een verdovingsgeweer. Zeggen de wolvendeskundigen.

Geef ze eens ongelijk. De wolven bedoel ik.

En die wolf dreigen met het openbaar ministerie of de rechter heeft natuurlijk ook geen zin. Die willen daar hun vingers niet aan branden.

Funfact, er zijn tijden geweest dat dieren wel voor het gerecht werden gesleept. Lees dit maar eens. En doe het niet af als een bizarre gewoonte van achterlijke middeleeuwers. Het zijn mijn favoriete voorbeelden van serieus respect voor dieren.

Goed.

Geen wolven voor de rechter dus, maar ze hebben wel rechten. Min of meer, want ze weten zelf natuurlijk van niks. Hoe dan ook, er zijn ‘internationale afspraken voor soortenbescherming’.

Ja, echt!

Daarin staan regels voor zenderen.

Ja, echt!

Maar laat ik niet flauw doen, ik snap dat wel. Als iedereen maar een beetje naar eigen believen wolven gaat zenderen, raken we het overzicht kwijt. Want die wolven lopen de hele tijd kriskras door de natuur en door elkaar, waardoor de mensen op het coördinatiecentrum waarschijnlijk zelf helemaal de weg kwijtraken. En dan hebben die wolven vrij spel.

Net als vroeger. En da’s nou ook weer de bedoeling niet. Denk ik.

Bij al die wolvenverhalen heb ik trouwens vaker last van beroepsdeformatie, want toen ik ze las, kreeg ik stukje bij beetje het vermoeden dat een ‘probleemwolf’ niet zomaar een wolf was die voor gedoe zorgt. Nee, het zou me niet verbazen als er ergens een officiële definitie van ‘de probleemwolf’ was. Dacht ik.

En ja hoor, die is er. Het is nog mooier, op de website van de zoogdierenvereniging, staat een complete tabel om te bepalen of er bij een interactie sprake is van een probleemwolf of een probleemsituatie. (Subtiel gekozen eufemisme trouwens, interactie, dat van alles kan zijn, van een beetje nieuwsgierig naar elkaar staren tot een wolf die aan je zij hangt met je bovenarm tussen zijn kaken).

Wat het verschil tussen ‘probleemwolf’ en ‘probleemsituatie’ is, ga ik hier niet uitleggen. Maar laat ik zeggen dat die tabel een hartverwarmende poging is om het vraagstuk te ontrafelen, maar dat het me wel tegenviel dat de zoogdierenvereniging vooral het perspectief van de mens kiest. Ja, mensen zijn ook zoogdieren, weet ik, maar dat voelt toch een beetje als valsspelen als ze zichzelf voortrekken.

Zo is een wolf die ‘herhaaldelijk goed beschermd vee doodt en steeds manieren vindt om preventieve maatregelen te overwinnen’ een ‘probleemwolf’. Ik zou zeggen dat zo’n wolf een vindingrijke wolf is. En herhaaldelijk vee doden, dat doen mensen ook. Veel vaker zelfs. Om over de manieren die we hebben gevonden om dat te doen maar niet te spreken. Het is dat ik niet aanmatigend wil doen door over probleemmensen te spreken, maar het lijkt me toch zeker een probleemsituatie. Gezien de toestand van de planeet.

Goed, over dit soort dingen liep ik afgelopen zaterdag te mijmeren aan de rand van de Leersumsche plassen toen een jongen van een jaar of veertien me inhaalde op zijn fatbike.

Probleemfiets.

Hij hobbelde zonder op of om te kijken gemoedelijk verder, langs een meneer op een bankje en daarna langs een verboden toegang-bord waaronder op een ander bord stond uitgelegd dat er een kwetsbaar natuurgebied lag waar vogels aan het broeden waren en andere dieren lagen te rusten.

De jongen reed te hard om dat allemaal te lezen.

Probleemjongere.

De meneer riep hem nog na, maar dat hoorde hij niet.

Want koptelefoon.

‘Ik hoop dat hij zo in de armen van een BOA rijdt’, zei de man tegen mij, ‘of dat-ie tot zijn stuur in de modder zakt, of…’

Hm… ze zeggen van mij weleens dat ik veel fantasie heb, maar die meneer wist qua verbeeldingskracht ook van wanten. En van geen ophouden. Hij was ook iets wraakzuchtiger dan ik. Want het liep in alle verhalen die hij voor de jongen bedacht slecht met hem af. Met de jongen bedoel ik.

Op een gegeven moment wilde ik maar weer eens verder lopen, omdat ik eerlijk gezegd een beetje zenuwachtig van de meneer werd. Hij was heel erg boos en ik had daar niet zo heel veel aan toe te voegen. Hij had alles al gezegd. Meer dan me lief was.

‘Een wolf !’ riep de man toen ik hem gedag zei. Nóg een doemscenario voor de jongen. ‘En dan een echte probléémwolf. Dat beest mag hem best een beetje bijten ofzo.’ Hij keek me aan. ‘Oké, omverduwen mag ook. Doen ze ook wel eens. En dat die jongen dan een rotsmak tegen de grond maakt…’ ik keek weer niet enthousiast genoeg. ‘Of misschien dat die wolf gewoon achter de fatbike aanrent om te spelen? Krijgt die jongen vast en zeker ook de zenuwen van. Dat is ook een mooie revanche voor de natuur toch…?’ ik knikte en draaide me om want ik wilde nu toch echt doorlopen.

‘Meneer? Meneer?’ De man gaf me een paar zachte klapjes tegen mijn wangen. ‘Zag u ze niet, die andere fatbikes? U had opeens ook zo’n haast! Kom dan help ik u overeind.’

Even later zat ik naast hem op het bankje bij te komen. We raakten aan de praat en al snel bleek dat hij ook van beleid was. Andere organisatie, maar dat maakte niet uit, want binnen de kortst keren hadden we elkaar gevonden in een plan om ook een tabel te maken waarmee een inter-provinciale fatbikecommissie dan probleemjongeren, -fietsen en -situaties van elkaar kon onderscheiden om de juiste interventies te plegen.

In het addendum bij de tabel hebben we ook aanwijzingen opgenomen voor zenderen van de fatbikes (en/of de berijders) en, als ultimum remedium, regels voor gemoederen.

Voor je weet nooit.

p.s. De foto is van Wikimedia Commons. Zie hier.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.