Categorie archief: BdU-zinnen

Six word story

hemingway

Op marktplaats kwam ik deze advertentie tegen: ‘Vulpen, één keer gebruikt. Voor een brief.’
Ik moest aan Ernest Hemingway denken, die de uitvinder of de ontdekker van het ‘zes woorden verhaal’ zou zijn. Deskundigen zeggen van niet, maar ik vertel het er toch bij om deze blog een beetje sjiek te maken.
Hoe dan ook, ‘six word stories’ bestaan. Het voorbeeld dat Hemingway zou hebben gevonden, ging zo: ‘For sale. Baby shoes. Not worn.’
Het was een advertentie een krant.
Snijdt regelrecht door je ziel.
Ja, ik kan tellen en weet dat het verhaal van marktplaats zeven woorden is. Nog altijd helemaal in de geest van het zes woorden verhaal, want in die paar woorden zit alles wat je van een verhaal verlangt.
Vind ik.
Romantisch als ik ben, zie ik meteen een liefdesbrief. Wat moet je anders met een vulpen schrijven? Ja, ik schrijf alles met een vulpen, maar dat telt niet, want als het schrijven aangaat ben erg ouderwets. Ik begin bijvoorbeeld iedere zin met een hoofdletter en eindig met een punt. Ook als ik sms en/of app, ondanks dat je dan onbetrouwbaar overkomt.
Ja, dat hebben ze onderzocht.
Hoe bizar is dat? Een open einde is geloofwaardiger dan ergens een punt achter zetten. Een uitroepteken is dan weer wel kosjer. Sterker nog, da’s beter dan helemaal niks. Een emoji is ook goed. Als je ergens geen woorden voor hebt, wek je dus meer vertrouwen.Dat is niet bizar, dat is zielig.
Vind ik.
Terug naar de vulpen.
En de brief.
Oh, alsjeblieft!
Eh… ik laat me gaan. Een andere keer misschien een blog over echte brieven, maar deze gaat over de brief uit het zeven-woorden-verhaal. Dat was natuurlijk geen liefdesbrief. Want wie schrijft er nou één liefdesbrief? Om daarna de pen te verkopen?
1!
Da’s niks. Wie alles in één brief kan zeggen, is niet verliefd. Ik bedoel, zou u vallen voor iemand die zijn/haar liefde voor u in één brief kon opschrijven? Ik niet. Liefde is een veelkoppig monster, dus tenminste voor iedere kop één brief. En met je liefde moet je in ieder geval een poging voor de eeuwigheid doen, dus je blijft schrijven, brief na brief.
Vind ik.
Maar goed, ik ben een romanticus.
Misschien was het een liefdesbrief om het uit te maken. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Hoewel het chiquer is om iemand recht in de ogen te kijken en dan de bons te geven, kan een brief ook wel. Maar dan dus wel een echte. Een papieren brief, om met Gerard Reve te spreken, die trouwens met een kroontjespen en een potje inkt schreef. Da’s nog romantischer, natuurlijk. Ik leg niet uit wie hij is. Lees gewoon al zijn brieven (deze aan een minister, bijvoorbeeld, mooie foto’s: let op de stempels).
eh… Is een brief waarin je de liefde opzegt eigenlijk wel een liefdesbrief? Hm, goede vraag. Ik zou zeggen van wel.
Formeel dan.
Een liefdesbrief is een brief over de liefde en liefde kan alle kanten op. Ook naar een einde. Ik heb er veel geschreven om mijn liefde te betuigen, maar ook een paar om te constateren dat het jammer genoeg niks zou worden en te zeggen dat het me speet dat ik anders had gedacht.
Wel mooie brieven, al zeg ik het zelf. Maar dat hielp allemaal niet. Een vaardige pen is handig, maar uiteindelijk gaat het om meer dan woorden alleen.
Alhoewel, Cyrano de Bergerac bewijst misschien wel het tegendeel met zijn brieven aan Roxane. Wel jammer dat hij stierf voordat de liefde overwon.
Terug naar de advertentie op Marktplaats.
Wat mij blijft intrigeren is de tweede zin in het verhaal: “Voor een brief.” Waar zou je een vulpen anders voor gebruiken? Het zal mijn morbide geest wel zijn, dat ik dan meteen aan dood en verderf denk. Misschien had hij er diep in zijn hart liever een echt einde aan gemaakt? Met dat ding? Er zijn vast geheimagenten of huurmoordenaars die weten hoe dat moet. Ik ga daar hier niet over fantaseren. Het is allemaal al droevig genoeg.
Maar goed, het werd dus toch een brief.
Beter.
De oplettende lezer heeft inmiddels door dat ik telkens over ‘hem’ en ‘hij’ spreek. Ja, om een of andere reden denk ik dat de verkoper (m/v) een man is. Ik zie hem ook voor me. Hij is groot en heeft handen als kolenschoppen waarmee hij onhandig de vulpen gereed heeft gemaakt. Gepiel met vullingen die hij steeds laat vallen en een paar keer verkeerd-om in de pen duwt. Uit het niets helder blauwe vlekken op de keukentafel, die hij met een handdoek van het formica blad veegt. De handdoek gooit hij weg.
Dit gebeurt allemaal omdat hij zenuwachtig is. Niet alleen de pen, maar ook de liefde is nieuw voor hem. En dan gaat hij die nog afwijzen ook.
Toen hij de pen kocht, had hij de brief al zo’n beetje in zijn hoofd, maar eenmaal achter het papier is hij alles kwijt.
Writers block.
Twijfel.
‘Lieve’ of ‘beste’.
‘Lieve.’
Dan haar naam.
Komma.
‘Ik niet van jou.’
Geen groeten of ander woord van afscheid. Gewoon zijn voornaam eronder.
Totaal: zeven woorden.
Meer is niet nodig.
Vindt hij.
Ik eigenlijk ook.
Te laat.
Zit nu al op 868.

Een zin

Touw1
De vrouw die afgelopen vrijdagmiddag op de hoek van de Kanaal- en de Riouwstraat achtendertig keer de revers van haar jas verschoof, dan weer open, dan weer dicht, god mag weten waarom, het was niet koud, het waaide niet, ze had net zo makkelijk zonder jas de deur uit kunnen gaan, maar goed, ik ga daar niet over, gelukkig maar, want ik ben ’s morgens al zo blij als een kind als ik volgens al mijn eigen neurotische kledingvoorschriften ordentelijk buiten sta, color co-ordinated, niet te deftig of te gewoon, precies goed bestand tegen elke te verwachten weersomstandigheid, et cetera et cetera, eh… ik zou jaloers op dat mens moeten zijn, eigenlijk, haar enige zenuwentic is dat ze aan d’r jas frutselt, could I be so lucky, goed, die vrouw dus, die zei tegen de vrouw waar ze mee stond te praten opeens volslagen verstaanbaar:
‘Nou ja, toen hebben we hem maar vastgebonden.’
Bob den Uyl (ik leg niet uit wie dat is, maar geef de urgente raad om alles van hem te lezen, of toch in ieder geval ‘Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam’; ik ben eens haast gestikt van het lachen, echt waar) heeft daar eens een verhandeling over geschreven, over zo’n zin die je ergens op straat of in een café hoort en waar je dan de hele godvergeten dag over blijft peinzen. Een hele zin dus; geen los woord of een flard, en ook niet een paar zinnen achter elkaar, nee, een hele alleenstaande zin, want die bevat net te weinig informatie om meteen te begrijpen waar het over gaat, maar ook weer net teveel om hem meteen te vergeten.
Krankzinnige nieuwsgierigheid.
Het zal wel beroepsdeformatie zijn (je werkt bij de reclassering of niet), of door mijn zieke geest komen, maar toen ik de zin van die vrouw hoorde, zag ik geen onschuldig tafereel voor me, zoals bijvoorbeeld een hond die het bankstel had aangevreten en die ze dan maar in de tuin aan een ketting hadden gelegd om af te koelen, of een klapperend keukenraam dat ze met vliegertouw aan het handdoekenhaakje hadden vastgemaakt.
Nee, ik zag natuurlijk iets strafbaars voor me.
Een hulpbehoevende oude man in een vochtige en donkere kelder. En ik zag zijn gemene neef met diens even gemene vrouw (het mens dat ik op straat passeerde) die ooms persoonsgebonden budget hadden verbrast en hem nu met zelfgestookte jenever en hondenvoer in leven hielden, tot er dus geen land meer met hem te bezeilen was en ze hem met touwen aan de verwarmingsbuizen hadden geknoopt.
Ja, leer mij de mensen kennen. De wereld zit vol slechtheid.
Goed, wat wel verwarrend bleef en wat ik dus in gedachten overhield, was de begripvolle blik van die andere vrouw op straat, aan wie die eerste vrouw over dat vastbinden vertelde. Daar ving ik een glimp van op terwijl zij het verhaal van die heks aanhoorde. Die blik bracht me bij nader inzien nogal in verwarring. Want laten we wel wezen, dat een of ander koppel in een verdorven liefde elkaar vindt en vervolgens van geilheid of zoiets in de criminaliteit belandt, daar zijn gevallen van bekend (ik noem een Bonnie & Clyde, of een Robin Hood en Marian), maar dat zij op de openbare weg hun verhalen daarover aan kennissen vertellen en dat die kennissen dan alles medelevend aanhoren, dat vond (en vind) ik wat lastiger om te begrijpen.
Jammer, want ik was nou net zo fijn op dreef. Ik was al aan het bedenken hoe de neef en zijn vrouw akelig door de mand zouden vallen. Want die oom zou op den duur met dat touw natuurlijk een radiator van de wand trekken, waardoor de verwarming ermee op zou houden, met als gevolg dat het duivelse liefdesstel kou vatte, longontstekingen kreeg die naar binnen sloegen (ja, dat is een complicatie waar mijn achterneef Henk zeven weken voor in het ziekenhuis heeft gelegen, sowieso een neveneffect waar hij altijd last van had, de meest onschuldige kwalen liepen bij hem op levensgevaarlijke ziektes uit omdat ze naar binnensloegen), en hun hele gestel intern wegvraten, zodat ze naar de dokter moesten, die heel toevallig een fan was van Elementary, ja eigenlijk omdat hij Lucy Liu zo mooi vond, maar hij had toch altijd goed opgelet, zodat hij meteen aan zijn water voelde dat er iets niet pluis was met die twee en de wijkagent tipte, waarna het niet lang duurde voordat de politie binnenviel, begeleid door nijdig boven het bouwvallige huis cirkelende helikopters…
Nu ja, zoiets dus…
Of dus niet. Want die begripvolle blik van die vriendin zat in de weg.
Kon ik niet plaatsen.
Irritant, want die zin waar alles mee begonnen was, raakte ik niet kwijt natuurlijk.
Dwaalt nu nog steeds rond in mijn hoofd.
Zondagmiddag!
Had ik nu maar beter opgelet, of even stil gehouden om de rest van het verhaal te horen. Daar heb ik per slot van rekening een cursus voor gevolgd.
Luisteren, samenvatten, doorvragen…
Alhoewel. Nuttig hoor, maar die methode levert niet half zo leuke verhalen op. Meestal alleen de waarheid.
Saai.
Hoe dan ook, nou lig ik vannacht natuurlijk weer de hele tijd wakker om een beetje logisch einde aan het verhaal te breien.
Misschien moet ik die vrouw komende week proberen terug te vinden. Het zou me niks verbazen als ze dagelijks op die hoek staat te beppen. Ze leek me wel iemand die het hart op de tong heeft.
Ach nee, dat gaat niet lukken. Ik moet werken natuurlijk.
Zul je altijd zien.
Eh… misschien een rare vraag… maar als u nou eens rondkijkt? Dat zou ik wel op prijs stellen.
Fijn.
Het is een mevrouw met een groene regenjas van de H&M, en een dito muts-schuine-streep-hoedje. Ze frunnikt dus de hele tijd aan haar kraag.
Als u haar ziet, zou u dan even kunnen vragen wat ze bedoelde? En kunt u mij dan laten weten hoe het zit? Dit alles in vertrouwen natuurlijk.
Alvast bedankt.