
‘Ja, we geven elkaar dus al jaren een hypothetisch cadeau, maar dit jaar kan ik echt niks verzinnen,’ zei de vrouw op het ene paard tegen een andere vrouw op een ander paard.
‘Oh, waarom geef je niet gewoon…’ begon die andere vrouw, maar haar suggestie ging verloren in de wind. Waardoor ik zonder dat ik er erg in had en met behoorlijke tegenzin terugdacht aan de allereerste beatmis die ik meemaakte, ik weet niet meer waar en wanneer dat was, alleen dat ik het gênant vond, vanwege de rare would be hippies die met hun elektrische apparaten en instrumenten en veel te luide drumstel voor het altaar stonden en bij het minste of geringste in een lied uitbarstten, in alle gevallen een bloedeloze vertaling van echte jaren 60-klassiekers, die in het Nederlands opeens veel religieuzer betekenissen bleken te hebben dan ik er op mijn paars met oranje tienerkamer ooit achter had gezocht.
‘Het antwoord, mijn vriend, verwaait in de wind…’ zongen ze bijvoorbeeld. Zoetgevooisd. Wat het er niet beter op maakte, want daar is geen enkele tekst van Dylan uit die tijd tegen bestand.
Eh…
Waar was ik?
Oja, de suggestie van die mevrouw op dat paard. Ook mee met de wind.
Gelukkig. Want nou kon ik tenminste zelf iets bedenken. Dat wil zeggen… eerst moest ik weten wat een hypothetisch cadeau precies was. Niet iets wat ik zou willen hebben, dacht ik. Een cadeau dat op een veronderstelling berust, wat heb je daaraan?
Krijg je dat eigenlijk wel?
Is een hypothetisch cadeau ook voor een hypothetische verjaardag?
Hm…
Eigenlijk is iedere verjaardag natuurlijk hypothetisch. Je moet elk jaar maar weer afwachten of je het tot de volgende redt. Sorry, niet zo’n vrolijke gedachte, maar meer kan ik er niet van maken. Lees vooral door.
Nee, schrijf vooral door!
Dat laatste roep ik mijn hoofd tegen mijzelf (bij gebrek aan Cavia) want ik heb geen flauw idee van waar dit verhaal heengaat en tuur al een onrustbarend poosje naar mijn laptop, terwijl er ook nog eens twee intrigerende vrouwen aan het tafeltje naast mij zijn gaan zitten, intrigerend omdat ze misschien een tweeling zijn, maar dan op zo’n manier dat het telkens net is of ze geen echte tweeling zijn.
Ze lijken op elkaar maar niet als twee druppels water en ze zijn hetzelfde gekleed en toch ook weer niet. Ze dragen bijvoorbeeld wel allebei een crème kleurig jasje van een soort nepbont, maar het bont van de ene is min of meer langharig en dat van de andere heeft krullen. En beiden hebben een oud roze flare broek aan, maar de ene broek is van ribfluweel en de andere van gewoon fluweel. Tot slot: precies dezelfde kleur Nikes, maar de een air max classics en de andere air max 90’s.
Om gek van te worden!
Zoiets houdt me dan meer bezig dan dit verhaal, want ik wil natuurlijk weten hoe het zit, maar durf het niet gewoon te vragen aan die twee, want ze zijn zo in zichzelf gekeerd met elkaar bezig dat het erop lijkt dat de rest van de wereld voor hen niet bestaat en ik wil hen natuurlijk niet aan het schrikken maken door opeens wel te bestaan.
Als het ware.
En dan bedenk ik dat dit alles waarschijnlijk al meer dan genoeg bewijs is, dat ze als een soort twee-eenheid handelen, bedoel ik, alsof ze samen precies dezelfde dingen denken en samen één lichaam hebben, het is gewoon griezelig! Als die samen geen tweeling zijn, wat dan? Een folie a deux, maar dan op een goede manier? Kan dat?
Eh…
Als Cavia nog bij me was zou die me nu tot de orde roepen, zodat ik niet nog verder afdwaalde.
Dus dat doe ik zelf maar… terug naar dat hypothetische cadeau. Dat wil zeggen… ik heb best wel een levendige fantasie, al zeg ik het zelf, en dus leek het me een fluitje van een cent om even te verzinnen wat een hypothetisch cadeau is, inclusief een paar voorbeelden. Maar de makke met hypothetische dingen is dat je ze zo gek niet kan bedenken of ze kunnen bestaan. Dat is eigenlijk zo’n beetje wat ze zijn; dingen die kunnen bestaan. Dus een hypothetisch cadeau verzinnen, dat bleek moeilijker dan ik dacht, doodgewoon omdat ik uit de hele verzameling die spontaan in me opkwam er geen kon kiezen die het leukste was. Precies het probleem van die vrouw gokte ik.
Oh, hm… die mededeling over Cavia was te terloops… Ja, Cavia heeft me verlaten. Voor een andere schrijver nota bene. Een vrouw. Mensen hadden me er al voorzichtig op gewezen dat er een Cavia in haar verhalen figureerde, maar u weet hoe dat gaat, ik verdrong het. Tot ik haar opeens in een televisieshow in geuren en kleuren over haar nieuwe boek zag opscheppen en over Cavia hoorde praten alsof ze die al jaren kende!
Toen moest ik het wel geloven.
Dat heb ik weer, een alter ego dat me voor een ander verlaat… hoe sneu is dat?
Opeens stonden de twee vrouwen naast mijn tafeltje. ‘Hallo, wij zijn misschien een tweeling en wij houden ook helemaal niet van beatmissen!’ zeiden ze vrolijk. Unisono natuurlijk ‘En we houden al helemaal niet van antwoorden die wegwaaien! Vage shit!’
Ik knikte. Vond ik eigelijk ook. Ze glimlachten.
‘We hebben een hypothetisch cadeau voor u. Het zou kunnen bestaan, of niet. Wilt u het hebben?’
Ik wilde vragen wat het was, maar ik was bang dat ze me dan zouden uitlachen, dus ik knikte nog eens. Dat cadeau wilde ik wel.
‘Hoera!’ riepen ze. ‘Het is een nieuw alter ego! Een alter alter ego!’ Ze bliezen het in mijn ziel, stapten op hun paarden en galoppeerden naar de horizon.
En toen werd ik wakker.
(Wordt vervolgd.)








