
Gisteren was ik op mijn racefiets nog niet de stad uit of ik begon een lied te zingen.
In mijn hoofd.
Tonight, uit West Side Story.
Ik leg niet uit wat West Side Story is.
Erg mooi, dat wil ik wel zeggen. Dat lied, maar de rest van de musical ook. Ik hou het nooit droog als ik er naar kijk en/of luister, en dat terwijl ik helemaal niet van musicals houd.
Maar daar gaat het nu niet om.
Dat lied, wat moest ik daarmee?
Ik ben doorgaans een fervent aanhanger van logische verklaringen, maar als er opeens uit het niets een lied in mijn hersens opdoemt, ga ik twijfelen. Dat heb ik mijn hele leven al. Altijd zo rationeel geweest als de ziekte, maar bij zoiets absurds val ik van m’n geloof.
Ik zoek daar dan iets achter, achter zo’n liedje. Een boodschap, van iets of iemand. In mijn tienerjaren haalde ik er altijd informatie over verliefdheden uit. Als ik óp iemand was en er kwam muziek te voorschijn in mijn puberbrein, dan las ik daar aanwijzingen voor verdere stappen in. Ik kan me niet herinneren dat het me ooit verkering heeft opgeleverd, maar ik bleef het doen. Het was toch wel handig, vond ik. Het proberen waard, of zoiets.
(Ik was vaak wanhopig.)
De een kijkt naar de sterren en ik luister naar de muziek in mijn hoofd.
Eh… dat klinkt griezeliger dan het is. Vergeet dat.
Terug naar ‘Tonight.’
Vanavond.
Hm…
Wat zou er vanavond zijn?
Vroeg ik mijzelf.
Op de racefiets, in de polder, met wind tegen.
Ik had niks, die avond. Geen dingen te doen, geen afspraak. Ik wil het allemaal niet sneuer maken dan het misschien al lijkt, maar ik heb sowieso weinig afspraken, en ’s avonds al helemaal nooit.
Ik ben graag alleen.
Vandaar ook die fiets (en de polder).
Enfin, dat lied bleef en toen ik ergens op een bankje ging zitten om mijn boterhammen op te eten, zocht ik het op in iTunes.
Een duet! Tony en Maria in de van Shakespeare afgekeken balkonscène!
Was ik helemaal vergeten.
Dat had ik weer. Een verliefd stel in mijn kop.
Nou wist ik het helemaal niet meer. Wat was dat voor een teken?
Tijd om verder te fietsen.
Ware het niet voor een lekke band.
Nieuw binnenbandje erop, en snel verder.
Tien kilometer verder weer een. Vergeten om de buitenband te checken. Daar zat dus een glassplinter in. Waar ik mijn vinger aan openhaalde. Wat ik manhaftig zonder pleister of jodium liet voor wat het was om mezelf te straffen voor mijn lakse bandenwissel. Want nu werd het ook nog eens spannend. Mijn binnenbandjes voor onderweg waren op.
De wind floot langs de spaken.
West Side story! (Luister maar eens naar het begin.)
Dat lied begon me steeds meer dwars te zitten. Nogal irritant, want ik fiets nou juist om nergens aan te denken. Ik denk al genoeg. Te veel eigenlijk. En nu zag ik ook nog eens telkens Natalie Wood voor me om mij af te vragen wat ze me zeggen wou. Ja, er zijn ergere dingen, zult u zeggen, maar hoe mooi zij ook was, mij ging het om de einder. Daar wilde ik naar turen, maar door haar zag ik die dus niet. En trouwens, los van dat zij overleden is, ziet zij mij natuurlijk niet staan, zulke schoonheid is far out of my league. Zo rationeel ben ik nog wel.
Hoe dan ook, het kwam niet meer goed. Ik besloot om zonder op of om te zien als een razende naar huis te fietsen (alsof ik zodoende de tijd kon verkorten om de avond sneller te laten vallen, dus niet, maar ik moest wat). Als er niets gebeurde, was ik er vanaf, en als er wel iets gebeurde dan, eh…
Ik wil best toegeven dat ik een beetje zenuwachtig werd.
Op de bank, thuis, met spierpijn.
Om half tien belde er iemand aan.
Eek!
De fietskoerier van mijn favoriete webshop, met een pakket. Was ik helemaal vergeten, dat die zou komen. Om een nieuwe voorraad binnenbandjes te brengen.








