Categorie archief: Taal

Omarmen

Hugme

Laatst omarmde iemand me bij het afscheid. Ongemakkelijk gedoe als je klein bent zoals ik en de ander groot. Ik moest een beetje op mijn tenen staan.
Geen houding voor een volwassen man, vind ik.
Maar goed, toen herinnerde ik wat iemand laatst in een vergadering had medegedeeld: ‘de besteding van het Kollema-budget is door het hoofdbestuur omarmd.’
Hoe bizar klinkt dat? Het is trouwens nog bizarder om het dan later in de notulen te lezen. Vooral omdat ik dat hoofdbestuur daar dan mee bezig zie. Ja, kinderachtig, maar ik kan dat niet voorkomen. Vraag me niet wat ik dan zie. Dat is vaag. Hoge dames en heren op een soort staande receptie. Uitbundig.
Omarmen dus. Iedereen doet het. En echt van alles. In mijn wereld omarmen mensen vooral beleid of besluiten over beleid.
Ja, ik weet ook wel dat omarmen een ander woord voor aanvaarden is. Maar waarom dan niet gewoon aanvaarden?
Omdat omarmen vager is. Dat is heel handig als het over besluiten gaat. Want besluiten, nou ja, dat zijn best wel een soort van confronterende dingen. Of zo. Voor je het weet, kun je geen kant meer op en moet je doen wat je gezegd hebt.
Als je een knoop doorhakt, gaat het touw kapot. Dat is definitief. In de wereld van beleid doen mensen dat niet. Nee, die ‘werken naar besluitvorming toe’. Dat is om in de metafoor te blijven: aan het touw peuteren.
Terwijl je dat doet, schep je dan weer wel ‘ruimte voor voortschrijdend inzicht’.
Kent u dat? Dat is echt helemaal handig!
Bijvoorbeeld als je een dan eindelijk toch een besluit genomen hebt en het toch niet zo’n fijn besluit vindt, omdat je je vergist hebt. Maar vergissen, dat is niet zo stoer, dus dat zeg je dan natuurlijk niet. Nee, dan beroep je je op voortschrijdend inzicht. Het mooie daarvan is dat het je overkomt. Het is het ínzicht zélf dat voortschrijdt.
Stout inzicht! Foei!
Bij je therapeut heet dat externe attributie en in het gewone leven een smoesje.
Inzichten kun je overigens ook omarmen. Vraag me niet wat er gebeurt als ze tijdens de omarming voortschrijden. Ik denk dat het dan beter is om even niets te doen en te wachten tot het over gaat.
Dat is met veel dingen vaak het beste trouwens. Niets doen wordt zo onderschat tegenwoordig.
Níét omarmen, dat is je ware.
Alhoewel. Toen ik laatst uitgleed met mijn racefiets, over de weg schoof en de bestelbus achter mij met zijn bumper tegen mijn schouder tot stilstand kwam, en de bestuurder en ik na een poosje hijgend van de ongeconsummeerde doodsangst midden op de polderweg tussen de weilanden onder jachtige wolken tegenover elkaar stonden tot we stukje bij beetje op adem kwamen en beseften dat het allemaal goed was afgelopen, stapte hij op me af om me te omarmen.
Een enorme gozer van een jaar of twintig, twee koppen groter dan ik.
‘O man, ik ben zo blij dat je nog leeft,’ fluisterde hij.
Daar denk ik nog vaak met weemoed aan terug.

Genieten

Genietmomentje

Ik kreeg een e-mail van iemand van vroeger. Ze dacht mijn geheugen op te frissen door mij in de eerste zin eraan te herinneren dat we elkaar dus al lange tijd niet meer hadden gezien. Nu heb ik in mijn hoofd een hele afdeling van personen die ik al een lange tijd niet heb gezien, dus die mededeling hielp niet. In de tweede zin vroeg zij hoe het met mij ging en vertelde zij dat ze het natuurlijk druk had, maar erg van haar twee kindjes genoot. Ze noemde hun leeftijd en namen.
Nu wist ik weer waar ik haar voor het laatst had gezien. Bij de supermarkt van Albert H. Ik had me achter een rek met aanbiedingen verscholen om te wachten tot zij de winkel verlaten had (geen wonder dat ik driekwart van mijn kennissen lange tijd niet gezien heb, ja). Intussen had ik haar gadegeslagen. Ze had een kinderwagen voortgeduwd waar twee kinderen in vastgesnoerd zaten.
Nee, kindjes.
Dat woord ergerde mij opeens. Ik heb sowieso al een hekel aan verkleinwoorden (in kookprogramma’s zijn ze er dol op: ‘er zit ook een bittertje in’), maar ‘kindjes’, dat vind ik helemaal niets.
Waarom moet een klein mens nog verder verkleind worden?
En daar dan van genieten. Van die kindjes.
O ja, dat woord gebruikt iedereen ook te pas en te onpas. Genieten.
Of erger: genietmomentje. Of als wens: geniet!
Wat is dat? Ik weet nooit wat ik dan moet doen.
En wat is van je kindjes genieten, of in het algemeen, dat je van iemand geniet? Ja noem me een oude chagrijn, maar toen ik laatst iemand in de bus schaamteloos tegen haar medereiziger hoorde zeggen: ‘Ja, wij genieten enorm van elkaar’, werd ik op slag heel erg hatelijk.
Mensen zeggen maar wat.
Ze bedoelde echt niet dat zij en haar man elkaar naar de toppen van het geluk gedingest hadden (zou een nogal vrijmoedige mededeling in de bus zijn, maar nog te begrijpen). Wat ze wel bedoelde werd niet duidelijk. Haar man stond er overigens bij en met een nogal neutraal ponem. Alsof hij van niets wist.
Ik vind het ook een rare uitdrukking, van iemand genieten. Het meeste benauwt mij nog de gedachte dat die ander daar dan niets van weet. Zoals die man. Dat genieten gaat namelijk in stilte. Schijnt. In ieder geval is het geen demonstratieve activiteit waar god en alle mensen getuige van zijn. Gelukkig maar, waarschijnlijk. En wat doet de een dan als de ander van hem of haar geniet? Laat die het maar gewoon gebeuren? Alweer: zoals die man?
Zou ik niet doen.
Stel dat Cavia zou zeggen dat hij erg van mij geniet, dan zou ik me toch genept voelen. Want ik weet niet wanneer hij dat gedaan heeft, dat genieten. Misschien wel achter mijn rug om. Raar toch? Ik ben er graag bij als er iemand van mij geniet. Da’s veel gezelliger, of, eh… Nou ja, u begrijpt wel wat ik bedoel.
Om over ‘van kindjes genieten’ maar niet te spreken. Als we even van de legale variant uitgaan, dan is het nog op de rand van toelaatbaar, vind ik. De arme schapen zijn amper bij hun verstand en dan lopen hun ouders al ongegeneerd van ze te genieten. Dat is toch een zachte versie van uitbuiting, vind ik.
En het is trouwens allemaal voor niks, want denk maar niet dat die kids dat later vereffenen. Ik heb tenminste nog nooit iemand horen zeggen dat hij van zijn ouders genoot.
Het beste lijkt mij daarom dat we dat genieten van anderen, ongeacht onderlinge relaties, maar gewoon verbieden. En laten we dan meteen ook ‘genietmomentjes’ uit het vocabulair gummen. Evenals ‘geniet!’ Het
zal lastig te handhaven zijn, zo’n verbod, want zodra het strafbaar is, hoor je er natuurlijk niemand meer over en iemand op heterdaad betrappen is natuurlijk gekkenwerk.
Hm. Als ik mij daar een voorstelling van maak, vraag ik me ook af of ik dat zou willen. Ik heb namelijk geen flauw idee van wat er dan te zien is. Het zou me niks verbazen als dat een heel onaangenaam fenomeen was.
Ongemakkelijk voyeurisme.
Nee, nu ik er nog eens over denk, neem ik dat voorstel terug.
Maar kindjes verbieden, dat moet kunnen.
Ja, het woord dan.
Je moet ergens beginnen.

Plat & scherp

Smid

Toen mijn tante Stien veertien was, ging ze in een manufacturenwinkel aan de Spaarndammerstraat in Amsterdam werken. Garen, knopen, hoedenelastiek, onderbroeken van Ten Cate (ik ga dit niet uitleggen), dat soort dingen. Zij mocht daar niet platpraten.
Niet platpraten, in de Spaarndammerstraat! Ga er maar aanstaan. Maar het lukte haar, helaas ten koste van twee of drie vriendinnen die opeens vonden dat zij uit de hoogte deed. Want schakelen, dat bestond toen nog niet. Ja, in een auto. In het gewone leven was dat nog niet uitgevonden. Je was iets of je was iets anders, maar daartussen heen en weer pendelen, dat ging niet.
Gedoe.
Iedereen één rol.
Geweldig!
Op mijn zesde heb ik zelf na een verhuizing zuidwaarts, juist om vrienden te máken mijn platte Amsterdams afgeleerd. Dat is niet helemaal gelukt (ik gebruik nog steeds de ‘s’ voor alles wat daar op lijkt), wat dan weer komt doordat alle jongetjes die voor vriendschap in aanmerking kwamen mijn goedbedoelde Brabants treiterig nabauwden, waarna ik hen dan op hun gezicht sloeg. Ja, ik raad dat niemand aan, maar het luchtte wel op. Het resultaat is een eenzaam bestaan, maar dat neem ik voor lief. Alles voor de taal.
Goed, dit allemaal ter inleiding van de hedendaagse term ‘plat’. Dat is het nieuwe ‘kort door de bocht’. Kunt u dat even noteren? ‘Kort door de bocht’, dat is echt té 2014, kan niet meer. Dus waar u vroeger zei: ‘ik zeg het even kort door de bocht’, zegt u nu: ‘ik zeg het even plat’. Voor alle duidelijkheid, dat betekent dus niet dat u eventueel met geweld afgeleerde (of juist behouden) dialecten (weer) kunt gebruiken, maar dat u de beknopte en ongenuanceerde versie van een mededeling of verhaal doet.
U kunt ook zeggen: ‘ik sla het even plat’. Waarna u een uitgebreid en gedetailleerd relaas van alle rim-ram ontdoet en wat er dan van over is als de kale variant presenteert (en heimelijk als de veel betere suggereert). Hoewel u zodoende de bedenker van de originele versie natuurlijk enorm schoffeert, zal toch iedereen uw interventie waarderen, inclusief die bedenker zelf.
Want plat is de nieuwe mode. Ideaal in tijden van bezuiniging, als alles eenvoudiger moet, en ‘genuanceerd’ een ander woord voor duur is.
Platslaan, iedereen doet het.
Nou ja, niet iedereen, want er zijn tegenwoordig ook mensen die in plaats van dingen plat te slaan er ‘scherpte in brengen’. Dat is ongeveer het tegenovergestelde. Wie ergens scherpte inbrengt, neemt een vaag of nogal oppervlakkig verhaal en maakt dat duidelijk en/of polemisch. Dit om vlammen in een discussie te blazen of een smeulende onenigheid aan te wakkeren. Iets van alle kanten bezien of weloverwogen van gedachten wisselen, dat schiet niet op, dus in ieder gezelschap neemt in zulke gevallen iemand dan het woord om scherpte in het gesprek te brengen.
Erg hip en modern.
Ook dit soort interventies zijn handig als het geld op is, want ellenlang doorzeuren over het een of ander is er niet meer bij. Voor je het weet zit er ergens scherpte in en is de kwestie in drie zinnen, of nog beter: in drie cijfers, beslecht. Verwarrend genoeg kun je scherpte aanbrengen door iets plat te slaan. Hoe kan dat? Denk aan een smid, die doet het de hele dag. Meestal geen denkers, maar doeners. Mannen van weinig woorden. Laat staan woordenwisselingen. Kort van stof. De laatste keer dat ik er een sprak, over mijn kapotte tuinhek, kreeg ik als antwoord: ik doe geen sierwerk. 
Dus wie geen tierlantijnen wil, doet als de smid: sla alles plat en breng er scherpte in. Niet andersom, dat is zonde (denk ik).
Dit alles is natuurlijk funest voor een beleidsadviseur als ik, die, want de enige scherpte die ik aan mijn platpraten heb overgehouden is dus die ‘s’. Voor de rest weid ik maar uit en uit. Met alweer als resultaat: alleen op de wereld.
So sielig.

Passend

Swimming  Cavia

Cavia moest een nieuwe zwembroek hebben. Vond hij. Hij heeft er al een stuk of acht, maar een paarse ontbrak nog, voor bij zijn badmuts en bandjes van dezelfde kleur. Kleurencoördinatie, dat is wel een dingetje van hem. Iedere andere cavia zou zich zorgen maken om voldoende gras voor het avondeten, maar die van mij staat de halve dag voor de spiegel om zijn ensembles te checken. Assorti is het kernwoord. Hij is de eerste keer voor zijn A-diploma gezakt omdat-ie niet kon kiezen wat hij aan moest voor het onderdeel gekleed zwemmen.
‘Doe gewoon iets aan wat lekker zit,’ zei ik. Fout advies. Ook al omdat hij dus echt niks had om aan te trekken, want daar was zijn garderobe niet op voorbereid, op nat worden.
’In het water ziet alles er anders uit!’ riep hij.
Dat is zo.
Goed, zijn discussies met de badmeester over de definitie van ‘gekleed’ laat ik hier achterwege. Een zwemslip met bijpassende sokken en een haarband valt in ieder geval niet onder ‘gekleed’. Onthou dat.
In de sportwinkel liepen jongens en meisjes met headsets op gejaagd de zaak te managen alsof het een reddingsoperatie was. Voor iemand als ik, die de wereld in het algemeen en andere mensen in het bijzonder zelden goed begrijpt en voor wie communicatie zeker niet de eerste optie is om dat probleem op te lossen, is het nogal verwarrend als het winkelmeisje van de badkleding hem telkens glimlachend aankijkt terwijl zij met haar collega van running de maatvoering van crossfit skinny strap racer-bh’s doorneemt.
Mixed signals! Niet goed!
Waar was ik?
Oja, Cavia wurmde zich intussen in een lila aquashort.
‘Is deze passend?’ vroeg het meisje.
Aan ons, niet aan haar collega.
‘Pássend?’ vroeg Cavia terug.
Het meisje knikte terwijl ze haar headset rechtduwde en terugschakelde naar de sport-bh’s. ‘Nee, als je vooroverbuigt zie je niks. Daar zijn ze net voor bedoeld! Dat alles blijft zitten.’
Cavia schoof het gordijn van de fitting room opzij en stak zijn hoofd naar buiten. ‘Eh?’
‘Is deze passend?’ herhaalde ze.
‘U bedoelt of hij past?’
‘Ja, dat vraag ik toch?’
‘Nee, u vraagt of hij passend is. Pássend! Tegenwoordig deelwoord. Participium praesentis.’
‘Eh?’

Ja, mensen, we zitten midden in een opleving van het akelige tegenwoordig deelwoord. Ja, akelig!
Passend, al helemaal. Dat is deftigdoenerij. Want moeilijk terwijl het makkelijk kan. Vaag. Een swimming brief is te groot of te klein of precies goed en in dat laatste geval, past-ie. Punt.
Passend, dat is ongevéér. het populairste woord in de hedendaagse beleidsnotitie. Altijd handig als je eigenlijk nog alle kanten op wilt.
U moet het niet verwarren met ‘gepast’, trouwens. Ik zeg het maar even. Aan het strand is een zwembroekje gepast, op de afscheidsreceptie van een minister en staatssecretaris niet. Of het nu passend is of niet; eh, past of niet. Het broekje dan.
(Als u nu Fred Teeven en Ivo Opstelten in hun Speedo’s op zoek naar de bitterballen ziet gaan, sorry.)

Het meisje in de winkel staarde Cavia glazig aan. Ze was weer elders met haar hoofd en luisterde naar de bh-verkoopster van running. ‘Uh, Samira wacht even, ik heb hier even een situatie.’ Cavia kwam uit het hokje om een paar stappen heen en weer te doen. ‘Er loopt hier iemand bij de hand te doen.’
Het was waar. Want Cavia paradeerde pedant langs de kledingrekken terwijl hij luid declameerde dat hij ‘passend passen in zijn gepaste en passende zwembroek zette’.
Taal is zeg maar echt zijn ding, om eens iemand te citeren.
Toen bleek dat zwembroekjes nog iets van sport-bh’s kunnen leren, en dat het sowieso beter is om die dingen niet op de groei te kopen. Zorg dat-ie past, dus. Passend, dat bleek nu wel, is echt niet precies genoeg.
Hoewel de agent die het proces-verbaal opstelde, het wel netjes noteerde toen het meisje hem vertelde dat Cavia’s slip niet passend was. En vervolgens schreef hij ook op wat Cavia haar en de rest van de winkel had laten zien. Al dan niet met opzet.
Ongepast was het wel.
Die regenjas waar hij het laatst over had, gaat hij maar alleen kopen.