Categorie archief: Vroeger

Mantelzorg

Ik was amper mijn moeder aan het verplegen, of er verschenen in de krant onheilspellende verhalen over ontspoorde mantelzorg.

Dat was iets. Had ik meteen door. Ik ben dan wel gestopt met werken, maar ik ruik beleid nog steeds op mijlen afstand.

En ja hoor, er is beleid voor ontspoorde mantelzorg! En dat niet alleen, er hoort ook een meldcode bij inclusief een stappenplan voor professionals. Helaas is dat geen handzaam a4tje met zeven staccato opgesomde punten, maar een dikke notitie van 30+ bladzijden met een inhoudsopgave. Zelfs de bijbehorende signalenkaart – klinkt lekker handig – telt vier bladzijden. Dus eigenlijk signaalkaarten. Meervoud.

Oh, misschien een beetje flauw om daar nu cynisch over te doen terwijl ik een paar maanden geleden zelf nog notities schreef, maar ook toen vond ik dat soort lappen tekst al niks. Mijn standaardvraag was altijd: snapt mijn moeder dit ook? Dat was bij deze notitie over ontspoorde mantelzorg opeens een urgentere vraag dan ooit, want nu ging het over haar. En over mij. Over ons.

Ik vond het al opzienbarend dat ik opeens mantelzorger was en zonder iets te doen onderwerp van beleid, en dat mijn moeder vanzelf ‘zorgvrager’ was geworden, maar nu kwam daar gratis en voor niets het kennelijke risico bij dat we elkaar de tent uit zouden vechten.

De notitie is een aanvulling op ‘de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’, las ik.

‘Nou, de toon is gezet!’ zou mijn moeder gezegd hebben, als ik dat aan haar voorgelezen had. Heb ik niet gedaan. Maar ze had natuurlijk wel gelijk. Virtueel dan.

Een ander perspectief had ik leuker gevonden. En zij ook, denk ik. Dus geen boekwerk vol met signalen van hel, verdoemenis en heimelijk handgemeen, maar een vrolijke ansichtkaart met vijf tips om de zorg voor een ander zo leuk mogelijk te maken. Met allemaal aardige dingen als uitgangspunt. En van mijn part daar dan ook een boekwerkje bij, maar dan vol met opbeurende en eventueel hartverscheurende verhalen van mensen die er hun leven mee hebben verrijkt.

Ja, ik weet ook wel dat mantelzorg niet altijd rozengeur en maneschijn is. Maar het gaat mij om het perspectief dat de mensen van dat soort beleid nemen. Ze lijken er altijd vanuit te gaan dat dingen verkeerd aflopen.

Koala vroeg: ‘heb je dan alle perspectieven in beeld?’

‘Nee, natuurlijk niet!’ Antwoordde ik. ‘Ik schrijf een blog, geen dissertatie. Ik ben hier mijn ergernis aan het beteugelen! Jij altijd met je bijdehante vragen!’

Eh…

Koala had zoals altijd wel een punt. Misschien moest ik me iets meer in de materie verdiepen. Dus ik terug naar de site van die meldcode en de zoekterm ‘mantelzorg’ ingetypt.

793 hits…

Echt waar.

Ik keek naar Koala, die opeens een losse veter had.

Waar moest ik beginnen? Nou ja, dan maar meteen het eerste artikel. Ik las de titel voor aan Koala: ‘Zie iemand met dementie niet als patiënt maar als mens’.

‘Klinkt geniaal. Zal ik de rest ook aan je voorlezen?’

‘Nee, laat maar… Dit is heel droevig.’

Wat me brengt op de film Monsters Inc. Ja, onverwachte plotwending, maar ik ga het uitleggen.

SPOILER ALERT!

Want, waar gaat de film over?

In Monstropolis wonen monsters en die oogsten de schreeuwen van bange mensenkinderen om energie op te wekken. Dat doen ze met wat ik voor het gemak maar even ‘schreeuwoogstapparaten’ noem. Het is een eeuwenoude industrie, maar het gaat niet goed meer, want kinderen zijn moeilijker bang te maken. Ze schrikken gewoon niet zo snel meer. (…) Hier staan drie puntjes tussen twee haakjes, wat betekent dat ik het een en ander weglaat, een hoop subplots en gedoe, om te komen bij wat volgens mij de belangrijkste scène van de film is.

Een van de monsters ontdekt iets, bij toeval. Als hij een kind wil laten schrikken en uitglijdt, schiet het kind in de lach en springen al de meters van zijn schreeuwoogstapparaat in het rood! Dat lachen wekt super veel energie op!

En dat is dan ook meteen de moraal van dit verhaal: Maak de wereld vrolijker, niet grimmiger!

Misschien een te makkelijke wijsheid, maar wel een die toch het overdenken waard is, al was het maar omdat die me weer bij mijn moeder brengt, want een van haar mooiste eigenschappen was dat ze de akeligste dingen zo kon vertellen dat ze grappig werden.

Waardoor onze mantelzorgrelatie regelmatig ontspoorde, maar dan op een goede manier, bijvoorbeeld als we midden in de nacht omver rolden van het lachen als ze op de rand van haar bed vertelde over de afgrijselijke nachtmerries die ze had gehad.

p.s. Nadat ik bovenstaand verhaal af had, verscheen mijn moeder in een droom. ‘Kun je er nog even bijschrijven dat ik niet ‘iemand met dementie’ was?’ vroeg ze. ‘En vermeld dan meteen ook dat ik me afvraag welke ‘iemanden’ je níét als mens zou moeten zien. Ik zou het niet weten wie namelijk. En nou we het er toch over hebben, weet je wie ik hier gisteren zag? De frater van jouw lagere school die jou steeds moest hebben. Je had nachtmerries van die vent. Arnoldinus! Ze laten hier dus ook gewoon iedereen binnen, alle iemanden die je maar kunt bedenken. We zijn hier allemaal gelijk en alles is vergeven en vergeten! Maar ik ben gisteren toch even per ongeluk express op z’n tenen gaan staan. Dacht dat jij dat wel leuk zou vinden.’

Ik werd wakker omdat ik van het lachen uit mijn bed was gerold.