
In de bossen bij Wolfheze kwam ik er weer eens achter dat de echte wereld zich niks aantrok van de wereld die mijn wandelapp me voorschotelde. Of andersom, dat die app een achterlijke voorstelling van de werkelijkheid had.
Hoe dan ook, toen er een lichtelijk bits ‘Sla rechtsaf’ op het scherm van mijn mobieltje verscheen — echt vriendelijk is navigatiesoftware nooit, daar blijf ik me over verbazen, want hoe moeilijk kan het zijn om mensen gewoon blijmoedig de weg te wijzen? — stootte ik op een soort slagboom waarnaast een bord stond: ‘Verboden toegang Rustgebied voor dieren’ Zonder punten, wat me tot mijn eigen verbazing meer verontrustte dan de verassende constatering dat de route die ik volgde kennelijk niet bestond.
En nu voel ik die onrust weer, terwijl ik de foto bekijk en dit opschrijf. Een zin zonder punt, hoe kort ook, dat is voor mij als een weg die zonder waarschuwing bij een afgrond eindigt. Eng!
De impact (om eens een modieus woord te gebruiken) van die onverwachte verboden toegang viel uiteindelijk wel mee en laat ik eerlijk zijn, dankzij de wandelapp, waarmee ik binnen de kortste keren een alternatief pad vond, om het rustgebied heen.
Wat me meteen aan het denken zette, omdat het een behoorlijke omweg was en ik al wandelend besefte wat voor een enorme oppervlakte dieren kennelijk nodig hebben om te rusten. Een bizarre oppervlakte, mag ik wel zeggen! En dat terwijl rusten doorgaans toch een behoorlijk statische activiteit is. Sterker nog, ik durf wel te beweren dat het helemaal geen activiteit is. Ik heb voor de zekerheid wat woordenboeken erop nageslagen en die wemelden van de synoniemen voor ‘activiteit’ die ‘rusten’ per definitie uitsloten. Ik ga ze hier niet allemaal opnoemen, want dat is saai.
Maar rusten stond er dus niet bij. Dat stond dan weer wel elders in die woordenboeken. Voor de zekerheid schrijf ik die hier wél op: het is de toestand waarin je verkeert als je niks doet.
(Een andere betekenis, die er hier helemaal niet toe doet maar die ik toch even citeer omdat ze echt te mooi is om hier niet te vermelden: ‘Klamp op het voeghout van de vang’. komt uit ‘het molenwoordenboek’. Ja, dat bestaat! Het is pure poëzie.)
Terug naar die rustende dieren. En de ruimte die ze daarvoor nodig hebben. Ik heb het even uitgerekend en kwam op zo’n negen vierkante kilometers. Dat zijn meer dan 1.800 voetbalvelden! Zonder dat er ook maar één dier gaat voetballen!
Dit slaat helemaal nergens op, natuurlijk gaan ze niet voetballen en er zijn in de bossen ook helemaal geen echte voetbalvelden, hoogstens hier en daar een weiland, weet ik ook wel, maar ik móést het opschrijven, vraag me niet waarom.
Wat ik maar wil zeggen is dat dieren onnoemelijk veel ruimte nodig hebben om totaal niks te doen.
Ik doe ook wel eens totaal niks. Of ik dan ook rust, weet ik niet goed, want ik dénk dan wel. Mijn hoofd, dat gaat maar door. Ik weet niet hoe ik dat moet stoppen. Maar goed, voor deze omstandigheid waarin ik me dan bevind, heb ik ongeveer anderhalve (1,5) vierkante meter nodig. Dat is de oppervlakte van mijn leunstoel in de meest horizontale stand (eigelijk in iedere stand, maar om een of andere reden vind ik dan ‘oppervlakte’ een rare eigenschap. Voor de volledigheid, er passen ongeveer 1.500 leunstoelen op een voetbalveld.
Eh… opeens zie ik (Christo indachtig) een weiland in een bos vol met uitgevouwen leunstoelen voor me. En vraag ik me af hoe ik zoiets in het echt zou kunnen realiseren. Ergens op een schitterend groene licht glooiende vlakte, waar dan alle dieren nieuwsgierig op afkomen om verbaasd aan de rand te gaan staan kijken. De stoelen staan niet strak tegen elkaar, maar met wat ruimte ertussen, zodat vogels die over het veld heenvliegen niet alleen de stoelen zien, maar ook mooie groene strepen. De stoelen zijn geel. Of oranje. Weet ik nog niet.
‘Hm. En nu?’
Dat was Koala.
Oja, dat moet ik even uitleggen. Mensen die mijn blogs vaker lezen, weten dat Cavia mij verlaten heeft. Echt iets voor mij, een alter ego dat er met een ander vandoor gaat. Maar intussen is daar dus Koala. Koala slaapt veel, en als die wakker is, dan vooral om te eten, maar ook om bijdehand te doen. Met moeilijke vragen:
‘Weet je wat je nu aan het doen bent?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Je bent om de hete brij aan het draaien.’
Hm. Dat was misschien waar. Opeens besefte ik dat ergens in mijn achterhoofd een heel legertje gedachten aan het werk was geweest om, geheel tegen mijn karakter in want zonder woorden, het begrip ‘rust’ gestalte te geven. En dat alle uitwijding hierboven niet meer dan gedraal was, tekstueel gelanterfant om nergens uit te komen, in ieder geval niet bij het onderwerp van dit verhaal: rust.
Niks doen. Dat wil zeggen: niet meer werken. Want ik ben met pensioen. Ze zeggen wel eens: ‘Partir c’est mourir un peu’ (weggaan dat is een beetje sterven), maar in mijn geval kun je die ‘peu’ (dat ‘beetje’) wel weglaten. In de laatste paar maanden ging ik elke dag wel een paar keer dood van de zenuwen als ik eraan dacht. Want verandering, da’s niks voor mij, zeker niet als die ongewis is.
Maar iedere keer overleefde ik zo’n zenuwinzinking. Ik heet niet voor niets René (Frans voor herboren), dacht ik. Een Koala werd ook steeds enthousiaster.
‘Je kan het!’ riep die telkens als de vertwijfeling weer toesloeg.
Dus ging ik door. Vorige week beleefde ik mijn laatste werkdag.
En wat ga je nou doen? Vraagt iedereen. Weet ik niet… of nou ja, ik blijf natuurlijk gewoon denken en opschrijven wat ik denk. Om mijn neurosen te bedwingen. Zoals nu:
Een zin zonder punt is niet eng
Maar eerst ga ik mooie wandelingen maken in de bossen. En op zoek naar een mooi groen en glooiend weiland waar minstens 1500 leunstoelen op passen.








