Trevira 2000

Trevira 2000

Ik kocht bij Giensch in Utrecht een stropdas van Trevira 2000 en moest meteen aan mijn moeder denken, mijn moeder die vroeger zelf mijn kleren naaide.
Ja, jongens en meisjes, moeders naaiden vroeger alles zelf. Van patronen. Grote vellen papier waarop als op plattegronden van de metro tientallen lijnen hun eigen weg gingen in een geheimtaal die alleen moeders begrepen.
Die patronen waren bijlagen bij speciale damesbladen waarin bloedeloze foto’s stonden van keurige en gangbare gezinnen (vader, moeder, zoon, dochters – altijd twee dochters, een oudere van een jaar of zestien, en een jongere van tien of zo) die in al even bloedeloze kleren poseerden met als enig doel die kleren te showen.
Welk ander doel ze zouden moeten hebben, wist ik nooit, maar in ieder geval iets spannenders, hoopte ik dan. Iets echts, met gevoel.
Ik was veertien.
Want hoewel ze altijd een of andere fijne situatie uitbeelden (een picknick met Brabants bonte tafelkleden op nepgras, of een dagje aan het strand, met een vlieger voor de mannen en een glimmende bal voor de meisjes), was altijd ook duidelijk dat het daar niet om ging, niet om ranja en koude kip of vlieger en bal, nee, het ging om coltruien en broekpakken. Plooirokjes en overgooiers.
Ja, op alle foto’s stond er altijd ten minste één meisje met een overgooier aan. Dat was echt het icoon van alle bloedeloosheid. Een rok en mouwloos lijfje aan elkaar vast, staat er in de van Dale. Dat mouwloze lijfje zie ik dan voor me, als zo’n verwrongen lichaam op een schilderij van Francis Bacon.
Ik dwaal af.
In die patroonbladen van mijn moeder stonden ook nieuwtjes over materialen. Stoffen. Trevira 2000 was zo’n stof. Een hypermoderne, geheel van kunstvezels gemaakte stof. Een revolutie was het. Ik herinner mij nog dat de naam in gesprekken van mijn moeder met de buurvrouw viel. O, de ondertoon van geheimzinnigheid, kippenvel kreeg je daarvan.
Het was natuurlijk ook een geweldige naam. Dat kwam door dat getal. Een combinatie van een woord met een getal is altijd prachtig, maar deze al helemaal omdat het ‘2000’ was. In de jaren zeventig was dat getal het summum van de toekomst. Een betoverend jaartal dat ook betekenis had zonder dat je aan een jaar dacht. Het hoefde niet eens te komen. Liever juist niet. Altijd de toekomst. Nog mooier!
Dat mijn moeder de stof eerst nergens kon vinden, was ook enorm spannend. Wij moesten ervoor naar de stad (waarom ging ik eigenlijk mee? Weet ik niet meer). Een half uur in de bus en dan van het station naar steegjes in het centrum, waar winkels met stoffen waren, soms ook met fournituren. Geweldige zaken, waar alles dat met zelf naaien van doen had te koop was.
Ik bedoel dus álles!
Je kon het zo gek niet bedenken of ze hadden het. Knopen, drukkertjes, ritsen, pailletten, koorden, kwasten, garen, bandjes, elastieken, noem maar op. Er was altijd wel ergens een la met vakjes waar voldoende van wat ook maar in zat om er de rest van de dag in twijfel naast te staan, met de stof in de ene hand en dat wat ook maar in de andere hand, om te zien wat het beste bij elkaar paste.
Maar Trevira 2000 was dus zeldzaam in die winkels. Althans in de provincie, waar wij woonden. Niet dat zoiets mijn moeder tegenhield. Zij is niet iemand die zich in dat soort winkels laat afschepen. Zij had zelf ook in zo’n winkel gewerkt en wist meer van de textielhandel dan de verkoopsters lief was. Ze voerde gesprekken met de winkelbedienden op een toon die de meeste van hen in wanhoop over hun verdere carrière achterliet.
Op onze eerste tocht gaf pas in de vierde zaak een vrouw achter de toonbank weifelend toe dat zij wel van Trevira 2000 gehoord had.
Mijn moeder knikte. Meer niet.
En de vrouw slikte.
Daarna volgde een minuut of wat stilte. Waarna de vrouw achter een deur verdween waar ‘privé’ op stond. voor de rest van haar leven, denk ik.
Door dit soort gesprekken was Trevira 2000 voor míj nog mythischer geworden dan het al was. Wie iets droeg dat dáár van gemaakt was, zou meteen een halfgod worden, met fabelachtige eigenschappen. Ik kon niet wachten tot ik iemand zou ontmoeten die iets van die stof zou dragen.
Het liefst een meisje.
Ik was veertien.
Zo’n meisje uit de patroonbladen van mijn part. Ik kende er inmiddels wel een paar die heel verwarrend met een stuk fruit in de handen op een Schots geruite plaid konden zitten.
Ja, ik schreef dan wel stoer dat die fotoreportages bloedeloos waren, maar ja, dat was terugziend. Toentertijd zag ik alles natuurlijk anders. Een dagje naar het strand met zo’n meisje van twee jaar ouder dat dan een jurkje (geen overgooier) van Trevira 2000 droeg, dat leek me geweldig.
En nu heb ik dus een stropdas van Trevira 2000! Thuis heb ik ’m meteen omgedaan en dit allemaal in één roes opgeschreven.
Het blijft magisch spul.

5 gedachten over “Trevira 2000

  1. Geweldig stuk, ik herken het.
    Ik ben nu 60 en mijn moeder maakte vroeger mijn kleding ook zelf van…. Trevira 2000
    Dat is me zo bijgebleven 🙂

    Like

    1. Dank hiervoor, trouwens. Ik was deze blog min of meer vergeten en heb ‘m zojuist weer opnieuw gelezen. Ook erg (om mijzelf) moeten lachen. Zo kan ik het weekend wel in.

      Like

Geef een reactie op Natasha Gerson Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.