Toen mijn tante Stien veertien was, ging ze in een manufacturenwinkel aan de Spaarndammerstraat in Amsterdam werken. Garen, knopen, hoedenelastiek, onderbroeken van Ten Cate (ik ga dit niet uitleggen), dat soort dingen. Zij mocht daar niet platpraten.
Niet platpraten, in de Spaarndammerstraat! Ga er maar aanstaan. Maar het lukte haar, helaas ten koste van twee of drie vriendinnen die opeens vonden dat zij uit de hoogte deed. Want schakelen, dat bestond toen nog niet. Ja, in een auto. In het gewone leven was dat nog niet uitgevonden. Je was iets of je was iets anders, maar daartussen heen en weer pendelen, dat ging niet.
Gedoe.
Iedereen één rol.
Geweldig!
Op mijn zesde heb ik zelf na een verhuizing zuidwaarts, juist om vrienden te máken mijn platte Amsterdams afgeleerd. Dat is niet helemaal gelukt (ik gebruik nog steeds de ‘s’ voor alles wat daar op lijkt), wat dan weer komt doordat alle jongetjes die voor vriendschap in aanmerking kwamen mijn goedbedoelde Brabants treiterig nabauwden, waarna ik hen dan op hun gezicht sloeg. Ja, ik raad dat niemand aan, maar het luchtte wel op. Het resultaat is een eenzaam bestaan, maar dat neem ik voor lief. Alles voor de taal.
Goed, dit allemaal ter inleiding van de hedendaagse term ‘plat’. Dat is het nieuwe ‘kort door de bocht’. Kunt u dat even noteren? ‘Kort door de bocht’, dat is echt té 2014, kan niet meer. Dus waar u vroeger zei: ‘ik zeg het even kort door de bocht’, zegt u nu: ‘ik zeg het even plat’. Voor alle duidelijkheid, dat betekent dus niet dat u eventueel met geweld afgeleerde (of juist behouden) dialecten (weer) kunt gebruiken, maar dat u de beknopte en ongenuanceerde versie van een mededeling of verhaal doet.
U kunt ook zeggen: ‘ik sla het even plat’. Waarna u een uitgebreid en gedetailleerd relaas van alle rim-ram ontdoet en wat er dan van over is als de kale variant presenteert (en heimelijk als de veel betere suggereert). Hoewel u zodoende de bedenker van de originele versie natuurlijk enorm schoffeert, zal toch iedereen uw interventie waarderen, inclusief die bedenker zelf.
Want plat is de nieuwe mode. Ideaal in tijden van bezuiniging, als alles eenvoudiger moet, en ‘genuanceerd’ een ander woord voor duur is.
Platslaan, iedereen doet het.
Nou ja, niet iedereen, want er zijn tegenwoordig ook mensen die in plaats van dingen plat te slaan er ‘scherpte in brengen’. Dat is ongeveer het tegenovergestelde. Wie ergens scherpte inbrengt, neemt een vaag of nogal oppervlakkig verhaal en maakt dat duidelijk en/of polemisch. Dit om vlammen in een discussie te blazen of een smeulende onenigheid aan te wakkeren. Iets van alle kanten bezien of weloverwogen van gedachten wisselen, dat schiet niet op, dus in ieder gezelschap neemt in zulke gevallen iemand dan het woord om scherpte in het gesprek te brengen.
Erg hip en modern.
Ook dit soort interventies zijn handig als het geld op is, want ellenlang doorzeuren over het een of ander is er niet meer bij. Voor je het weet zit er ergens scherpte in en is de kwestie in drie zinnen, of nog beter: in drie cijfers, beslecht. Verwarrend genoeg kun je scherpte aanbrengen door iets plat te slaan. Hoe kan dat? Denk aan een smid, die doet het de hele dag. Meestal geen denkers, maar doeners. Mannen van weinig woorden. Laat staan woordenwisselingen. Kort van stof. De laatste keer dat ik er een sprak, over mijn kapotte tuinhek, kreeg ik als antwoord: ik doe geen sierwerk.
Dus wie geen tierlantijnen wil, doet als de smid: sla alles plat en breng er scherpte in. Niet andersom, dat is zonde (denk ik).
Dit alles is natuurlijk funest voor een beleidsadviseur als ik, die, want de enige scherpte die ik aan mijn platpraten heb overgehouden is dus die ‘s’. Voor de rest weid ik maar uit en uit. Met alweer als resultaat: alleen op de wereld.
So sielig.
