
Onlangs heeft een jonge reporter door de boel op te lichten onterecht een lintje gekregen.
Goh.
Het stond in de krant.
Met een foto van de journalist erbij.
Hij had best een zachtaardig gezicht, in ieder geval niet bepaald het ponem van een flessentrekker. Ik zou zo een tweede hands auto van hem kopen, maar ja, ik heb geen verstand van auto’s. Sterker nog, ik vind ze eng. Heb pas twee jaar mijn rijbewijs omdat ik niet eerder durfde. Het verkeer is te ingewikkeld voor een zenuwlijder als ik. Iedere soort verkeer, eigenlijk.
Maar daar gaat het nu niet over.
De burgemeester die hem het lintje abusievelijk had opgespeld verweerde zich met de standaard mededelingen die burgemeesters voor zulke gevallen op de burgemeestersschool hebben geleerd, namelijk dat hij nader onderzoek zou laten doen naar wat er mis was gegaan (dat begrip ’nader onderzoek’ moeten ze op boot camp in de Ardennen een week lang als een mantra voor zich uit prevelen, of nog langer, net zo lang tot de betekenis is verdampt, een geweldige methode waar ze ook andere termen voorgoed nutteloos mee maken, nutteloos voor gewone mensen dan, zie hieronder).
Hij kan niet anders, dat snap ik ook wel, maar ik zou het niet doen. Dat onderzoek. Er is namelijk niks misgegaan. Dat zei hij later zelf ook, al had hij dat misschien niet door.
‘De procedure berust op vertrouwen,’ zei hij.
En die reporter had dat dus beschaamd.
Case closed, zou ik zeggen, en zeker de Kanselarij der Nederlandse Orden er niet bijhalen.
Want dat beloofde de burgemeester ook.
Toen ik dit blog typte schreef ik het telkens achterstevoren en andersom: de Orde der Nederlandse Kanselarij, of : de Nederlandse Orde der Kanselarij.
Als ik die burgemeester was zou ik, zeker in het licht van de recente gebeurtenissen, even nagaan of die club wel bestaat, want als iedere verhaspeling ook een geloofwaardig naam voor een deftig instituut oplevert, is bedrog niet ver weg. Gewoon googelen. Mijn gok is dat het een departementale commissie uit een Harry Potter-boek is.
Over departement gesproken. De ambtenaar op het ministerie die over de lintjes gaat zei: ‘Als men kwaad wil, dan lukt het.’
En de journalist wilde kwaad. Hm, dat klinkt duivelachtiger dan ik bedoel. Goed, laten we het branie noemen. Hij wilde branie schoppen. Met een aangeplakte baard de burgemeester voor schut zetten.
Dat is gelukt.
Goed zo!
Het knappe is vooral dat hij zo’n beetje het laatste bestuurlijke gebied heeft ontdekt waar nog vertrouwen heerst. En dat heeft-ie meteen voor confiscatie door achterdochtige Dorknopers ontsloten. Want die kanselarij gaat de regels natuurlijk aanscherpen. Of anders die ambtenaar wel.
Dichttimmeren heet dat.
Exit vertrouwen.
Je kon erop wachten. De afgelopen 15 jaar was zo’n beetje het populairste programma op de tv ‘Wie is de mol?’. Dat is niks anders dan misleiding en bedrog. Elkaar neppen en over je schouder kijken als nationaal vermaak, kom er maar eens op. Geniaal, op een akelige manier. En dan zijn er nog mensen die zich afvragen of het programma zelf doorgestoken kaart is.
Duh! Wake up!
De overheid heeft haar beleid natuurlijk van ‘Wie is de mol?’ afgekeken. Wantrouwen en argwaan als leidend principe voor het besturen van de maatschappij, dat moet kunnen, dachten ze in Den Haag na het eerste seizoen. Ze noemden het prestatiemeting en outputfinanciering. Of prestatiefinanciering en outputmeting. Resultaatverantwoording kan ook. Let op, je kan die woorden naar hartelust door elkaar husselen en dat is dus altijd een slecht teken. Zie hierboven. De mantra’s die erbij horen: transparant zijn, inzichtelijk maken, rekenschap geven.
De ironie is dat alle mensen voor wie vertrouwen de kern van hun beroep is, (onderwijzers, verpleegkundigen, reclasseringswerkers, zorgverleners, et cetera) nauwelijks aan hun beroep toekomen omdat ze de hele tijd moeten bewijzen dat ze dat ze te vertrouwen zijn door alles wat ze doen te registreren (dat is: tellen wat ze doen, niet vértellen, wat veel interessanter zou zijn).
Hoe bizar is dat?
Terug naar die lintjes. Ik zie een ambtenaar voor me met excelbestanden en staafdiagrammen waarop iemands verdienste voor de samenleving inzichtelijk en transparant is gemaakt zodat van iedere goede daad rekenschap te geven is.
Ik waarschuw alvast; leuk dat u nu uw hele ziel en zaligheid in vrijwilligerswerk voor de vereniging ‘Weiland en polder’ (of andersom) legt, maar als ik u was zou ik vanaf nu uren gaan schrijven en geredde veldmuizen tellen.
En let op, als u het lintje ophaalt (ik hoop voor u dat één van die muizen niet de tamme van uw buurmeisje blijkt te zijn), moet u niet meteen daarna weglopen. Want dat was de burgemeester wel als verdacht opgevallen, dat de illegale laureaat meteen met zijn onderscheiding het pand had verlaten.
Maar daar had hij verder niet bij stilgestaan in al het feestgedruis.
Hoera!
Een lintje voor goedgelovigheid, dat zou wat zijn.
Of voor valse baarden.
Iedereen blij.