Ga nooit weg (2)

Barcelona

Heb ik al eens gezegd dat ik niet van reizen hou? Ja, even naar Den Haag en terug is geen probleem, maar met een vliegmachine naar Barcelona, dat is andere koek.
Dat is echt weg.
Niet goed.
Een van de trucs om mijn angsten te bezweren is dat ik mij zo levendig mogelijk voorstel wat ik ga meemaken. Lang leve google streetview!
Het is ook altijd mooi meer op die beelden.
Geweldig!
Nadat ik eerst thuis alle belangrijke punten die ik denk te moeten bezoeken uitgebreid bekeken heb en onthouden, draai ik alles als een film af voor mijn geestesoog zodra ik de deur achter mij dichttrek.
Het is een gave.
Een niet altijd even handige gave, want terwijl ik aan het einde van mijn straat in gedachten al voor mij zie dat ik op de trein van metrolijn drie naar Place de Catalunya stap, merk ik niet op dat in het heden een mevrouw zich op de fiets in mijn richting trapt. Dat rijmt een beetje en daarmee is het vrolijkste van het voorval meteen gezegd, want een botsing volgt en die mevrouw wordt heel boos. Ze wisselt vloeken af met ‘zonde dat ik vloek’. Daar tussendoor beschrijft ze me haar ledematen die pijn doen, inclusief de bonte kleuren van haar zere plekken, wat nogal knap is, want ze houdt gewoon haar kleren aan.
Gelukkig maar, want de hele situatie is al ingewikkeld genoeg.
In een romcom mondt zo’n scène uit in het wrevelige begin van een haperende maar uiteindelijk romantische relatie vol lieflijke misverstanden die allemaal goedkomen en resulteren in een eeuwig huwelijk, maar in mijn leven gaat dat anders.
Dat ik zenuwachtig ben omdat ik op reis moet en daardoor niet goed om mij heen keek, vindt de mevrouw ronduit belachelijk.
‘Haha!’ schatert ze. Als een waanzinnige.
Ik zal nog eens een keer mijn hart uitstorten.
Een andere, minder twijfelachtige gave van mij is dat ik rustig blijf als anderen in paniek raken. Dus terwijl de vrouw foeterend door de straat stuitert, vraag ik zacht of zij misschien even haar fiets wil proberen om te checken of-ie nog heel is.
Ja, ik moet een trein en een vliegtuig halen, maar met een schuldgevoel over mogelijk gesprongen spaken of gebroken kettingen ga ik niet lekker op pad. Pas na de derde keer blijft zij staan en kijkt zij verbaasd naar haar fiets, alsof ze opeens niet meer weet hoe je zo’n ding gebruikt.
Dat weet ze wel, want ze stapt erop en rijdt zonder verdere plichtplegingen weg, om na 25 meter nog wel te roepen dat ik voortaan beter moet uitkijken!
En nadenken!
Dat laatste snap ik in dit verband niet helemaal, los van het feit dat zoiets altijd goed is, maar ik galm niettemin achter haar aan dat ik het beloof te zullen doen. Ook aan mijzelf beloof ik dat, want door de botsing blijk ik een lekke band te hebben opgelopen. Een geduchte deuk in mijn reisschema. Terug naar huis, fiets op slot en naar het station lopen, dat is een kwartier. Een schaamtevol kwartier, aangezien mijn rolkoffer lawaai maakt dat het een aard heeft en ik de hele buurt wakker ratel.
Denk ik.
Niet onterecht, want in Venetië is het al bij politieverordening verboden om met die koffers over de bruggetjes te trekken.
Door het hele gedoe ben ik alle streetviewbeelden kwijt, besef ik. In plaats daarvan is mijn horrorlijst verschenen: de opsomming van alles wat mis kan gaan. Ik zal een andere keer uitgebreider vertellen welke dingen er op die lijst staan. Absurde, maar gewone dingen, waar u hartelijk om zult lachen. Ik bedoel, dat de vliegmachine spontaan uit de lucht zal storten staat er niet op. Wel dat mijn koffer ondanks dat ik alles drie keer heb nagemeten, toch twee centimeter buiten de toegestane maten valt en ik al mijn spulletjes moet overpakken in een inderhaast aangeschafte en veel te dure maar reglementaire koffer waar dat allemaal net niet inpast, zodat ik kostbare tijd verlies met te kiezen welke sokken dan wel stropdas ik op het vliegveld zal achterlaten.
Dat gebeurt allemaal niet. Ik haal mijn trein en vind de incheckbalie, waar een lieve mevrouw mij complimenteert met de boardingpass die ik helemaal zelf van het internet heb getoverd. De volgende keer mag ik van haar meteen naar de gate!
De vliegmachine vertrekt. Ik slaap. In Barcelona schijnt inderdaad de zon. Daar ga ik inzitten. Om alvast van de terugreis te dromen.

Een gedachte over “Ga nooit weg (2)

Geef een reactie op Marjolein Rijken Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.