
Op de boot van Calais naar Dover leef je in een tussenwereld. Ja, nogal wiedes, want het is een veer. Van het vaste naar een eiland. Maar ook tussen thuis en elders. In de anderhalf uur op zee kom je vanzelf in een of andere contemplatieve staat terecht waardoor je voor je het weet de balans van je reis opmaakt en als je niet uitkijkt ook die van je leven.
Welja.
Het is een soort nieuwjaar, maar dan in de ruimte in plaats van in de tijd. Niet een moment, maar een punt om stil te staan. Ja, een hele lange punt. Een lijn. Hm, u begrijpt wel wat ik bedoel.
De zee helpt dan ook om alles eens lekker te overdenken. Die is waar je ook kijkt hetzelfde, zodat er geen verschil is tussen om- en vooruitzien, waardoor ook alles opeens nogal futiel lijkt. En al dat water zet je aan het denken. Dat golft en klotst alsof het niets is. Om te benijden. Gewoon maar één ding doen. Of eh… twee dingen dus. Golven en klotsen. Ook nog te overzien.
Lijkt me wel wat.
Het is in ieder geval beter dan je anderhalf uur lang afvragen of je de auto op slot hebt gedaan of niet, en alle scenario’s die daar het gevolg van kunnen zijn bedenken en uitwerken.
Ja, dat doe ik dan tot ik gek van mezelf wordt. Iedere keer weer, en iedere keer zeg ik tegen mezelf dat ik beter op moet letten. Komt niet meer goed in dit leven.
Daar had de enorme Afrikaan naast mij geen last van. Na twee verveelde selfies met zijn vrouw was hij in slaap gevallen met een boek op zijn kruis.
Hoe mensen dat voor elkaar krijgen, slapen in het bijzijn van vreemden, dat begrijp ik niet. Ik vind slapen, op seks na, zo’n beetje het intiemste wat er bestaat en daar hoef ik dus geen mensen bij die ik niet ken. Laat staan een hele boot vol.
Had die man dus ook geen last van. Hij was al snel behaaglijk aan het snurken en maakte een diep sonoor geluid dat prachtig mengde met het amechtig brommen van de scheepsmotoren.
Het was van een wonderlijke schoonheid, waar hij natuurlijk zelf geen weet van had, en zijn vrouw ook niet, want die was op de bank naast zijn stoel al even diep in slaap. Ze voegde haar eigen geluiden toe. Ik overwoog even om hen op te nemen, want hoe vaak hoor je zoiets moois, en het zou een leuke aanvulling op hun selfies zijn, maar ik wist zo gauw niet hoe ik aan hen in het Engels moest uitleggen wat ik dan gedaan had en zag gebeuren dat ze mijn enthousiasme verkeerd begrepen en me geschokt zouden aangeven bij een veiligheidsbeambte met zo’n lichtgevend gilet aan.
Iedereen heeft tegenwoordig een lichtgevend gilet aan, trouwens.
Zo’n gifgroen hesje.
Ook gewone mensen. Iedereen die gezien wil/moet worden.
Schijnveiligheid.
Pun intended. Ja, als ik een grap zie, maak ik hem. Ook een slechte. Sorry.
De getatoueerde mannen verderop lachten. Wat ik dan wel waardeerde ook al wist ik wel beter. Ze dronken en dan is er altijd wel wat te lachen. Ja, terwijl ik braaf mijn meegenomen boterhammen met kaas opat met een kopje koffie erbij, zaten zij in hun mouwloze t-shirts (waar kun je die dingen nog kopen?) aan een tafeltje vol met pints of lager gezellig met elkaar over van alles en nog wat op te scheppen. Zo zag het eruit teminste. Alsof ze elkaar sterke verhalen vertelden en alles onvoorwaardelijk geloofden.
O, hoe geweldig is dat? Gewoon alles van elkaar aannemen?
Ja, ik wist dat natuurlijk niet zeker, want verstond er niks van, maar ze wisselden geen breipatronen uit, dat was wel duidelijk. Daar kun je echt niet zo hard om lachen. Dronken of niet.
De jongen die hun om de zoveel tijd nieuw bier kwam brengen lachte telkens mee, maar dan een beetje angstig alsof hij bang was dat het niet mocht, wat dan wel weer droevig was, ondanks dat al die bulderende mannen hem ruw maar liefdevol op zijn rug sloegen, vooral omdat hij veel te grote werkkleding droeg, een ontzaglijk wit overhemd dat hij in zijn even ontzaglijke bandplooibroek had gepropt en dat bij iedere klap tussen zijn schouders opbolde als iets dat naar adem hapte.
Zulke dingen zouden verboden moeten zijn.
Zulke dingen.
Ik bedoel dingen waar ik treurig van word.
Zoals bootreizen die een soort oud en nieuw zijn.
Toen ik van de boot reed had de radio zelf een andere zender gezocht en er kwam een viool stukje bij beetje uit het geruis te voorschijn.
Toeval bestaat niet: Bach. Partita no. 2. Chaconne.
Dat is troost.
Altijd.
Waar je ook bent.