Geluk

Bladerdak1

Als je een niet zo heel smerig maar ook weer niet echt schoon cafétoilet binnenstapt, de lucht van de luchtverfrisser, of misschien wel de waterverfrisser of hoe heet zoiets wat aan de rand van de pot hangt, ruikt, nee opsnuift, opzuigt alsof het een of andere verlossing is, het einde van bedompte ademnood, en je dan bij je eigen denkt, oh god een vrouw die zo’n geur draagt, zou ik meteen ten huwelijk vragen, dan is het tijd om toch maar eens de balans van je leven op te maken – vraag me niet waarom precies dán – of althans die van een mooie afgeronde periode, want je hele leven, dat is echt niet te doen in die paar minuten dat je op die plee zit, dus bijvoorbeeld alleen de tijd die verstreek sinds je alles achter je liet en opnieuw begon, laten we zeggen het hele vorige jaar, waarin je dus opnieuw wilde beginnen, met een schone lei, lege bladzijde, blanco, om alle oude fouten te vergeten en geen nieuwe te maken, goede voornemens uit te voeren, terwijl je tegelijkertijd ingesleten gewoontes die niets dan belemmeringen en balast waren zou afleren, om een leidraad te vinden voor de rest van je leven, welja, om er voor de zoveelste keer achter te komen dat die belemmeringen of balast of wat al niet meer wel mooi de enige houvast vormden – nee vormen, tegenwoordige tijd! – in god beter het om het even welke fase van je leven dan ook, inclusief de toekomst, waarschijnlijk, en je ze niet missen kunt, omdat die, godverdomme-zonde-dat-ik-het-zeg, nou precies dat zijn wat je bent, een bijna oude zenuwlijder die niet zonder zijn zenuwen kan en bij het minste of geringste sentimenteel wordt, ook op de w.c. van een kroeg, kort voor twaalf uur op de laatste dag van het jaar, maar wel met de tegenwoordigheid van geest om dit allemaal te noteren, want, ja, dat doe ik, met mijn duim, letter voor letter typ ik alles in mijn iPhone, die telkens op zwart gaat als ik te lang nadenk over een volgend woord, de precieze betekenis ervan wik en weeg tot ik gek ben, waarna ik het ding weer tot leven wek en als een kind zo blij naar het scherm lach, omdat ik op dat scherm een herinnering heb geïnstalleerd, dat wil zeggen een foto die me aan iets van vroeger doet denken, aan een wandeltocht door de Drunense duinen met mijn vader en moeder, zij hand in hand voorop en wij, de kinderen, in de bolderwagen, die mijn vader voorttrok en voorttrok en voorttrok tot we zoals gewoonlijk verdwaalden, dat voelde ik de hele weg al, hoe mooi is zoiets, dat je zo klein als je bent al ergens in je achterhoofd of je hartje weet dat welke reis je ook met je ouders maakt je altijd ergens anders uitkomt dan de bedoeling is, en dit is geen metafoor, we raakten gewoon altijd de weg kwijt, maar dat was niet erg, want het kwam altijd goed, zoals toen ook, toen we opeens een open plek opreden, een tra van rul zand, waar de wagen in weg zakte zodat we niet verder konden en mijn ouders gewoon op de grond gingen zitten, omdat ze van de slappe lach niet meer konden staan en wij toch alledrie al bijna sliepen, mijn broertje, mijn zus en ik, dus wat maakte het allemaal uit, we hoefden nergens heen, zeiden mijn vader en moeder tegen elkaar, dit was een mooie plek om uit te rusten en niks te doen, dus dat deden we, uitrusten en niks, en ik staarde slaperig omhoog, naar de zon die door de bladeren scheen, en dácht ook niks, of nou ja, ik dacht, wat is niks eigenlijk, wist ik niet, maar als dit het was, deze warme zomermiddag, een onzichtbare deken van zoemende insecten en kwetterende vogels waar het zachte grinniken van mijn ouders langzaam in verdween, mijn broertje en zusje warm en loom tegen mij aan, een ritselende groene hemel boven mij, overal de geur van mos, en alles oneindig alsof de tijd stil stond en dit moment nooit meer op zou houden, als dat niks was, dan was niks het mooiste wat ik ooit had meegemaakt… over balans opmaken en een leidraad vinden gesproken, dat had ik al gedaan, op die middag in dat bos – ja, toen ik zeven was al! – alleen dan zonder dat ik het wist, om er pas vijftig jaar later opeens aan terug te denken bij het zien van een foto ergens op internet en nog wat later pas te beseffen dat het niet zomaar een herinnering was, maar een herinnering aan niks, aan niks hoeven.
Dat heb ik weer.
Nee, positiever.
Ik héb het!
Eindelijk.
Nu vasthouden.
Minstens een jaar.
Geluk, bedoel ik.
Moet ik kunnen.
Ik hoop u ook.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.