
Bij de slijter stond ik zo lang naar een fles wijn te staren dat het raar was.
Denk ik.
Achteraf beschouwd.
‘Groot Geluk’, stond erop.
Wat de hele situatie alleen maar raarder maakte.
Denk ik.
Achteraf beschouwd.
God zij dank heb ik nog ergens een onderbewustzijn. Als ik al te ver afdwaal van de gewone-mensen-wereld roept altijd een of andere gedachte me wel tot de orde. Ik weet nooit waar die dan vandaan komt. Maar het is wel een creatief fenomeen, al zeg ik het zelf (of nou ja zélf, dat is een ingewikkeld begrip in dit verband, als u begrijpt wat ik bedoel) want iedere keer is het weer een verrassing. Hoe kom ik dáár nou weer bij, vraag ik me dan af. Soms met enige zorg, maar daar ga ik het nu niet over hebben.
De mens is een raadsel, laten we het daar maar op houden.
Eh, terug naar de slijter… Terwijl ik daar met die fles ‘Groot Geluk’ in mijn handen stond, zette mijn onderbewustzijn ergens een klein bovenraampje open waardoor een wijze raad van Marktplaats mijn bewustzijn binnenkwam.
‘Laat uw gezonde verstand spreken: als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo.’
Kan zo op een tegeltje. Tegel, want het is een nogal lange wijsheid.
De sjieke variant ervan is van Spinoza (oh god, daar heb je hem weer met zijn Spinoza, hoor ik u denken, lees toch maar door): ‘Het kan ook niet anders of iets wat zo zelden gevonden wordt, is moeilijk. Want als het heil binnen handbereik lag en zonder veel moeite gevonden kon worden, hoe zou het dan mogelijk zijn dat het door bijna iedereen werd genegeerd?’ (Voor wie de ziekte van Spinoza ook eindelijk te pakken heeft en de Ethica wil lezen, dit is uit de mooiste vertaling in het Nederlands, vind ik, van Corinna Vermeulen)
Eh… Erg sjiek gezegd dus, ingewikkeld misschien, maar net als marktplaats wil hij maar zeggen dat als geluk voor € 14,85 per 0,75 liter te koop zou zijn, de hele winkel zou vol staan met dromers als ik.
Terwijl iedereen geluk dus heel erg overschat. Je hoort er veel over, maar het valt enorm tegen. ‘De jacht op geluk is een existentiële vergissing’, las ik laatst. Zodra je het zoekt begint de ellende. Zit wat in, want het is een heel gedoe. Maar het is ook wel beetje pessimistisch, zo’n uitgangspunt. Voor de handdoek in de ring sta ik ’s morgens niet op. Dan liever de onomwonden raad van Marktplaats. Of nee, doe de voorzichtigheid van Spinoza maar: het bestaat en we kunnen het bereiken, maar het is wel even een dingetje.
Ik moest aan mijn kat denken. Mijn ex-kat, om precies te zijn. Een schuchter beestje met een ingeschapen angst voor mensen dat ik in een onverklaarbaar opgewekte bui voor € 90,25 uit het dierenasiel had bevrijd om vervolgens een jaar lang te proberen een band met haar op te bouwen, wat ik uiteindelijk opgaf nadat we elkaar het leven onmogelijk hadden gemaakt in de aanloop naar haar halfjaarlijkse vaccinatie tegen weet ik veel wat. Dat zij voor haar eigen bestwil in het getraliede draagmandje moest, kon ik haar niet goed uitleggen en het handgemeen waar ik daarna onbeholpen in met haar terechtkwam, verloor ik .
Toen ik op een gegeven moment mijzelf op mijn buik, met bloedende handen, half onder de bank, oog in oog met haar aantrof en hardop in mijn lege huiskamer tegen haar hoorde zeggen: ‘okay, jij wint!’, wist ik dat het voorbij was.
Exit mijn kat.
Snik.
‘Kan ik u helpen?’
De slijter.
Slijtster. Of hoe noem je een vrouwelijke slijter? Hm. Laten we het op sommelière houden. Dat klinkt romantischer. Hoewel het resolute gebaar waarmee ze meteen de fles uit mijn handen nam en in het rek terugzette me eerst nogal afschrok. Evenals haar glimlach. Meewarig, alsof ze Spinoza ook gelezen had.
Maar ze had enorm rood krullend haar, veel aandoenlijke sproeten en groene ogen, dus toen ze me zonder iets uit te leggen meenam naar de whisky’s, liep ik mee, pakte blind de fles aan die ze me gaf en liep naar de kassa. Resistance was futile. Toen ik afrekende, glimlachte ze weer.
‘Laat me eens weten wat u ervan vindt,’ zei ze.
Toen ik thuis kwam, pakte ik meteen de fles uit: Writer’s tears. Traantje op het etiket.
Zoiets verzin je niet. Of nou ja, die sommelière wel. Een beetje griezelig, dacht ik nog, voordat ik een glas voor mezelf inschonk. Lekker spul. Maar ook een beetje sneu. Self fullfilling promise in a bottle, want na het tweede glas kon ik wel janken, als het ware. ‘Een echte drinker spuugt de kurk weg; een Iers gezegde,’ had ze ook nog gezegd. Die kurk vond ik de volgende dag terug, samen met een paar halve herinneringen. Zie hierboven.
Jammer dat ik niet meer weet waar die slijter is. Helemaal kwijt. Inclusief die sommelière. Van wie ik opeens vermoed dat ze helemaal niet bestaat.
Te mooi om waar te zijn.
Achteraf beschouwd.