
In de trein van Boxtel naar Deurne stapte kort voor vertrek een man de coupé binnen die ons allemaal goedemorgen wenste en daarna meteen uitlegde in wat voor een nare situatie hij zich bevond: defecte ov-chipkaart, portemonnee thuis laten liggen, en een familiegeval in Bakel waar hij onmiddellijk heen moest.
Als nou iedereen hem wat geld gaf, dan kon hij gezwind een los kaartje aanschaffen en afreizen. In de stilte die volgde omdat wij dit alles overdachten, bekende hij openhartig dat hij iedere dag met deze trein heen en weer reisde. Waarom dat was, en waarom hij dat vertelde, liet hij aan onze fantasie over.
Moet je net mij hebben.
Ik zal eerlijk zijn, ik vond dat de man er niet als een forens uitzag. Vraag me niet hoe zulke mensen er dan wel uitzien. Het beeld dat ik van hen heb is schimmig, maar als iemand daar niet aan voldoet, voel ik dat meteen. Maar wie ben ik, dus stel dat hij dat toch deed, forensen bedoel ik, waarom dan? Alweer, om nogal vage redenen zag hem niet dagelijks naar een vaste betrekking gaan. Dus hij reisde om iets anders heen en weer.
Dat ‘heen en weer’ hield mij wel bezig, eigenlijk. Dat kwam opeens uitzichtloos op me over, alsof een moderne versie van de Vliegende Hollander was, maar dan voor straf met zijn ziel onder zijn arm op een trein in plaats van op een schip en zwervend op het traject Boxtel-Deurne – kan dat, zwerven op een traject? – in plaats van over de wilde wateren bij Kaap de Goede Hoop.
Maar dus wel zoals in de sage op zoek naar echte liefde.
Eh… ik laat het verhaal over de Vliegende Hollander even zitten. De kern is: onnadenkende kapitein sluit deal met de duivel om snel die kaap te ronden, en moet de rest van zijn leven blijven varen, mag slechts eens in de zeven jaar aan wal om een vrouw te vinden die hem onvoorwaardelijk liefheeft en zodoende van zijn vloek verlost.
Wel ja, iemand die eeuwig van hem houdt.
Die familiekwestie van de man uit Deurne zag ik opeens in een heel ander licht. Hij zat gevangen op het spoor tot een vrouw hem in haar hart zou sluiten! En om het voor ons niet al te erg te maken nam hij zijn toevlucht tot eufemismen.
Een familiegeval, duh!
Hij was eigenlijk nog erger gestraft dan zijn legendarische lotgenoot. Hij moest niet alleen zwerven tot hij de liefde had gevonden, maar ook nog eens bedelen om reisgeld. Hoe cynisch is dat!?
Ja, mensen, met de duivel valt niet te dollen.
Intussen kreeg de hele situatie dus wel universele en tijdloze dimensies. En mijn reisgenoten zaten nog steeds verlegen en onwetend in hun mobieltjes te staren in de hoop dat de Vliegende Forens onverrichter zake zou vertrekken.
Ik besloot hem te helpen (je werkt bij de reclassering of niet) en ging naast hem staan om voor iedereen de diepere betekenis van dit alles uit de doeken te doen.
Dat werkte. De een na de ander keek op en velen staarden mij begripvol aan. Een warm medeleven vulde de ruimte. De man om wie het allemaal ging rilde en wierp een onrustige blik naar buiten, waar de conducteur in beeld verscheen, en staarde wanhopig naar de passagiers, die wel geroerd maar niet vrijgevig bleken. Romantiek en financiën, da’s geen fijne combinatie. Hij wendde zich nijdig naar mij.
‘Zo, professor, volgens mij ga jij dus effe schuiven!’ siste hij. Buiten tuurde de conducteur langs de trein om te zien of we veilig konden vertrekken. ‘Nou?!’
Goed, het kostte een paar centen, maar daarna was ik tot aan Deurne de held van de coupé.
Eh…laat die frase even tot u doordringen: ‘tot aan Deurne de held van de coupé’, sneuer kan niet. Wat voor een leven leid ik eigenlijk?
Uhmm… Hoe dan ook, het was echt ontroerend dat ik de bedelaar zo had geholpen, vond iedereen. En een mevrouw die het niet helemaal had begrepen, zei dat zij dan wel met mij wilde trouwen, want je hele leven op zo’n trein dolen, dat was ook niks, vond ze.
Dat aanbod sloeg ik af.
Zo sneu was het nou ook weer niet.