
Eigenaarschap, daar hoor je ook veel over, tegenwoordig. En iedere keer als iemand dat woord gebruikt, word ik chagrijnig. Dat komt omdat het een modewoord is, want daar ben ik allergisch voor.
Heel erg.
‘Eigenaarschap’ heeft zo’n beetje alle kenmerken van een modewoord, waaronder de belangrijkste: je kunt het gebruiken zonder dat je hoeft te zeggen wat je ermee bedoelt. Zo kun je in een vergadering met een gerust hart zeggen dat je in een voorliggend stuk (ja, sorry, zo heet dat) ’vooral eigenaarschap mist’.
Probeer het maar eens. Instemming is je deel.
Hoera!
Beleid maken is echt heel makkelijk.
Je kunt eigenaarschap ook voelen, las ik laatst: “De leden van succesvolle teams voelen eigenaarschap, omdat ze echt eigenaarschap hebben. En dat doet iets met mensen. Ga maar bij jezelf na. Jij voelt toch ook eigenaarschap?”
Wie weet wat er staat, mag het zeggen.
Trouwens, nu de vraag toch op tafel ligt (bij wijze van spreken); nee, ik voel geen eigenaarschap. Ik ben de eigenaar van een fiets, maar ik voel dat niet. Ik voel wel overal pijn als ik heel hard en ver gefietst heb. En als het regent voel ik druppels op mijn kop, als ik tenminste buiten loop zonder hoed.
Eh…
Terug naar eigenaarschap.
Met ‘eigenaarschap’ is ook nog iets anders aan de hand. Ik word niet alleen kregel als ik het hoor, maar ook wantrouwig. Als iemand erover begint, ben ik meteen op mijn hoede. Ik wist eerst niet waarom, tot ik een keer niet oplette en opeens ergens eigenaar van was (of, zoals men zei: eigenaarschap van had, dat klinkt minder over de schutting gegooid). Niet van een fiets of een hoed, maar van een proces. Welja. Vraag me niet hoe zoiets kan. Ik bedoel, hoe kun je eigenaar zijn van een proces? Ik vind dat raar.
Irritant. Iemand eigenaar maken van iets wat je niet kunt zien of vastpakken, dat is heel gemeen.
Maar gemeen of niet, het is een veel voorkomend fenomeen, en je moet er al op de basisschool aan geloven, staat hier: “We willen graag dat kinderen actief betrokken worden bij hun eigen leerproces, zij moeten eigenaarschap ontwikkelen”.
De arme schapen. Die dachten lekker naar school te gaan om in het wilde weg een eind heen te ravotten en te leren lezen en rekenen, maar kregen toen in plaats daarvan dit in hun schoenen geschoven.
Een leerproces!
Zo ken ik er nog wel een paar. Patienten die eigenaarschap van hun eigen genezing moeten voelen (heb je buikpijn, krijg je dat er ook nog eens bij); vluchtelingen die eigenaarschap van hun eigen terugkeer moeten ontwikkelen… Enzovoort.
Eigenaarschap is een symptoom van participatie. Als je het hebt, ben je de klos. Het gaat over meedoen, denk je, maar het betekent gewoon dat je het lekker zelf moet uitzoeken.
Voor anderen is eigenaarschap dan weer positief, geloof ik, aangezien het op internet sterft van de cursussen waarin je leren kunt hoe je eigenaarschap kunt verwerven of anderen kunt helpen het te verwerven. Het is kennelijk een hip dingetje, en begerenswaardig bovendien. Hoewel ik na wat surfen er niet echt achter ben gekomen voor wíé het nou zo begerenswaardig is…
Of nou ja, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat organisaties vooral willen dat professionals eigenaarschap ontwikkelen/hebben/voelen of wat dan ook, maar dat professionals er zelf niet om staan te springen.
Net als die kinderen. Want zoals ik al schreef, die komen echt niet naar school om eigenaarschap te ontwikkelen. Die willen spelen. En dingen leren. Het liefst tegelijk, want dat is het leukste.
Dat wil eigenlijk iedereen.
U ook.
Wedden?
Ik in ieder geval wel.
Dus eh… dit blog is wel zo’n beetje af.
Ik ga buiten spelen.
Spot on!
Lekker buiten spelen!
X
LikeLike