De eikenprocessierups, daar hoor je ook veel over tegenwoordig.
Mooi woord, eikenprocessierups.
Omdat iedereen altijd zegt dat ik zo openhartig ben, ga ik hier niet geheim te houden dat ik dat woord eerst verkeerd begreep. Half en half expres, want iets verkeerd begrijpen is vaak veel grappiger.
Ik dacht dus dat die éíken in processie moesten staan. Netjes op een rijtje achter elkaar. Ja achter elkaar, wat best wel moeilijk vast te stellen is, omdat volgens mij een boom geen voor of achterkant heeft, dat wil zeggen de voor- of achterkant is afhankelijk van waar je staat. Ik ga dat verder niet uitleggen want ik moet nog meer vertellen. En ik denk dat u wel snapt wat ik bedoel.
De eikenprocessierups begreep ik als een rups die voorkeur heeft voor eiken die achter elkaar staan. Kennelijk kunnen die beestjes wél bepalen wat de voor en achterkant van een eik is, dacht ik, en dan kunnen ze ook nog eens zien dat ze in processie staan. De eiken bedoel ik. En dat terwijl ze op de grond tussen het gras en gevallen bladeren rondscharrelen, de rupsen bedoel ik.
Maar goed, de natuur staat voor niets. Zei ik tegen mezelf.
Allemaal niet waar dus.
Jammer.
De rupsen zelf, die vallen wel mee, las ik ergens, het gevaar zit in hun haren. Die branden. Ze heten dan ook brandharen. Een enkele krant schreef erover in de verkleinende vorm: brandhaartjes. En ja hoor, ik zag brandhaardjes (met een ‘d’) voor me, inclusief hele kleine brandweerautootjes met hele kleine brandweermannetjes en -vrouwtjes die een heel klein fikkie aan het blussen waren.
Schattig toch?
Neem van mij aan, het leven is een stuk grappiger als je het verkeerd begrijpt. Of nou ja, je moet niet alles verkeerd begrijpen. Denk ik.
Nooit geprobeerd.
Hoe dan ook, voor wie alles meteen goed begrijpt, zijn de rupsen een plaag en zorgen ze voor onveilige situaties. Dan komen ze in de krant en moeten ze bestreden worden. Roep ‘onveilig’ en er volgen maatregelen: bijvoorbeeld mensen gekleed als maanlanders met enorme stofzuigers die de eiken te lijf gaan.
Exit processies.
Maar we leven in Nederland, en dat gaat dus zomaar niet. Wat blijkt, in ieder stad of dorp pakken ze de bestrijding van de rupsen anders aan. Er is geen lijn in te vinden. De wethouders voor bestrijding van onveilige situaties en andere enge dingen roepen dat er centraal beleid moet komen.
Nou ben ik van beleid en ook nog eens van het landelijk kantoor (= een centraal orgaan), maar volgens mij is dat geen goed idee. Ten eerste omdat het beleid er dan nooit komt, want voor de landelijke commissie samengesteld is en die een gemeenschappelijk gedragen eikenprocessierupsenvisie heeft weten op te stellen, zijn al die rupsen al aan het poppen om vlinder te worden. Ten tweede omdat je met centraal beleid die rupsen in de kaart speelt, want dan kunnen zij op hun beurt een landelijke tegenstrategie ontwerpen om op de centrale mensenstrategie af te stemmen, in plaats van dat zij door de volkomen ondoorzichtige en fijn chaotische regionale en lokale aanpak helemaal in de war raken, en van wanhoop niet meer weten wat de voor- of achterkant van een eik is, laat staan dat ze nog fatsoenlijk kunnen zien of die eiken achter elkaar staan, om vervolgens in verwarde toestand de lanen uit en de paden af te gaan.
Maar nee hoor, alles moet centraal.
Inmiddels is het centrale punt er, inclusief een website om vragen te stellen, een kenniscentrum voor onderzoek, en protocollen om op te volgen.
Dit alles om te bewijzen dat de mens niet meer tegen de natuur op kan.
Let op mijn woorden mensen, we zijn aan het verliezen, we kunnen maatregelen nemen wat we willen, centraliseren en protocolleren tot we een ons wegen, maar hoeveel brandweermannetjes en-vrouwtjes we ook inzetten, uiteindelijk zullen de infernootjes ons verslinden.
Misschien moeten we toch beginnen met een paar dingen niet goed te begrijpen. Kleine dingen. Gewoon proberen. Voor de lol. Even veel jeuk, maar wel grappiger.
Houden we ook meer tijd over om de grote dingen goed te begrijpen.
p.s. Over dingen verkeerd begrijpen gesproken… (sorry, het volgende heeft niets met het voorgaande te maken, maar ik móét dit opschrijven, ik loop er al zo lang mee rond).
In het revalidatiecentrum waar ik altijd kom, hing laatst een bordje: ‘Training ganganalyse’, met een pijl eronder, naar rechts. Waar een enorme gang is. Dus dat begrijp ik wel, zo’n gang, dat is geen eenvoudige constructie, daar moet je zo nu en dan eens wat langer bij stilstaan, uitzoeken hoe het nu eigenlijk zit. Voor architecten in opleiding zag ik er veel nut in zo’n analyse. Ik stelde mij voor hoe een klas jonge studenten met een gretige blik op hun knieën door de gang gingen om op het einde van de dag met z’n allen tot de conclusie te komen dat een gang eigenlijk niks is zonder het gebouw. Kan zo op een tegeltje, en daar dan weer een foto van op LinkedIn.
