
‘Wat denk je dat we kwijt waren, alle vier een pannenkoekje, de kinderen een flesje Ranja?’
De man keek de vrouw aan met de slimme blik van iemand die een geheim raadsel in de groep gooit (de groep: twee echtparen, mannen en vrouwen tegenover elkaar).
Vilein als een soort Repelsteeltje. De man bedoel ik; de vrouw schudde voorzichtig haar hoofd. Ze had geen flauw idee. Je kon wel aan haar zien dat ze hoog wilde inzetten. Maar hoe hoog, daar twijfelde ze nog over. Dat vond de man niks, hij verloor langzaamaan zijn geduld. Getreuzel, dat was niks voor hem, had-ie geen tijd voor. En hij was een beetje bang dat ze precies in de roos zou gissen.
Ik vroeg me intussen af of Ranja nog wel bestond. In welk vooroorlogs etablissement verkochten ze dat spul nog? Ik googelen, om erachter te komen dat ik de afgelopen halve eeuw natuurlijk weer niet had opgelet, want het bestaat al 100 jaar en is nooit weg geweest. Toch klonk het als iets dat in de vaart der volkeren gesneuveld was. Ik kan me niet herinneren dat mijn kinderen het ooit dronken. Maar misschien was het toen niet zo hip als nu.
Limonade bedoel ik. Want dat is super modern. Ieder zichzelf respecterend hipster café verkoopt tegenwoordig zelfgemaakte limonade (van zelf geteelde en herontdekte vruchten). En trouwens, ook zelf gebrouwen bier (van kokosmakronen en zelf gerookte hagelslag) en/of zelf gedroogde beef jerky (van zelf geschoten oerherten).
Misschien wilden mijn kinderen er niets van weten, van Ranja, en vonden ze het ook oubollig. Ik herinner mij icetea en cola. Vanaf dat ze konden praten tot ver in hun puberteit.
Maar goed, laat ik niet zo denigrerend over die hipsters doen, want het lijkt erop dat we door hun onverschrokken pogingen om alles zelf te doen nu eindelijk af zijn van het verschrikkelijke ‘huis gemaakte’, en daar ben ik hen eigenlijk wel dankbaar voor.
Eh… terug naar de man met zijn pannenkoekjes en Ranja. Of eigenlijk, naar de vrouw die naar de prijs ervan moest raden. Want ze gaf het op en onderging gelaten de man zijn glorieuze ‘een-en-vijftig-vijf-en-negentig!’ (€51,95!). Een bedrag dat hij als een troefkaart op tafel gooide.
Enigszins geïrriteerd, ten slotte.
De reactie van de vrouw viel hem namelijk tegen, ze was niet half zo verbaasd als hij (nog steeds) verontwaardigd. Nu was hij triomfantelijk voor niks. En hij kreeg nóg een teleurstelling te verwerken want zij wist iets anders dat ook heel erg duur was geworden (sinds weet ik veel wanneer).
Vakantiehuisjes!
Daar had de man niet van terug. Hij moest bovendien raden hoeveel het kostte om met de kinderen, klein kinderen, aanhang, en nog wat aanverwante mensen een midweek op Texel te bivakkeren. In het voorseizoen!
‘Vijfhonderd?’ vroeg hij. Ongeïnteresseerd.
De vrouw lachte schamper. ‘Het dubbele!’ De man knikte alsof hij dat al verwachtte.
Goed, dat ging zo een tijdje door. Om de beurt noemden ze een of andere onderneming of recente aanschaf waarvan de ander dan de prijs moest raden.
Ik onderdruk hier de neiging om alles inclusief de prijzen op te sommen. Hoewel ik ze vreemd genoeg nog wel allemaal kan reproduceren.
Ja, vreemd genoeg, want ik ben niet zo’n cijfermens. Maar nu had ik zonder al te veel moeite de volledige boekhouding van het gesprek tussen de twee man in de vrouw bijgehouden. Toen ze uiteindelijk moe gestreden zwegen en naar hun lege theeglazen keken, stond ik op en liep ik naar hen toe om de eindstand bekend te maken. Tot mijn vreugde had de vrouw gewonnen, ze had verreweg de beste schattingen gedaan. Ze glimlachte tevreden. De man ritste beteuterd zijn beige windjack dicht en zette zijn pet op.
‘Meneer!?‘ De serveerster stond naast mijn tafeltje.
Opeens!
‘U wilde betalen?’ Ik knikte en ging recht zitten om mijn pasje te pakken. ‘Eens even kijken: één imperial stout maple syrup on smoked rye en drie bitterballen van vergeten groenten, dat is dan achttien vijfenzeventig.’
Ik keek rond, maar de twee echtparen waren vertrokken. Toch zou ik gezworen hebben dat ik ergens in de verte die man hoorde lachen.
Satanisch, zoals dat heet.
De foto is van Wikimedia Commons