Schaatsen

Nou, de Olympische spelen zijn begonnen hoor. Ik keek samen met mijn moeder naar het schaatsen. Omdat ik zelf geen tv heb en het lang geleden was dat ik integraal naar een sportprogramma had gekeken, was de tv-uitzending een grote verrassing. Wat een uitgebreide toestand maken ze daarvan, tegenwoordig!

Het kan door de strenge Chinese coronaregels komen, of door het Nederlandse chauvinisme, maar in de studio zaten zo ongeveer meer mensen aan tafel dan er in Peking op het ijs waren. Vier deskundigen maar liefst, die als een soort miniversie van het laatste avondmaal van Da Vinci aan een lange tafel zaten.

Bij de NPO hadden ze waarschijnlijk gedacht: wat minister Kuipers kan, kunnen wij ook, dus er stond een meneer bij een groot scherm vol staatjes en grafiekjes met rondetijden door de eeuwen heen, afgezet tegen de luchtdruk in China, de schoenmaat van de schaatsenrijders (m/v) en toonsoort van hun lievelingsmuziek.

De grote vraag bij de 5000 meter voor de mannen was wat Sven Kramer nog kon. De doorgestudeerde meneer had tekeningen van Svens houding en beweging gemaakt om te bewijzen dat deze sinds zijn eerste gouden 5K inmiddels 16 jaar ouder was.

Goh.

Een even serieuze als mysterieuze constatering bij de vergelijking tussen een oude en recente foto was: ‘kijk, hij gebruikte toen veel meer ijs!’ Ik vroeg mij af hoe Sven nu dan zou schaatsen. Met minder ijs leek mij niet geloofwaardig. Het antwoord bleef jammer genoeg in het ongewisse steken, zodat ik er tot diep in de nacht over na bleef denken.

De mensen aan de tafel wisten daarentegen wel precies wat je moest doen om te winnen. Ik geef hier een kleine bloemlezing van de tips: je eigen race rijden; pieken op het juiste moment; alles geven; de longen uit je lijf rijden; tot op de bodem gaan; vlak rijden; snelle rondetijden vasthouden; en last but not least: een goede tijd neer zetten. De beste tijd om precies te zijn, zei ik er achteraan, maar mij vragen ze natuurlijk weer niks.

Het woord waar iedereen zijn advies mee begon, heb ik voor de gein weggelaten: ‘gewoon’. Je kunt van die deskundigen zeggen wat je wilt, maar ze beheersen wel de kunst om gemeenplaatsen zo te brengen dat het lijkt alsof ze vertrouwelijke informatie prijsgeven. Zo vaak ‘gewoon’ zeggen en dan toch de indruk wekken dat je iets bijzonders mededeelt, chapeau!

Het is natuurlijk vooral interessant doen. Begrijp me goed, Ik wil de prestaties van sporters niet bagatelliseren hoor, maar het gaat er (gewoon) om dat je hard schaatst. En als je wil winnen, harder dan de anderen.

Maar dat vinden ze bij de televisie niet genoeg.

Commentatoren zijn daarom altijd op zoek naar twee dingen: verklaring en emotie. Met dat laatste hebben ze bij schaatsers enorme pech, want dat zijn allemaal nuchtere Friezen, Groningers, Drenten et cetera, die heus wel emoties hebben, maar lang niet zulke uitgebreide als de mensen van de tv willen. Een van de commentatoren deed dan ook een vreugdedansje toen Sven Kramer achteraf bekende dat hij zijn prestatie een beetje gênant vond.

‘Dus je schaamde je?!’ vroeg de interviewer ongelovig. Hij kon zijn geluk niet op.

Het was gewoon sneu.

Maar niet half zo sneu als de nabespreking van Roest zijn race. Met z’n vieren gingen ze verklaren waarom hij niet de beste was. Je zou denken dat het gewoon een kwestie van minder hard schaatsen was geweest, maar u snapt intussen wel dat zoiets veel ingewikkelder is.

Hoewel de deskundigen deden alsof het om een objectieve analyse ging, kwam de bespreking neer op een gemakzuchtig maar genadeloos vonnis. Alsof het al niet naar genoeg was voor Patrick dat hij verloren had, gingen ze zijn race nog eens nauwgezet ontleden om te checken wat hij fout had gedaan.

In plaats van medeleven en begrip voor Roest zijn teleurstelling te tonen, meenden de mannen aan de lange tafel dat het voor ons kijkers veel interessanter zou zijn dat zij handenwrijvend voor ons zouden uitrekenen hoeveel jaar Patrick Roest iedere nacht wakker zou liggen om zijn hoofd te breken over ‘waar hij die 0,4 seconden had laten liggen’.

Nee, smart delen was echt veel minder leuk dan vermenigvuldigen. Maal vier, om precies te zijn. Of nee, maal vijf, want opeens bleek er in het verre China ook nog een meneer te staan die vroeger geschaatst had en dus mee mocht praten. Hij wist ons hevig ontdaan te vertellen dat het allemaal ingeslagen was als een bom. Hij wist gelukkig wel waar die 0,4 seconden gebleven waren, namelijk ergens in de laatste 200 meter.

Ik was blij voor Patrick, want dan hoefde hij daar in ieder geval niet van wakker te liggen. Dat deed de meneer in China wel voor hem, want diens verdriet was niet te stelpen.

Dat kon natuurlijk ook altijd nog, gewoon zelf emotioneel worden…

‘Hé!’ riep mijn moeder. ‘Kun je je commentaar even voor je houden? Ik heb al genoeg aan die mannen daar! Schrijf het maar allemaal in zo’n blog van je op.’

Dus vandaar.

De foto is van Wikimedia Commons.

3 gedachten over “Schaatsen

      1. Ja, ik woon al jaren in het buitenland. Als schaatsfan heb je het daar niet al te makken omdat de wedstrijden niet op TV kunnen worden gevolgd. Ik heb nu de gewoonte om ze via internet, al dan niet direct maar praktisch altijd zonder commentaar, te volgen. Op bezoek bij MIJN moeder bekeek ik met haar de wedstrijden voor het eerst in tientallen jaren op de Nederlandse TV. Was een feestje hoor maar het enorm toegenomen leutergehalte van de hele uitzending was wel opvallend (ik vind dat trouwens ook van het journaal op N1. Ik hoorde liever Fred). De zoektocht naar sensatie en emotie is zowel afmattend als afvlakkend.

        Like

Geef een reactie op Margriet Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.