In die zin

Negen bewegende pasfoto’s op het scherm van mijn iPad en één ervan schuift naar de pole position (links boven), de miniponem van de voorzitter, die eerst vrolijk een halve minuut naar lucht hapt tot we allemaal roepen dat hij zijn microfoon aan moet doen en dan vervolgens (waarschijnlijk nog eens) opgewekt roept dat hij blij is dat we allemaal op zo’n korte termijn konden aanhaken. Hij legt uit wat de bedoeling van de bijeenkomst is en zegt twee keer zonder dat duidelijk is waarom: ‘in die zin’.

Hm.

Opeens zegt iedereen te pas en te onpas ‘in die zin’. Waarom is dat? Ik vraag me dan iedere keer af: in welke zin? Of: is er ook een andere zin? Kan ik er een kiezen, of een paar zinnen vergelijken?

Nee.

Even voor de duidelijkheid, ik bedoel dus met ‘zin’ geen “serie woorden die gezamenlijk in syntactisch verband een afgerond geheel vormen”. (Ja, een hele nare definitie, maar ik kon even niks anders vinden.) Nee, ik bedoel dus ‘zin’ als een ander woord voor ‘opzicht’ of ‘oogpunt’.

(Als ik lang naar deze woorden kijk, vind ik ze vreemder en vreemderder* — vooral oogpunt — en vraag ik me ernstig af of ik u met deze blog ga helpen, maar lees toch vooral door.)

Maar ‘in die zin’ gaat nooit over opzichten of oogpunten. Je zou verwachten dat er na ‘in die zin’ een specificatie volgt, uitleg van ‘die zin’ (het opzicht/oogpunt), maar die komt nooit. ‘In die zin’ is een tussenwerpsel, maar dan zonder functie, een specificatie die niets specificeert. Het is meer een soort stopwoord. Zoiets als Johan Cruijffs ‘op een gegeven moment’.**

Wat mij doet denken aan de kapelaan van mijn oma’s parochie die enkele weken nadat mijn opa was overleden bij haar op bezoek kwam terwijl wij (ouders, zus en broer) er ook waren. Ik weet niet waarom ik mij die meneer nog herinner. Of wacht, natuurlijk weet ik dat, namelijk omdat die man dus ook steeds een zinloos tussenwerpsel gebruikte. Hij zei om de haverklap ‘net wat u zegt’. Waarschijnlijk had hij op de kapelanenschool geleerd om conflicten te vermijden (of positiever: harmonie te zoeken). Hij was het voor de zekerheid gewoon met iedereen eens. Denk ik.

Maar ik heb hem vooral onthouden omdat mijn vader en moeder nadat hij vertrokken was uit hun stoel vielen van het lachen omdat ze alle twee zijn tussenwerpsels hadden zitten te tellen.

Oh, dat klinkt raar. Maar goed, het staat er al. Die man hád dus geen tussenwerpsels (Joost mag weten hoe dat eruit zou zien, ik moet er niet aan denken), hij gebrúíkte ze. Dat klinkt misschien ook raar, maar iets anders kan ik er niet van maken.

Hoorbaar, trouwens. Dat tellen bedoel ik. Nee niet zo hoorbaar als bijvoorbeeld die omroepers bij dartwedstrijden, maar voor de goede verstaander redelijk te volgen gefluister. De kapelaan had trouwens niks in de gaten.

Naderhand hebben mijn vader en moeder nog lang geprobeerd om het gesprek te reconstrueren, want ze waren ieder voor zich op een ander getal uitgekomen, en aangezien mijn vader boekhouder was (nu heet dat controller), zat hem dat niet lekker. Cijfers moesten wel kloppen, of het nou een grootboekrekening of een simpele optelsom was.

Goed, terug naar dat tussenwerpsel ‘in die zin’. Wat moeten we daarmee? Ik zie enkele mogelijkheden: 1) verbieden (de favoriete maatregel van overheden die niets anders kunnen verzinnen om hun onmacht te tonen — oh dat is wel heel cynisch en venijnig, nou ja ik laat het staan hoor — maar dus niet mijn keuze, dat snapt u wel); 2) reguleren (ook een favoriet middel van… et cetera), te beginnen met: 3) opnieuw definiëren, zodat iedereen tenminste weet wat hij/zij zegt (dat is meer voor de dromers, want veel mensen willen dat helemaal niet weten).

U raadt het al, geen van die opties is reëel. Dus ik volgde de raad op van mijn moeder op. ‘Leg je hoofd er maar naast’. Bij nader in zien weet ik niet goed wat het echt betekent, maar ik begrijp het altijd als: ergens in berusten.

Dus dat deed ik, ik legde mijn hoofd ernaast. Letterlijk (betekent hetzelfde, maar is dramatischer).

‘Meneer Poort!?’

Huh? O ja, vergadering!

‘Heeft u iets voor de rondvraag?‘

Ik keek snel naar mijn aantekeningen. Die waren nog vreemderder dan ooit. Ik had kennelijk iets geturfd. Ja, natuurlijk! Ik telde snel alles bij elkaar op en zei (triomfantelijk): ‘achtendertig!’

Negen bewegende pasfoto’s die mij ongelovig aanstaarden. Had ik niet goed gerekend? Ik twijfelde. Maar gelukkig had de voorzitter gevraagd of de vergadering opgenomen mocht worden, zodat anderen er later nog eens naar konden kijken.

(Wie doet dat ooit?)

Ik dus, want ik ben dan wel geen boekhouder, maar wel een zoon van mijn vader. De cijfers moeten wel kloppen.

Achtendertig keer ‘in die zin’ tijdens een vergadering van één uur leek mij namelijk érg weinig.

* Vrij naar Lewis Carol (‘Curiouser and curiouser!’ said Alice). Soms ben ik ook zo verbaasd dat ik geen goed Nederlands meer kan schrijven.

** Leuk weetje: toen Cruijff in Barcelona ging voetballen vertaalde hij dat zinnetje gewoon letterlijk in het Spaans: en un momento dado. Hij wist niet dat die uitdrukking in het Spaans niet bestond en sterker nog, hij wist ook niet dat ‘dado’ eigenlijk alleen gebruikt wordt als het om God gaat, als Hij geeft.

2 gedachten over “In die zin

Geef een reactie op René Poort Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.