Laars

Hij zag de laars al staan toen hij de straat in reed. Voor de deur pakte hij meteen zijn mobieltje, nam een foto en begon te typen. Driftig, ieder woord en iedere zin stuurde hij meteen weg als zijn ergernis te groot werd om verder te denken.

‘Eh…’

‘Kijk eens wat hier staat.’

‘Heb jij de andere meegenomen?’

‘Als aandenken ofzo?’

‘Of is dit een of andere symboliek???’

‘Eén (1!) laars jatten?’

‘JA JATTEN!’

‘Hoezo dat?’

‘Serieus?’

Toen hij tien minuten later, uitgeraasd, in de huiskamer met een kop thee voor het raam naar de laars staarde, stond hij opeens weer in de Welkoop van Koudum. Zo ongeveer de laatste plek op de wereld waar hij iemand als haar had verwacht. Een 32 jarig hippie meisje als manager van de afdeling tuingereedschap en -machines? Nee. Van de afdeling bloemen en planten misschien. Toen Fenne hem aansprak, schaamde hij zich meteen voor zijn verbazing.

En Fenne had gedaan alsof ze er niets van had gemerkt. Dat was lief, vond hij. Hoe ze uiteindelijk van zijn nieuwe natuurvezel straatbezem en een bizar glimmende uitzet tuingereedschap bij de rubberen outdoorlaarzen waren beland wist hij niet meer.

Hij had een paar maten en modellen gepast en was uiteindelijk op die ene met het nutteloze riempje uitgekomen, in een 42, die prima zat. Toch had hij haar gevraagd of ze ook een 42,5 hadden of misschien wel een 43? (In de hoop dat die niet niet in voorraad waren, wat gelukkig zo was, zodat hij een week later terug moest komen, want dan zouden ze binnen zijn.)

Fenne had weer heel aandoenlijk gedaan alsof haar neus bloedde en de bestelling genoteerd. De vrijdag daarna had ze een bericht ingesproken om te zeggen dat de bestelling binnen was: ‘Goedemiddag meneer Borghesius, uw te grote en véél te grote laarzen zijn binnen. Schikt het u om ze een dezer dagen te komen passen?’

Dat was minder aandoenlijk, maar even leuk. Leuker zelfs. Hij hield wel van dat soort sarcasme, het was alsof ze elkaar al jaren kenden, alsof ‘mijnheer Borghesius’ haar koosnaam voor hem was. En oh… hij wilde nog veel meer van die berichtjes.

Die kreeg hij, de een nog grappiger en liever en poëtischer dan de andere. Voicemails, appjes, e-mails, lange papieren brieven. Die hij allemaal nog grappiger en liever en poëtischer beantwoordde. Het was alles bij elkaar wel een hele lange aanloop naar iets wat anderen tegen elkaar aangevlijd in elkaars oor zouden fluisteren, maar het was ook onvermijdelijk, beseften ze allebei. Ze moesten eerst hun harten uitstorten. Schoon schip maken.

Maar op een dag had Fenne hem een zelf gemaakte ansichtkaart gestuurd: ‘Sebastiaan, ik weet niets meer om te dichten. Ik wil in plaats van jouw dichter zijn, dichter bij jou zijn.’ Ze had het goed gezien, soms had hij een duwtje in de rug nodig. Hij had zijn tranen weggeveegd was op zijn motor gesprongen.

Daarna was het hek van de dam. Een maand later trok Fenne al bij hem in, in zijn huisje aan de rand van Warns en ze werden gelukkig. Domweg gelukkig aan de Skarlerdijk.

Met uitzicht op de polder.

Helemaal niets en toch prachtig. Dat was zijn liefdesverklaring aan het landschap, het landschap dat zonder dat ze het merkten steeds meer ging lijken op hun leven. Of eigenlijk andersom. Hun leven was steeds meer niets en steeds minder prachtig.

Hij was naar dat lege land gekomen om rust te vinden. Trager te leven. Minder gejaagd. Dat was gelukt. Zelfs met een onverwachte liefde. Maar het was veel te goed gelukt, besefte hij op een dag. Na twee jaar was hun ooit heerlijk trage leven tot stilstand gekomen. En ergens diep in zijn hart was hij bang dat een duwtje in de rug niet meer zou helpen.

Fenne had zich van de weeromstuit op de tuin gestort. (In zijn laarzen, wat hij ooit onweerstaanbaar aantrekkelijk had gevonden, maar nu opeens gewoon potsierlijk.)

‘Misschien moeten we alles gewoon laten verwilderen,’ had hij op een avond gezegd toen Fenne min of meer verbaasd verzuchtte dat niets meer wilde groeien. ‘Gewoon de natuur zijn gang laten gaan en dan kijken wat er gebeurt.’ Een metafoor die niet bij haar aankwam, omdat het hem niet lukte erbij te glimlachen.

Maar hij had haar toch aan het denken gezet, want een paar dagen later stelde zij opeens voor om te verhuizen.

Naar de stad. Zijn stad. Utrecht.

‘We kunnen dit huis een tijdje aanhouden en daar iets huren. En dan zien we wel…’ had Fenne gezegd. ‘Kunnen we ook mooi meteen de tuin laten verwilderen.’

Glimlach. Hij had teruggelachen. En gebloosd.

Toch nog een duwtje in de rug.

Ze verhuisden zo’n driekwart van de huisraad en hun kleding, zodat het huisje in Warns in noodgevallen toch een beetje bewoonbaar bleef. In de stad hadden ze geen tuin, een bestraat plaatsje was alles, dus had Fenne alleen de bezem ingepakt.

En dus kennelijk zíjn laarzen.

Op het scherm van zijn mobieltje verscheen melding. Fenne appte hem terug.

‘De andere staat in de kast onder de trap. Achterin.’

‘Ik wilde deze inderdaad jatten.’

‘JA! JATTEN!’

‘Als aandenken 🥲’

‘En toen ik kreeg spijt. Maar wilde niet meer terug naar binnen.’

Hij legde zijn mobieltje weg en staarde weer naar de laars… Hé, wat staat die man daar nou? Hij wachtte even om te zien wat de man van plan was… niets, hij stond daar maar.

Er tikte iemand op mijn schouder. Ik schrok en keek om. Een man.

’Gaat het goed met u meneer?’ vroeg hij.

Oh shit, ik was weer eens ergens op straat in gedachten verzonken blijven staan. Waarom kan ik niet lopend een verhaal verzinnen?

Ik knikte.

De man bleef naast me staan en samen keken we naar de laars. Ongemakkelijke stilte. Tot hij de laars van de grond pakte en die als een kind tegen zich aandrukte.

Opeens leken de rollen omgedraaid. ‘Gaat het wel goed met ú?’ vroeg ik. Hij schudde zijn hoofd. ‘Kan ik u ergens mee helpen?’ Hij haalde zijn schouders op. Fronste zijn wenkbrauwen. Dacht na.

‘Welke maat schoenen heeft u?’

Die vraag had ik niet verwacht.

‘Eh… 42’

‘Wacht even.’ Hij liep zijn huis weer in en kwam even later terug met een tweede laars. Hij gaf ze allebei aan mij en zei: ‘Ik hoef ze niet meer.’

‘…?’

‘Een lang verhaal… dat ik ook niet ga vertellen… maar u lijkt mij iemand die er zelf een ook wel een verhaal bij kan verzinnen.’

Het was al af.

2 gedachten over “Laars

Geef een reactie op René Poort Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.