Categorie archief: Nieuws!

Aan de slag

Goh, een nieuw coalitieakkoord. Al meteen bij de eerste zinnen werd ik ibbel van de zogenaamde daadkracht: ‘Het is tijd om aan de slag te gaan voor een beter Nederland. D66, VVD en CDA willen daar de komende jaren werk van maken (…)’.

Werk maken van aan de slag gaan… 

Dat heet treuzelen.

Maar ik deed toch automatisch wat ik vroeger altijd deed. Ik downloadde het stuk en typte meteen in de zoekbalk ‘reclassering’. 

Koala typte ‘eucalyptus’.

Ik deed het wel met een soort van huiver, want ik zag er eigenlijk tegenop om alle paragrafen te gaan lezen waar dat woord in voorkwam (‘reclassering’ bedoel ik).

Nou, dat viel reuze mee. Het woord ‘reclassering’ komt slechts één keer in het hele verhaal voor.

1!

Het staat in de inleiding van de paragraaf ‘Effectieve straffen, lik-op-stuk’ uit het hoofdstuk ‘Veilig zijn in een sterke rechtsstaat’. Ik schrijf met opzet ‘het woord reclassering’ omdat de paragraaf niet over het wérk van de reclassering gaat. Alleen het woord staat daar. 

De hele paragraaf en ook de rest van het hoofdstuk gaat vooral over repressie (vaker en meer straffen) en nauwelijks over preventie. En met preventie bedoel ik: voorkomen dat mensen daders worden/blijven en (weer) slachtoffers maken. Een nogal belangrijke voorwaarde voor ‘Veilig zijn in een sterke rechtsstaat’.

‘Misschien is dat een beetje te kort door de bocht,’ zei Koala. Ik weer zoeken. Nu naar ‘preventie’. 

Koala ging op zoek naar ‘slapen’.

Het woord preventie komt 12 keer voor. Slechts één van die ‘preventies’ gaat echt over de preventie die ik bedoel. Het programma ‘Preventie met gezag’ blijft bestaan. Goed zo!

Maar daar is dan alles mee gezegd.

De coalitie heeft geen visie op wat een veilige samenleving is. De drie partijen dachten: veilig is het tegenovergestelde van onveilig, dus we gaan flink werken aan symptomen en uitwassen van onveiligheid fiksen. 

Ze gaan geen oorzaken zoeken. Laat staan dat ze die gaan wegnemen. Veels te ingewikkeld allemaal. Want dan moet je iets nieuws verzinnen. Iets wat wel werkt. 

(Ze hebben het heel kordaat over ‘effectieve straffen’, maar nergens zeggen ze wat ze met effectief bedoelen. sterker nog, nergens zeggen ze over welke straffen ze het hebben.)

Koala vond dat er ook bar weinig over eucalyptus in het akkoord staat. Nul hits!

0! 

Over slapen staat er ook niks in. Maar dat heb ik Koala nog niet verteld, want ik kreeg haar niet wakker

Geluk

Sinds een jaartje staat er regelmatig een mevrouw in de krant die boos kijkt. Soms komt ze ook op het journaal, en dan práát ze ook zo, heel grimmig. Ze vindt alle leuke dingen stom. Lintjes, pretparken en wat al niet meer. Laatst zei ze: ‘het is hier geen vakantieoord’. Je kon aan haar gezicht zien dat een ambtenaar dat woord voor haar had opgezocht.’

‘Hoe heet zoiets ook alweer, waar je heen gaat als je… eh… als je niet werkt?’ had ze gevraagd. En toen hadden ze ambtelijk subversief een woord gezocht in de zevende druk van de Van Dale (1950): ‘vakantieoord’.

Nou, ik ben blij dat dat hier geen vakantieoord is, want het klinkt als een grauwe camping met een hek eromheen waarbinnen het altijd waait en regent. Maar dat bedoelde ze natuurlijk niet. Nee, in de jaren 50 had vakantieoord een positieve vibe en daar is ze dus tegen. Tegen vrolijkheid. Het ging haar erom dat minderjarige asielzoekers goed moesten begrijpen dat er van blijdschap geen sprake kon zijn, dat ze niet de indruk moesten krijgen dat het hier leuk was.

Vandaar dat ze altijd zo nijdig kijkt. Ze denkt natuurlijk: als ik lach dan lijkt het net alsof er hier lol te beleven valt, alsof we te pas en te onpas op snoepreisjes gaan (ook een woord uit die zevende druk van de Van Dale.)

Meestal als zij in de krant heeft gestaan en/of op tv is geweest, komt er een dag later een meneer in de krant en/of op tv die zegt dat de mevrouw gelijk heeft. Die meneer kijkt ook altijd pissig. En hij bleekt zijn haar (soms zijn gezicht ook, om zijn gehele verschijning een beetje in evenwicht te houden, denk ik). Dat peroxidehaar is misschien niet belangrijk om te vermelden, maar ik moet het toch opschrijven, want het blijft me verbazen. Het schijnt dat hij het al sinds zijn 14e doet. Als hij in de media optreedt, zie ik hem in gedachten altijd met zo’n plastic badmuts op in zijn badkamer voor de spiegel staan terwijl het bleekmiddel intrekt. Zou hij dan wel vrolijk kijken?

De mevrouw en/of de meneer zeggen dat asielzoekers hier geen asiel maar geluk komen zoeken. Het zijn gewoon gelukzoekers zeggen ze op een toon alsof dat verwerpelijk is.

Het is natuurlijk de kift. De mevrouw en de meneer en iedereen in hun kielzog zijn al bij voorbaat jaloers op mensen die het zouden vinden. Geluk, bedoel ik. Hoe dom is dat? Want als mensen van heinde en verre in Nederland geluk komen zoeken dan is het kennelijk hier ergens en hebben wij de hele tijd met onze neus gekeken. Ik ken in ieder geval niemand die het gevonden heeft. Die twee chagrijnen van hierboven zeker niet. Maar in plaats van dat ze voorstellen om met z’n allen te gaan zoeken, sturen ze iedereen weg.

p.s. Dit schreef ik allemaal op 1 juni 2025. En ik wist niet of het einde goed genoeg was. Dus liet ik het even bezinken. Nu is het 5 juni 2025. Eergisteren heeft de meneer met zijn hele kielzog het kabinet verlaten. Ik hoop dat ze naar een vakantieoord zijn.

p.p.s. Best wel een goed einde.

p.p.p.s. De foto heb ik van Wikimedia commons geplukt: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Efteling_python_looping.jpg

Stilte

Als u aspiraties heeft om ooit sportjournalist te worden en hoopt om op een dag de Olympische Spelen te verslaan, dan heb ik een tip voor uw interview met de atleet (m/v) die zojuist over de streep is gekomen (glimmend van het zweet, rood gevlamd hoofd, misselijk, happend naar adem, het huilen nabij, volslagen van de wereld, midden in een bijna dood ervaring), vraag dan: ‘besef je het wel echt?’

Of iets van gelijke strekking, zoals: het moet zeker nog indalen? Je gelooft het nog steeds niet, hè? Dit doet wat met je, hè? Begrijp je dit van jezelf? Et cetera. Of natuurlijk de alles omvattende vraag: wat is er (in hemelsnaam) gebeurd?

Ik vind dit allemaal nogal domme, volstrekt overbodige, ridicule en respectloze vragen.

Zulke vragen zouden verboden moeten worden. Want waarom moet degene die (net niet) gewonnen/verloren heeft, vertellen wat er gebeurd is?

Het is allemaal al aangrijpend en ontroerend genoeg, toch?

Nee, kennelijk niet. De man of vrouw die (net niet) heeft gewonnen/verloren moet dat namelijk ook nog even zelf navertellen. Zodat we echt alle greintjes emotie in beeld te krijgen. En als het even kan, met onze neus erop en meteen na de finish. In plaats van iemand even op adem te laten komen, gaat zo’n verslaggever triomfantelijk bij de eindstreep zitten te wachten op een van verbazing, verdriet, en/of vreugde hyperventilerende/huilende/hallucinerende sporter (m/v) die dan anderhalve minuut na de race aan hem moet uitleggen ‘hoe dít in vredesnaam kan…’

Een van de commentatoren in de studio ging na zo’n mensonterende confrontatie tussen collega-journalist en sporter doodgemoedereerd uitleggen wat hij en zijn collega’s met hun analyses proberen te ‘duiden’. Het ging, hou u vast, over de verschillen tussen de één die harder liep dan de ander en de ander die dan dus langzamer liep dan die ene. Hoe dat kan. En dan de details daarvan, om precies te zijn, want het ging namelijk om de details, ‘die maken de verschillen’.

Goh.

Alsof het al niet erg genoeg was dat zijn collega aan de andere kant van de wereld iemand had geïnterviewd die niet eens meer op zijn benen kon blijven staan, die letterlijk en figuurlijk uit beeld verdween, maar terwijl hij op de grond zakte toch nog de vraag kreeg of dit er dan bijhoorde, dat je sterretjes zag… (pas de allerlaatste vraag was: gaat het wel goed, wil je wat water?)

Waarom moet iemand beelden en geluiden die voor zich spreken toch nog uitleggen? We zitten er tegenwoordig al zo dicht bovenop dat ik de neiging krijg om mijn ogen neer te slaan omdat ik het te intiem vind en dan komt er een meneer (het zijn bijna altijd meneren) van de tv en die verklaart over de beelden heen in alle ernst dat de atlete haar eigen race heeft gelopen maar dat ze niet door de verzuring heen kwam. Of juist wel. En dat aan alles te zien is wat zij de afgelopen jaren allemaal heeft meegemaakt, wat zij heeft moeten doen en laten om hier te komen. Enzovoorts. Hij kiepert ter lering en vermaak de hele doopceel van de hardloopster over de kijker uit. Terwijl zij zelf naar de microfoon staart en probeert om ondanks desoriëntatie en uitputting niet over te geven aangezien ze het hele verhaal op verzoek van de verslaggever ook zelf nog eens moet bevestigen. In geuren en kleuren graag.

Het lijkt wel alsof we (de kijkers) niet gewoon zelf mogen kijken en er van mogen denken wat we willen. Alsof we niet zelf mogen bepalen wat ons aangrijpt en ontroert. Laat ik voor mezelf spreken, ik wil huilen wanneer ik dat wil, niet wanneer een of andere analist mij uitlegt waarom ik moet huilen. En ik wil al helemaal geen emoties opgedrongen krijgen als degene om wie het gaat liever niet in beeld komt, laat staan om te vertellen wat er gebeurd is.

Eh… Nu ik dan toch zo openhartig ben wil ik ook wel vertellen dat ik om muziek huil. Helemaal alleen, zonder dat iemand dat van mij vraagt of aan mij opdringt.

Welja.

De afgelopen dagen heb ik alle symfonieën van Mahler (weer) beluisterd en bekeken (dat schrijf ik niet op om chique te doen, ik hou gewoon van Mahler). Op Youtube staan ze allemaal in allerlei uitvoeringen, maar ik vind die van het Lucerne Festival Orchestra onder leiding van Claudio Abbado het mooist. (Ik ga dus niet uitleggen waarom.) Maar ik wil wel vertellen dat ik de stilte tussen de laatste klanken van de symfonie en het applaus soms nog het aller mooist vind.

Na het einde van de negende en laatste symfonie blijft Abbado twee minuten stil staan, ogen dicht en verder niets.

Niets. Stilte.

Stel je voor dat er dan iemand in beeld komt die uitlegt dat Abbado met gesloten ogen stil blijft staan en waarom hij dat doet en dat die daarna aan Abbado vraagt of hij het wel helemaal besefte en of hij kon uitleggen wat er nu was gebeurd. Die zouden ze waarschijnlijk met pek en veren besmeren en Lucerne uitrijden.

Waarom pikken we zoiets dan wel van een sportverslaggever? Ik weet het niet.

En waarom kunnen we sporters niet dezelfde eer bewijzen en hun hetzelfde respect tonen als Abbado? Weet ik ook niet.

Dus ik stel voor dat we dat voortaan wél doen, dat we sporters voortaan gewoon in alle rust alleen laten, tot ze weer bij ons terug willen komen. En als ze dat niet willen, ook goed. En als ze niks willen uitleggen, prima.

Misschien moet u maar geen sportverslaggever worden. Zijn er sowieso teveel van.

p.s. Hoe leuk is dit. Gewoon kijken en zelf zien wat er gebeurt zonder dat iemand het uitlegt.

Wolf en Lynx

Nou was er wéér gedoe om een wolf. In Brabant. 

Om een of andere reden vind ik dat ook geen provincie voor wolven. Ja, in het Brabant van de 80-jarige oorlog zou het misschien niet raar zijn geweest. En daarover dan een verhaal van Suske en Wiske: ‘De Winkelse Wolf’. Vraag me niet waar of wat Winkels is, dat heb ik zelf net verzonnen. Het klinkt wel Brabants vind ik.

Maar goed, er was daar opeens zo’n beest en ze wisten zich er geen raad mee. Dus kwamen er experts aan het woord, zoals een meneer van de Zoogdiervereniging… wat ik dan weer hebberig vind, zo’n naam, op het megalomane af, want zo’n vereniging speelt meteen de baas over alles wat min of meer aaibaar is of een zeekoe (die vind ik niet aaibaar). 

Maar goed, die expert van de Zoogdiervereniging… die zei dat ‘bestuurlijk Nederland het moeilijk vindt om samen te leven met de wolf’. 

Goh.

Probeer het zelf eens, zoogdiervereniger!

Ik heb het gedaan, een fijn staaltje van investigative journalism, al zeg ik het zelf, maar het viel niet mee. Zindelijk worden ho maar, meneer ging op pad zo het hem uitkwam en na twee weken waren alle katten in de wijk al op. Als ik hem riep – ‘GW1625m!’ – deed-ie of ik Spaans sprak.

Dus of dat ‘Wolvenplatform’ van gedeputeerde Lemkes gaat werken, vraag ik me af (echt waar, dat platform was/is een serieus idee van een volwassen meneer, ziet u het al in de notulen van een provinciale statenvergadering staan?) Daar blijft-ie nooit langer dan tien tellen op zitten. De wolf bedoel ik, op het platform. En als de wolf blijft zitten, springt gedeputeerde Lemkes er natuurlijk vanaf. Want het zijn geen gezellige dieren, die wolven.

Het gedoe over die wolf was nog maar net gaan liggen, of iemand ving met zijn fototoestel in vier kleuren een Lynx, ergens in de Ardennen. Dat was wat, want “een Lynx is zo onvindbaar dat hij ‘de geest van het woud’ wordt genoemd”. 

‘Zó onvindbaar’? Kennelijk kan een dier onvindbaar zijn, maar ook héél erg onvindbaar. Hoe zit dat? Kun je een onvindbaar dier, bijvoorbeeld een Wolf, af en toe vinden, maar een heel erg onvindbaar dier (bijna) nooit? Ik zou zeggen, een dier is onvindbaar of niet, en zodra een onvindbaar dier gevonden is, is het niet onvindbaar meer.

Of is dit allemaal weer nijd en afgunst tussen Nederlanders en Belgen en willen de Belgen een nóg onvindbaarder dier vinden dan wij al gevonden hebben?

Van mij mogen ze. En van mij mogen ze de wolf en de hele rimram erbij hebben. Want het benauwt me allemaal enorm. De verkrampte bureaucratie die aan het licht komt als er zo’n dier ergens opduikt! En dat gaat dan over dieren, maar ik heb nachtmerries waarin ze míj vinden. 

Ik neem de intelligente lockdown nog steeds heel serieus hoor, maar misschien heeft een of andere fanaat van een vereniging met provinciale subsidie waar ik het bestaan niet van vermoed (van de vereniging noch van de subsidie) ergens in mijn straat een verborgen fototoestel geplaatst. 

En kom ik in de krant, al dan niet in kleur maar hoe dan ook met van die rode ogen en mijn baard in de war; krijg ik een naam die alleen uit cijfers en letters bestaat; blijkt er beleid of een procedure of een maatregel waar ik dan natuurlijk net niet in pas of aan voldoe; krijgt Utrecht ruzie met politiek Den Haag omdat de burgemeester vindt dat er een landelijk kader moet komen voor dit soort gevallen (dat ben ik dus), inclusief budget; komt Rutten op tv om uit te leggen dat het inderdaad een topprioriteit is of zou moeten zijn, want op zo’n manier gaat het natuurlijk snel bergafwaarts met de lockdown; waarna dus het kabinet besluit dat alle boa’s voortaan op pad moeten met uitgebreidere bevoegdheden en een vangnet.

Eek!

P.S. Is het eigenlijk niet verontrustend dat het juist roofdieren zijn die hier weer voet aan de grond krijgen? 

Nog eens eek!

Gevoel

wilhelmina
Goed, ik ben nu ongeveer een week nagenoeg in mijn eentje aan het werk geweest, precies zoals het moet, alsof het allemaal gewone dagen zijn, dus op dezelfde tijd uit bed, dezelfde rituelen gevolgd om de dag te beginnen, hetzelfde ritme aangehouden, in beweging gebleven (oefeningen voor mijn zielige arm gedaan), en dus gewoon aan het werk gegaan, of nou ja, gewoon… ik doe niet alles helemáál hetzelfde, want ik kam en boetseer mijn baard niet eindeloos tot-ie in de perfecte vorm zit, en het zal u misschien verbazen, maar ik trek ook geen pak aan. Een t-shirt dat al 20 jaar meegaat, en een op marktplaats bij elkaar gescharreld joggingpak. U zou me eens moeten zien, of nee, eigenlijk liever niet.
Over pakken gesproken, gisteren las de koning op de tv een toespraak voor, wél in een pak. Een pak van bordkarton. Zo zat hij er tenminste bij. (Oké, het was natuurlijk een serieus onderwerp, maar iets meer schwung had wel gemogen, toch?) Hij bedankte zo’n beetje iedere landgenoot en landgenote. 
Altijd gevaarlijk zo’n lijstje, want het is natuurlijk nooit compleet. Toen hij eraan begon werd ik al zenuwachtig, omdat hij vast en zeker een beroepsgroep vergeten zou. Ik ben maar luidruchtig gaan koken, om de opsomming alleen half-en-half te horen. 
Kysia Hekster, die naderhand de analyse deed, had natuurlijk wel goed opgelet. ‘Deze toespraak ging over gevoel,’ zei ze, ‘in tegenstelling tot die van premier Rutte, want die ging over beleid.’
‘Ja,’ riep ik van achter het aanrecht, ‘laten we die twee dingen vooral uit elkaar houden!’
Het maakte me echt pissig!
Ik schrijf namelijk al 20 jaar beleid, en dat doe ik op mijn gevoel. Bij mij gaat het juist fout als ik níét ook en tegelijkertijd mag opschrijven wat mijn hart me ingeeft.
Beleid is emotie.
Ja, romantisch hè?
Puh, van mijn part noemt u het naïef en sentimenteel, maar het is zo.
Daarom stak het mij toch wel een beetje dat de koning niet alle mensen van beleid bedankte, of dan tenminste toch de mensen van beleid die iedere notitie telkens weer uit het diepst van hun hart haalden.
En Kysia hoorde ik er ook niet over, in weerwil van haar ijverige glimoogjes.
Maar goed, waardering of niet, ik ga gewoon door, net als de overgrootmoeder van de koning, Wilhelmina, ‘eenzaam maar niet alleen’. Wat ik opeens niet goed begrijp, die titel bedoel ik, want ik zou hopen dat het juist andersom was: alleen maar niet eenzaam (gemiste kans voor de speechschrijver).
Hoe dan ook, ik ga voor dat laatste. Al dan niet noodgedwongen.
Nee, dat is niet half zo droevig als u zou denken. U kunt er inmiddels over meepraten. Het is helemaal niet droevig.
Ironisch misschien.
Social distancing, eindelijk iets waarin ik uitblink, en niemand die het ziet.

Referendum

JONGENMETDAS4

Goed, dat referendum is alweer een tijdje achter de rug, maar van de week hadden ze het er weer over en toen zag ik op de tribune van de Tweede Kamer de jongen zitten die kort na de uitslag met een stropdas om in het journaal was verschenen. Ik herinnerde me nog dat hij zijn twee zinnen lange overwinningstoespraak besloot met «De bar is open!»
Dat was dus de tweede zin.
Ik zeg het maar even.
In de eerste zin schepte hij op over omverwerping van het democratisch establishment.
Of zoiets.
Niet veel tekst, maar voor mij genoeg om snel naar iets anders over te schakelen. Er is niets zo beschamend als een triomfantelijke politicus. Ja, ik schrijf politicus, want ook al wilde die jongen met das tegen het bestel schoppen en revoluties ontketenen en meer van die dingen, hij was (en is, en blijft) natuurlijk ook gewoon een politicus.
Zodra hij in beeld kwam, zag ik hem op zijn basis- en/of middelbare school (een paar jaar geleden, schat ik) bij het minste of geringste op de zeepkist klimmen om een petitie aan te kondigen. Tegen het nieuwe pauzerooster, tegen de prijsverhoging van de roze koeken in de kantine, tegen de bouw van een fietsenhok aan de rand van het schoolplein en tegen het nieuwe puntensysteem van de examencommissie voor Grieks en Latijn. Dat laatste bleek zo ingewikkeld dat alleen hij snapte waarom je ertegen moest zijn, een vaardigheid die hij onlangs hergebruikte om in met allerlei ernstige gezichten op de tv te komen.
Zoals ergens in een nieuwsprogramma waarin hij een lijstje van topics voordroeg waarover hij in de nabije toekomst het Nederlandse volk wilde raadplegen.
Zo’n lijstje, dat is dus een politiek programma. Kan iemand dat even aan hem vertellen? Een handige tekstschrijver lijmt alle onderwerpen aan elkaar et voila: een manifest voor de referendumpartij.
Lijst ‘Lijst’.
Het laatste punt van zijn opsomming was TTIP, wat ik helaas moest googelen, om erachter te komen dat het zo mogelijk nog ingewikkelder was dan het verdrag met Oekraïne.
Hoe irritant is dat? Heeft die jongen een hekel aan ons? Ja, zoals hij vroeger ook een hekel aan zijn schoolgenoten had. Of nee, dat was dédain. Maar dat is gewoon sjieke hekel.
(Even tussen haakjes, ik begreep dus eerst niet wat hij zei, omdat achter hem het feest al was begonnen en omdat ik niet wist waar hij het over had én omdat hij het op zijn Engels uitsprak – phonetisch: «tietip» – waardoor ik «tieten» verstond, wat ik gezien zijn voorkomen (jongen met stropdas om) en het gebral achter hem een volstrekt logisch onderwerp achtte; wat ik dan weer hilarisch vond toen ik daar achterkwam.)
Ik heb gelukkig altijd mijn humor nog, trooste ik mijzelf.
Ja, ik heb humor, en ja, ik geef het toe, ook een dirty mind, wat vaak hetzelfde is, want allebei een joy forever, en dus mijn redding, want zonder die eigenschappen zou ik allang mijzelf iets hebben aangedaan. Zeker als het over politiek gaat.
Of, nou ja, politiek is tot daaraan toe, en politici… tja, die horen daar nu eenmaal bij; maar triomfantelijke politici, die kan ik echt niet velen. Alfa-jongens met stropdassen om zijn heel eng. En oudere jongeren die op Peppi en/of Kokkie lijken trouwens ook. Ik weet niet meer hoe die kliniclown zonder ziekenhuis heet, die andere referendaris, alleen dus dat hij op Peppi en/of Kokki lijkt. Da’s meteen ook zijn enige verdienste, dat hij Peppi en Kokki in één guitige persiflage weet te vatten. Wat je daar verder mee moet, weet ik niet.
Eh… ik wil maar zeggen dat als een referendum dit soort jongens naar de barricades drijft, we hen echt moeten tegenhouden hoor.
Ja, van mijn part met een referendum.
Het laatste.
Triomf is echt heel eng. Ik bedoel, je gaat in de politiek omdat je idealen hebt, niet om te winnen. Laat staan om te óverwinnen. Triomferen over je tegenstander, da’s echt sneu.
En ook veel te makkelijk. Zestig procent ja’s winnen van veertig procent nee’s, van twee-en-dertig procent kiesgerechtigden.
Hoera, sla de vaten aan!
Triomferen over je medeburgers dat is helemaal droevig. Toch doen ze het, oude meneren met geblondeerd haar bijvoorbeeld, over Marokkanen. Dat is geen overwinnen, dat is haten.
Kom je ook overal mee op de tv.
Om Spinoza nog eens te citeren: «Haat kan nooit goed zijn».
Ja, open deur, maar verzin eens iets beters.
Ik zou het niet weten.
Dus een boodschap voor alle politici die vinden dat ze met hun zege moeten pralen: Minder! Minder! Minder!

Heel Holland

Heel holland2

Nieuws, daar hoor je ook veel over, tegenwoordig.
Alle mediamensen van Nederland kwamen bij elkaar in een grote zaal om grappen te maken. Ja, wij hebben ook een correspondents’ dinner.
Heel Holland grapt.
Ik heb er niet naar gekeken, maar zag op nieuwssites van alles langskomen, en begreep dat correspondent een ruim begrip was, want er waren ook een hele hoop gewone bekende Nederlanders. En ik concludeerde dat het niet echt een dolle boel was. Het was allemaal net als het guitige kuifje van Dolf Jansen, erg keurig.
Toch waren er natuurlijk mensen die niet alle grappen om te lachen vonden.
Ongepast zelfs.
Heel Holland zeurt.
Jan Slagter van omroep Max vond de insinuaties over zijn eventuele verkering met mevrouw Marijnissen van de gemeenteraad van Oss niet leuk.
Dat kan natuurlijk. Smaken verschillen. Ik vind zelf ‘de gemeenteraad van Oss’ al grappig (hm, een beetje). Ik weet dat Oss bestaat en dat die plaats een gemeenteraad heeft, maar als ik dat zo opschrijf, zit ik er bij te grinniken. Vraag me niet waarom. Ik zie dat hele stel dan voor me aan een tafel met microfonen waar ze te hard in praten zonder op het aanknopje te duwen.
De Osse raad.
Goed, het werd pas echt leuk, vind ik dan, toen Jan ging uitleggen hoe het zat.
In een verklaring.
In de krant.
Dat is altijd gevaarlijk, want voor je het weet, maak je jezelf met iedere ontkenning steeds verdachter. Het beste is meestal om te wachten tot zo’n gerucht vanzelf sterft.
Dat doet Jan niet, want Jan is een correspondent (bekende Nederlander) en die wil dus corresponderen (bekend zijn). Dus klaagt hij dat ‘het heel vervelend’ is ‘dat een en ander op deze manier in de media is verschenen en ook maar blijft verschijnen.’
Om dat te zeggen, moet hijzelf ook verschijnen.
Overal.
In de media.
(Even terzijde, in dezelfde krant komen Barry Atsma en Noortje Herlaar (dat zijn weer andere correspondenten) vertellen dat ze ‘er absoluut geen behoefte aan hebben om alles over hun privéleven te delen’.
Dat zeggen ze dus in de krant.
Tegen iedereen.
Waarom blijven ze niet als ieder ander verliefd stel lekker thuis in bed of in bad of op/aan de keukentafel met een Sachertorte of weet ik veel wat? Om zoals ze heel gewoon zelf al zeggen ‘gewoon hun leven te leven’?)
De misvatting van veel correspondenten is dat anderen willen weten wat zij meemaken. Dat is natuurlijk niet zo. Dat menen zij vooral omdat zij denken dat zij van zichzelf al interessant zijn en dus alles wat zij doen en laten ook.
Láten, in het geval van Jan.
Want ze hadden dus niks, Jan en Lilian (wat ook wel grappig is, die twee namen, zeg ze maar eens een paar keer hardop na elkaar… Jan en Lilian, ze zijn voor elkaar gemaakt!)
Hij zei dit: ‘Wij kunnen het zowel op maatschappelijk als persoonlijk vlak goed met elkaar vinden en ervaren een goede vriendschap’.
Eh…
Een vriendschap ervaren, hoe gaat dat?
Dat klinkt alsof het iets is wat zomaar gebeurt. Je staat er bij en je kijkt ernaar. Ondervindt het.
Zoals het weer. Of de centrale verwarming.
‘Wij kunnen het zowel binnen als buiten goed met elkaar vinden en ervaren daar warmte en kou.’
Als het zo zit, dan kun je net zo goed een liefdesrelatie ervaren. Met alles erop en eraan.
‘Wij kunnen het zowel op lichamelijk als persoonlijk vlak goed met elkaar vinden en ervaren goede sex.’
Dat is niet ongepast. O, jakkes nee. Het is zo keurig als een correspondents’ dinner.
Heel Holland gaapt.