
‘Je moet gaan schrijven over al die neurosen van je’, zei iemand dertig jaar geleden tegen me.
Welja. Één van mijn neurosen was nu net dat als ik iets schreef ieder woord en iedere komma precies goed moest zijn. Wat natuurlijk nooit zo was, zodat ik telkens alles weer weggooide en opnieuw begon.
Als ik kapsones had zou ik mezelf een perfectionist noemen.
Maar ik ben gewoon een zenuwlijder.
Een van de voordelen van dertig jaar leven met zo’n aandoening is dat je van liever lede wel beter weet.
Fuck die komma’s, dacht ik op een dag. (Pun intended.)
Daarom dus.
Ik schrijf trouwens niet alleen over mijn neurosen. Eigenlijk over van alles.
En even voor de duidelijkheid, de helft (en soms meer) daarvan verzin ik. Da’s namelijk veel leuker.
Dat u dat weet.
p.s. In mijn verhalen speelt het ook Koala en grote rol. Zij is mijn alter ego. Steun en toeverlaat, liefdevolle criticaster. (In sommige verhalen heet zij nog Cavia. Waarom ik haar naam heb veranderd, kun je hier lezen.)