Lean

minitomaatjes

Iedere zaterdagmorgen ga ik naar een winkel in de Kanaalstraat om groenten en fruit te kopen. Ik schrijf ‘winkel’ en geen gróéntewinkel omdat ze veel meer dan groenten en fruit verkopen. Eigenlijk verkopen ze zo’n beetje alles wat er op de wereld te eten of te drinken is. Ja, op de wereld, want het is de Kanaalstraat in Utrecht, Lombok; daar woont de hele wereld.
En zo’n winkel vind ik geweldig. Ik stap regelmatig naar binnen in de verwachting dat ik om iets volslagen absurds ga vragen om dan vervolgens achter een vrolijke medewerker aan te lopen die me een plankje wijst waar ik uit vier soorten van dat volslagen absurde kan kiezen.
Ze hebben dus alles.
Maar daar gaat dit blog niet over (sorry voor de verwarring).
Wel over hun totaal ontspannen kijk op hoe je een winkel runt. Ik heb eens naast een vrouw gestaan die kwam reclameren over een kilo perzikken die ze drie weken daarvoor had gekocht, en waarvan er, toen ze die ochtend eindelijk aan de consumptie ervan was toegekomen, twee rot van binnen bleken.
Kreeg ze een nieuw kilo.
Over volsagen absurd gesproken.
Nee, ontspannen.
Zoals alles daar. Zonder gedoe.
Neem bijvoorbeeld het afrekenen
Als je wilt afrekenen zet je je mandje neer, haal je je spullen eruit en schuif je rustig een voor een de dingen naar de jongen of het meisje achter de kassa. Geen lopende band dus, alles in je eigen tempo. De dingen met een barcode halen ze langs een scanner, de andere dingen wegen ze en slaan ze aan op de kassa. Zes losse peren bijvoorbeeld. Of diezelfde peren in een papieren zak. Van die fijne bruine papieren zakken met een plaatje van fruit erop (waar ik dan heel stoer ook groente in doe). Als je nog weet wat je erin hebt gedaan, zeg je dat, zo niet, dan kijkt de kassajongen of het kassameisje wat erin zit. Of je probeert op de tast ernaar te raden en dan kijkt de ander of je het goed hebt.
Ja, dat is zo’n beetje de spanning die ik kan hebben op een zaterdagmorgen. En de bijbehorende verrassing als ik het mis heb, trek ik ook nog wel – jeetje, echt, spruiten? Ik dacht kastanjes!
Ja, ik hoor u zuchten, maar hé, dít is mijn zaterdagmorgen.
Over zuchten gesproken, vorige week stond er een man achter mij met een uitpuilende zak minitomaten zich enorm en hoorbaar op te winden over de gang van zaken.
Het proces.
Dat kwam goed uit, omdat boodschappen doen voor mij een oefening is in druk van anderen weerstaan. Een soort therapie. Want hoewel er nooit iemand achter mij in de rij ook maar enig teken van ongeduld vertoont (iedereen in Lombok is ontspannen), moet ik toch heel erg mijn best doen om me niet op te laten jagen.
Dat is een ziekte.
En de man zijn onverholen ergernis was een mooie test. Kon ik hem weerstaan?
Ja, dat lukte.
Hoera!
Tot hij mij en het meisje achter de kassa fijntjes ging uitleggen hoe we het allemaal veel efficienter konden aanpakken.
O.M.G.!
De man was een black belt.
Of een green belt.
Of weet ik wat voor een belt.
Ik ontwijk hier een woordspeling met vuilnisbelt.
Maar ik weiger om het verschil tussen al die belts te begrijpen. Wat ze gemeen hebben is dat ze niet aan zaterdagmorgens doen. Want die zijn niet lean. God verhoede, zou ik zeggen, maar dat zag die man anders.
Ik zal u niet vermoeien met de ‘procesverbeteringen’, die hij voorstelde – echt waar, dat deed-ie! – om onze ‘doorlooptijden’ te optimaliseren.
En dus onze zaterdagmorgen te verpesten.
In plaats daarvan zal ik u vertellen waar ik toen opeens aan moest denken. Ja, ik wist eerst niet waarom, maar dat wijt ik ook maar aan de zaterdagmorgen. Hoe dan ook, ik dacht eraan en neem van me aan dat ik gek word als ik dat dan niet in deze blog opschrijf. Ik had het ook aan de man kunnen vertellen, maar dat leek me te assertief. Ik ken mezelf, het was allemaal al ingewikkeld genoeg en voor ik het weet sta ik heel bijdehand die man te beledigen.
Eh… waar ik dus aan dacht…
In de jaren 60 (ik heb het nu over de vorige eeuw) was het super hip om klassieke muziek door computers op synthesizers te laten spelen. Bijvoorbeeld de Brandenburgse Concerten van J.S. Bach op een Moog. Je moet ervan houden…
Een onverklaarbaar fenomeen bij de eerste probeersels bleef wel dat de stukken allemaal opeens korter duurden.
Rarara hoe kon dat?
Doordat ze er geen rekening mee hadden gehouden dat mensen (zeker de blazers), in het echt tussendoor af en toe adem haalden.
Muziek maken is ook niet lean.
Sterker nog, ik durf de stelling wel aan dat alles van waarde niet lean is.
Laat staan moet zijn.
Maar goed, het kassameisje en ik hebben met blikken van verstandhouding, vrolijk schouderophalen en nog wat capriolen uit de situatie gehaald wat erin zat, dus dat was ook wel een fijne stap op weg naar mijn genezing. Vooral haar geniale idee om tegen de man te zeggen dat de minitomaatjes per stuk gingen, hielp enorm.
Een rust en schoonheid dat daar vanuitgaat, één voor één die lieve tomaatjes over de toonbank…
Lang leve de zaterdagmorgen!

2 gedachten over “Lean

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.