Beer

Op marktplaats zag ik een beer. Een Lumibär om precies te zijn. Da’s guitig Duits voor een beer die ook een lamp is. Schemerbeer, zou mijn vertaling zijn. Klinkt een beetje droevig, maar dat vind ik niet erg.
Het is eigenlijk een lamp voor op kinderkamers, maar dat vind ik ook niet erg. Ik heb tegenwoordig een soort hang naar mijn jeugd. Sterker nog, toen ik de beer tegenkwam, schemerend en al (God mag weten waarom het algoritme van Marktplaats die op mijn pad bracht), zag ik hem in gedachten meteen op mijn slaapkamer staan, monter naast mijn bed. Sterkerder nog, ik kon niet meer slapen zonder hem!
Enfin, ik bood en bood en bood tot het belachelijk werd en de eigenaresse, die ik om redenen van privacy Marie Antoinette zal noemen, gelukkig mijn bod accepteerde.
Hoera!
Maar niet voor lang.
Want de beer was eigenlijk van de dochter van Marie Antoinette, en toen puntje bij paaltje kwam (stekker uit de muur, doos in de aanslag), kon dat meisje toch nog niet zonder hem.
Ik snap dat. Afscheid, dat is een beetje sterven, zeggen ze wel eens, en met zoiets moet je een klein meisje niet opschepen. Ik vind het zelf ook niks, afscheid. Het is dat het af en toe niet anders kan, maar als het aan mij ligt, begin ik er niet aan. Want na hoeveel beetjes ben je echt dood? Ieder afscheid kan het laatste zijn. Dus ik waag het er liever niet op. En ik ga dus al helemaal geen kleine meisjes dwingen om hun schemerbeer af te staan.
Ik wacht wel.
Misschien tot sint Juttemis, maar dat vind ik niet erg. Je ergens op verheugen is leuker dan ergens aan terugdenken. (Kan zo op een tegeltje.)
Die fijne wijsheid kwam in mij op terwijl ik bij het station op groen licht stond te wachten naast een jongentje met een levensgrote koalabeer in zijn armen.
(Toeval bestaat wel!)
Het beest was groter dan hijzelf. Ik keek zijn moeder aan, die zei: ‘ja, dat is zijn knuffel… En onze uitdaging… waar we ook heen gaan, die beer moet mee.’
Dat snap ik ook. Je hebt een knuffel of niet. Ik zag de jongen met zijn beer op schoot in een draaimolenstoeltje rondgaan. Hartverscheurend beeld.
Wat mij weer deed denken aan de knuffels van mijn kinderen, hun allerdierbaarste vriendinnetjes (m/v), en onze uitdagingen, of laat ik voor mijzelf spreken, míjn uitdaging, want in tegenstelling tot mijn hele bovenstaande betoog over afscheid, heb ik vroeger veel zachte drang en harde woorden gebruikt om knuffels uit de armen van mijn kinderen te praten, omdat ik op een dag vond dat hun knuffels nou maar eens alleen thuis moesten blijven als wij naar een grotemensengelegenheid gingen.
God mag weten waarom (waarom ik dat vond en waarom we daarheen gingen).
Ik vertelde het verhaal over de schemerbeer aan mijn dochter en ze was meteen weer kwaad om de knuffels (ze gaf onthutsend gedetailleerde beschrijvingen) die ik haar had ontfutseld.
Terecht (dat ze kwaad was), besef ik nu.
Mijn enige verweer is dat ik toen half zo oud was, niet half zoveel snapte als nu en alles erg vond. En dat ik toen al helemaal geen geduld had om ergens op te wachten. Laat staan tot sint Juttemis. Zeker niet op een schemerbeer.
Dat was vroeger.
Partir c’est changer un peu.*
Maar dat vind ik niet erg.

*Afscheid nemen is een beetje veranderen.

4 gedachten over “Beer

Geef een reactie op Lisette Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.