Boodschappenkarretje

Ik heb een boodschappenwagentje. 

Ongeveer 20 jaar eerder dan ik had gedacht. 

Hoewel ik met één arm net zo makkelijk tassen kan sjouwen als vóór mijn ongeluk (heus wel), vond mijn ergotherapeute het toch geen goed idee. Omdat ik mijn goede arm moet ontzien. 

Goed punt. 

Want wat ik zo lang mogelijk uit wil stellen, is dat ik iedere morgen moet wachten op iemand van de thuiszorg die mij komt aankleden, of mij bij iets anders intiems komt helpen. Los van het feit dat  ik dan weer een schaamte voorbij moet zien te komen, wat me tot mijn eigen verbazing nog steeds redelijk goed lukt, maar waar ik iedere keer toch weer tegenopzie, wil ik graag zo lang mogelijk eigen baas over lijf en leden blijven. 

Onafhankelijk. 

In het revalidatiecentrum waar ik vier weken verpleegd werd, was onafhankelijkheid verreweg het belangrijkste doel van iedereen die daar verbleef. 

Het enige, eigenlijk.

Ja, een lichaam dat deed wat je wilde, dat wilde natuurlijk ook iedereen, maar dat alleen omdat het de voorwaarde voor onafhankelijkheid was.

Dingen zelf kunnen doen, daar ging het om. 

Gaat het om. 

De hele dag door.

De rest van je leven.

Dus ben ik erg zuinig op mijn rechterarm.

Enter boodschappenwagentje. Een ding dat ik mij alleen voor de geest kon halen met een kromgebogen grijs vrouwtje ervoor en daar weer een stoffig hondje naast. Of een gebochelde man met een sleepvoet, die het karretje gebruikt om er de stadskrant mee te rond te brengen. 

Ja, dat waren mijn akelige herinneringen die tevoorschijn kwamen toen ik kriskras over het internet surfde op zoek naar een model boodschappenwagen dat het allemaal wat minder erg zou maken. 

Dat viel reuze mee. Het ene karretje was nog hipper dan het andere (en die rood-groen-geruite met zwart nepleer afgebieste dingen bestaan niet eens meer). Om maar niet te spreken van de far out of my league foto modellen. Voor € 89,95 kon ik al een bolide kopen waarmee ik de hele wijk onveilig kon maken. En goede sier bij weet ik veel wie.

Dus ik kocht er een.

En ik trok 40 kg boodschappen door de Kanaalstraat alsof het niets was. Maar het winkelen zelf, dat bleek logistiek ingewikkelder dan ik had gedacht. Want de Albert H. is ingericht op zijn eigen winkelkarretjes. Typisch egocentrische houding van een grootkapitalist, vind ik, maar voor de meeste mensen is dat kennelijk geen probleem, want die laden na het afrekenen alles vrolijk en tweehandig van het karretje in hun tas, alsof het niks is (kost), maar wat moet een éénhandige? Met twee karretjes de lanen in (eigen karretje in AH’s karretje)?

Hm… ik zal u niet vermoeien met alle systemen die ik gaandeweg bedacht en probeerde uit te voeren en weer verwierp. Maar neem van mij aan dat het gedoe was, in het echt en in mijn hoofd, zoveel gedoe dat ik iedere keer mijn hele leven tegelijkertijd ridicuul en treurig vond en van de weeromstuit heimwee kreeg naar de tijd dat er bij de kassa een frisse jongeman stond die hielp bij het inpakken, weliswaar door alles volgens een meestal volslagen onlogisch systeem in je tas te arrangeren, maar die ik nu zou toejuichen omdat hij het boodschappengedeelte van mijn leven tenminste een beetje draaglijk zou maken. 

Eh…

Iets of iemand heeft kennelijk mijn gestuntel en wanhoop gezien, want er kwam een soort hulp van boven. Albert H. voerde in mijn eigen persoonlijke supermarkt aan de Damstraat eindelijk de zelfscanner in. 

Geweldig! 

Onafhankelijkheid!

Ik croste door de supermarkt met mijn eigen wagentje, scande links en rechts spullen die ik meteen kon inladen en hoefde aan het eind alleen maar even die scanner terug te hangen. En te betalen.

Een pistool, noemden mijn kinderen zo’n apparaat vroeger, toen ze die alleen nog maar in XL-Winkels hadden en zij er, in weerwil van hun pacifistische opvoeding, om vochten tot we een of ander schema verzonnen om het schieten eerlijk te verdelen. 

Uiteindelijk bleek het grootste probleem telkens weer om dat pistool niet kwijt te raken. Want als het ruziën om het pistool gedoofd was, verloor de winnaar/winnares al snel zijn/haar belangstelling in het schiettuig en liet het dan ergens liggen. 

En konden we weer helemaal opnieuw beginnen, nadat we de achttien zakken paprikachips en zeven zakken M&M’s op een of andere manier uit het geheugen van Het pistool hadden weten te wissen.

Daar dacht ik laatst met weemoed aan terug, op de achterbank van een politieauto, toen ik zelf die scanner was verloren. 

Ik kende de routine nog, dus had me vooraan bij het meisje van de balie voor sigaretten en bonuskaarten gemeld.

‘Ik ben mijn pistool kwijt, het ligt ergens in de winkel,’ zei ik tegen haar.

Hm… dat leverde dus een hele andere reactie op dan ik had verwacht.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.