Bui

Opeens moest ik aan het journaal denken, want daar had ik laatst sinds lange tijd weer eens naar gekeken, en ik had het zelfs helemaal tot en met het weerbericht volgehouden, of nou ja, tot en met die mevrouw opeens zei: ‘Hier en daar wat regen, maar die buien zijn wel héél lokaal’.

Héél lokaal?

Wat is dat? Op mijn balkon wel regen, maar op het schuurdak van de achterburen niet? (Of andersom?) Ik vind dat wel heel lokaal, maar het kan natuurlijk nog lokaler, bijvoorbeeld op mijn ene plant wel en op de andere niet. (Ik zag ook Iejoor voor mijn geestesoog, de ezelvriend van Winny the Pooh, die als hij somber is een regenwolkje boven zich heeft hangen.) Maar ik vraag me af of het dan nog wel een bui is, zo klein is misschien té lokaal. Een bui heeft natuurlijk een minimale en maximale omvang, en ook nog eens een minimale en maximale tijdsduur. Niet iedere plens regen is een zomaar een bui, vermoed ik.

Eh, wat is eigenlijk de definitie van een bui?

Vroeg ik mij opeens af.

Hm… ik ook altijd met mijn gedenk. Nou moest ik dat opzoeken.

Ik naar het KNMI. Dat wil zeggen, naar de website van het KNMI. Voor iemand als ik, die twijfel waardeert als uitgangspunt voor verder onderzoek, maar die diep in zijn hart het liefste zekerheid wil, is de definitie van de weerlui uit Den Bilt een grote teleurstelling: “Een bui duurt meestal maar kort, in het algemeen minder dan een uur”.

Twee slagen om de arm in een zinnetje van 13 woorden: “meestal” en “in het algemeen”. “Minder dan een uur” vind ik ook niet bijzonder precies, maar vooruit, het perkt de bui tenminste iets in. De duur ervan, dus.

Maar geen woord over de omvang van een bui. De maten ervan, bedoel ik. Het hele woord lokaal komt in de tekst niet voor, laat staan de minimale dan wel maximale lengte en breedte van een bui, of dito diameter-schuine-streep-omtrek. Kennelijk horen de afmetingen van een bui niet bij de kenmerken ervan. Dat is vreemd, want om het verschil met gewone regen uit te leggen, noemt de KNMI zo’n beetje alle eigenschappen die je bij een bui zou verwachten: neerslagintensiteit, gelijkmatigheid, clusteringen, enzovoort. Zonneschijn noemen ze ook nog, en droge periodes, maar dat vind ik rare eigenschappen want dat zijn dus tegenovergestelden van een bui. Ze dachten bij het KNMI: om een bui te definiëren kunnen we natuurlijk ook alles er omheen beschrijven, net als bij zwarte gaten. Dat is misschien zo, maar het blijft behelpen vind ik. En bij zwarte gaten ligt dat anders, die zijn zelf niets, dus dan moet je wel.

Enfin, typisch iets voor weervoorspellers, één minuscuul zinnetje dat een en al voorbehoud is. Toch is dat meer iets voor politici en/of bewindslieden (ja, laat ik eerlijk zijn, ook voor beleidsmakers). Het mooiste voorbeeld van zo’n achterdeurtje op een kier vind ik trouwens nog steeds deze, uit ‘Naar een veiliger samenleving’ (2002) van de toenmalige ministers Donner en Remkes. Dit schreven ze op: ‘Een vermindering van criminaliteit en overlast in de publieke ruimte met – indicatief – circa 20% tot 25% vanaf 2006 moet aldus in het vizier komen.’ Vooral die stapeling van indicatief en circa is al een lekkere brutale zet, maar dat ‘in het vizier komen’ is echt geweldig. Als je scherp wilt doen terwijl je vaag blijft. Ze kwamen er mee weg in de Tweede Kamer.

Terug naar de buien. Nu weet ik nog niet op welke manier het KNMI vaststelt dat ze lokaal zijn en, preciezer, hóé lokaal ze zijn.

Laat ik dan zelf maar iets verzinnen.

Een bui is lokaal als die maar op één plek valt. En nergens anders. Er kan ergens anders ook wel een bui vallen, maar dat is dan een andere bui. Dat bedoelen ze met ‘hier en daar een bui’ dat is dus niet dezelfde. Ik zeg het maar even.

Trouwens ook raar, dat vallen, want de bui valt natuurlijk niet, die hangt, en de regen vált, uit de bui. Die KNMI’ers zeggen maar wat. Stel je voor dat die hele bui zou vallen. Ik moet er niet aan denken.

Wat ik natuurlijk wel doe, op dit moment namelijk, terwijl ik dit schrijf, maar ik zal u besparen wat ik zie, want deze blog is al ingewikkeld genoeg.

Eh… toch nog één gedachte, die een beetje lijkt op de vraag ‘waar is de wind als het niet waait?’ Mijn variant: waar is de bui als het niet regent?

Verder met die definitie. De oplettende lezer heeft natuurlijk al gezien dat ik de definitie als het ware heb verplaatst, van bui naar plek. Zodat de vraag nu is hoe groot dan de plek is waarop de regen uit een bui valt. Ik stel de volgende afmetingen voor…

‘Ahum… een hele interessante verhandeling hoor. Echt.’

Zei Cavia.

‘Maar ik vroeg alleen of het al droog was zodat we een eindje konden wandelen. Je wou toch naar buiten?’

‘Ja, het is droog. En ja, ik wil naar buiten.’

‘Oh yes! Eindelijk!’

2 gedachten over “Bui

  1. Hoi René! Grappig, dat jij dat dus ook hebt, elke keer als de weervrouw/man (hen? oké, wie weet!) het over vallende buien heeft, dat jij dan ook denkt, ja hallo, dat kan niet, sufferds, taalbarbaren, de régen valt. Uit een bui.

    Groetjes! Paul.

    Like

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.