
Toen er vorig jaar opeens een wetsvoorstel op tafel lag (nu in de eerste kamer, vandaag stemming!) waarin de strompelende coalitie van toen illegaliteit en hulp aan illegalen strafbaar ging maken, riepen allerlei politici en bestuurders verontwaardigd dat zoiets “onder de morele ondergrens” was.
Eerst dacht ik dat zoiets eigenlijk niet kon, onder de morele ondergrens, omdat ‘ondergrens’ behoorlijk eindig klinkt, maar toen hoorde ik die meneer met zijn peroxide haar uitleggen wat hij wilde en kwam ik daarvan terug.
Het kan wel.
Maar de makke is dat moraal nooit welomlijnd is en zelden voor iedereen altijd dezelfde. Zo is de moraal van al de verontwaardigde politici en bestuurders waarschijnlijk een andere dan de moraal van de meneer met dat peroxide haar. De moraal van die meneer begint zo ongeveer waar die van de verontwaardigden ophoudt. En andersom.
Dus dé moraal bestaat helemaal niet en dé morele ondergrens dus ook niet. En om het ingewikkeld te maken, als er al een of andere ondergrens zou zijn, schuift die op waar je bijstaat.
Want voordat de ondergrens kennelijk was bereikt, waren een hele hoop (toen nog niet verontwaardigde?) mensen al lang over de vorige ondergrenzen heengestapt. Zoals bijvoorbeeld die keer toen iemand bedacht dat mensen illegaal kunnen zijn.
Het idee alleen al.
Tijdens de bezetting door de nazi’s in WO2 was ‘illegaal’ een woord voor wat mensen ondergronds deden om anderen (zoals onderduikers) te helpen.
Over verschuivende moraal gesproken.
Nog even en we zijn weer terug.
Maar dan bezet door schijnheilige draaikonten.