
Blijf je verwonderen, dan is (bijna) alles mooi.
Ik ben sinds een paar jaar een echte wandelaar. Vind ik. Schrijver was ik al. Maar het duurde een tijdje voordat ik ook ging schrijven over mijn wandelingen: korte reisverhalen om mijn hoofd leeg te maken. Ik zie onderweg namelijk van alles en als ik weer thuis ben, schrijf ik op wat ik heb gezien en wat ik ervan dacht. Anders is het zonde van al dat kijken en denken.
En eh… als ik het níét doe, die dingen opschrijven bedoel ik, dan word ik gek. Of nou ja, dan komt mijn hoofd vol met allerlei ongesorteerde beelden en gedachten te staan, en daar kan ik niet goed tegen.
Dus vandaar.

Ik maak onderweg ook foto’s. Om te bewaren wat ik zie. En dan zijn er meteen ook plaatjes bij mijn reisverhalen. Ik maak best veel foto’s van vogels, maar ik zou mezelf geen echte vogelaar noemen. Ik maak geen plotselinge en/of verre reizen naar bedevaartsoorden voor ornithologen. Ik vind een ‘doodgewone’ huismus namelijk ook super leuk.
Behalve vogels fotografeer ik zo’n beetje alles wat me voor de voeten komt en mijn blik aan blijft kleven.
ALLE WANDELINGEN
Hieronder mijn reisverslagen allemaal op een rijtje. Klik op een titel om er eentje te zien & lezen! Onderaan ieder verslag staat ook een link, als je daarop klikt, kom je op de site van Komoot waar naast de verslagen en de foto’s ook de routebeschrijvingen heb opgeslagen.
Modderpoelen en dode bomen, maar toch nog mooi; de Kampina




























In Boxtel stapte ik uit de trein, kordaat gewapend om de eerste kilometer door het industrieterrein heelhuids door te komen. Het staat vol fabrieken die ik niet begrijp of niet wil begrijpen in straten die ze hebben bedacht zonder aan voetgangers te denken. De paar stoepen die er zijn eindigen even plotseling als ze beginnen.
Zodra halverwege de Scheepsdonkweg de eerste akker in volle breedte voor me ging liggen, en ik nog steeds de uien kon ruiken die een paar weken eerder geoogst waren, liet ik mijn verdediging zakken.
Dat had ik misschien niet moeten doen.
Ik ben hier al vaak geweest, op de Kampina, en ik heb ook veel over deze streek geschreven, over hoe ademloos prachtig die is, maar vandaag werd ik opeens overvallen door haar littekens. Meer nog dan de dode bomen die je overal tegenkomt, en die op een of andere manier hun statige schoonheid nog hebben behouden, lieten de tot modderpoelen verdampte vennen van zien wat de Kampina de afgelopen jaren te verduren heeft gekregen. Ik vond het bijna hypocriet om te fotograferen wat ik zag, omdat de mist desondanks alle natuur toch weer mooi maakte en het leek alsof er niets aan de hand was.
Ik kon het natuurlijk niet laten, fotograferen bedoel ik, maar hoop dat jullie na deze inleiding een beetje anders naar de foto’s kijken. Tegelijkertijd hoop ik dat jullie de moed niet laten zakken. We kunnen het tij nog keren.
Hm, een beetje treurig begin. Lees vooral door.
De stier die ik tegenkwam, ging staan alsof hij poseerde. Hij kijkt misschien een beetje lijdzaam, maar dat is volgens mij slechts schijn. Hij wacht geduldig tot ik hem goed in me heb opgenomen en weet hoe ik de foto wil maken.
Toen ik na 3 kilometer die omgevallen boom in de verte zag, werd de achtjarige jongen in mij wakker en keek ik door zijn ogen naar het skelet van een ontzaglijk prehistorisch beest. Misschien was het wel een vis en liep ik over de bodem van wat vroeger een diepe oceaan was! Ik moest aan mijn moeder denken, die me altijd op het hart drukte dat verbeelding het leven veel leuker en mooier maakt.
Waarvan acte.
In de bossen die daarna kwamen werd de mist alsmaar dikker. Met zoals ik al zei, adembenemend mooie gevolgen. Ik wilde me afvragen hoe het kan dat grijze sluier zoiets teweegbrengt, maar besloot dat niet te doen. Gewoon kijken, zei ik tegen mezelf, meer niet.
Rond een uur of 12 kwam de zon door en de vogeltjes tevoorschijn. Een veld vol verdorde zonnebloemen was een soort land van melk en honing voor vinken en groenlingen. Ze vlogen af en aan, maar om één of andere reden lieten ze alleen hun achterkanten zien.De tweede stier die ik op de foto kreeg, was al even geduldig als de eerste. Maar wel een stuk indrukwekkender. Vond ik. Faliekant in strijd met mijn gezond verstand dacht ik eerst dat er een leeuw op dat heuveltje lag. Dat was dus niet zo, maar ik besloot voor de zekerheid om toch maar veel ontzag te tonen. Ook al omdat er overal bordjes staan dat die beesten onvoorspelbaar zijn. Dat ik om hem heen liep, kun je ook zien op de route, een grillige boog stulpt van het rechte pad.
Later ontdekte ik nog een grote bonte specht. Hij was nogal ver weg en erg druk met hameren, dus ik heb wel eens betere foto’s van zo’n vogel gemaakt.
Dan maar een hek, dacht ik, dat blijft tenminste stilstaan, om er vervolgens na een paar foto’s achter te komen dat de paaltjes van bovenaf gezien veel mooier waren. En ik verdrong weer een vraag, dat wil zeggen, ik dacht niet over het antwoord na.
(Wat heb ik toch met oude en verweerde dingen?)
32 hekken en nog veel meer in de Krimpenerwaard




















Deze tocht begint eigenlijk pas goed bij de Steinse Tiendweg. Een kade tussen sloten en weilanden met slechts één nadeel, ik schreef er al eerder over: hekken. 32 hekken om precies te zijn. Ja, ik heb ze maar een keer geteld. Je kunt eroverheen klimmen, daar hebben ze opstapjes voor gemaakt, maar je kunt ze ook gewoon open en dichtdoen. Dat is gedoe, maar ik ben niet zo’n klimmer, dus ik heb 32 keer zo’n hek open en dichtgedaan. Iedere keer natte handen en soms de angst dat je uitglijdt en in de sloot tuimelt, want het zijn flinke hekken en er is niet veel ruimte om door de opening te stappen. Maar goed, ik heb het overleefd.
Daarna volgt een heel stuk over een smalle asfalt weg met de intrigerende naam Ruige Weide. Ik heb goed om me heen gekeken, maar ik zag het er niet aan af. Hele gewone weilanden als u met mij vraagt. Het was daar dat ik hoog in de lucht werd ingehaald door een meneer met vleugels. Ja, ik weet even geen andere beschrijving. Het was redelijk bizar om dat voertuig in de vroege ochtend opeens in de lucht langs te zien komen.
Ik dacht in het dorpje Oudewater even rustig koffie te drinken, maar dat was natuurlijk dom van mij, want op zaterdagochtend is het overal een drukte van belang, dus ook in Oudewater. Op de kade van de Benschopper Molenvliet daarentegen was doodstil. 4,5 km lang.
Ik ben blij dat ik eindelijk weer eens kan melden dat ik aardig wat vogels heb gezien. Veel zijn er momenteel op drift, onderweg naar hun winterverblijven, en het Doove Gat, een natuurgebied bij Haastrecht is dan een soort pleisterplaats. Dat vermoedde ik althans. Ik had daarom mijn hele tocht zo gepland dat ik met de zon in mijn rug bij die rietplas zou aankomen. Dat lukte. En ik zag meteen een groepje personen met verrekijkers. Dus ik had het goed vermoed. Want die mensen staan daar natuurlijk niet om treinen te spotten.
(Oh, goed dat ik dat zo opschrijf, want nou herinner ik me gelukkig net op tijd de echte treinspotters op het station van Gouda Goverwelle, die met gevaar voor eigen leven aankomende treinen aan het fotograferen waren. Maar dat was slechts oefenen, want nog niet veel later kwam er een prachtige rode stoomlocomotief sissend binnenrijden. Hij bleef even staan om te poseren en vertrok weer. Een min of meer absurdistische voorstelling van niet meer dan één minuut. Ik had jammer genoeg mijn fototoestel al ingepakt.)
Terug naar de vogels. Ik noem ze weer even in volgorde van opkomst: een wulp (ik besefte nu pas wat een enorme snavel die heeft, lijkt me echt onhandig!), een kleine mantelmeeuw (die eigenlijk best wel groot was), twee (van de vele) slobeenden, een wintertaling, en nog maar eens een reiger (alleen bij dit verhaal opgenomen omdat-ie zo bazig zijn kop boven het gras uitsteekt).
Veel bos en minder weiland. Rondtocht vanuit Wijk bij Duurstede

























Ik had deze tocht al een tijd niet gelopen en was nogal verrast door de verhouding bos-weiland. Die herinnerde ik mij anders. Meer in evenwicht. Nu was er (opeens, dacht ik tegen beter weten in) veel meer bos. Téveel naar mijn smaak. Of andersom: te weinig horizon. Nauwelijks wijde blik.
Maar wel paddestoelen. Veel paddestoelen!
Teveel om allemaal op de foto te zetten. En sommige vond ik van dichtbij op mijn laptop bij nader inzien te griezelig om te bewaren. Bruine golvende zwammen die uit de stam van half dode bomen dropen terwijl ze zelf iets aan het braken waren. Of zo. Jig!
Dus bij dit verslag een paar onschuldige en misschien al te gewone exemplaren. Alhoewel, een rood-met-witte-stippen-paddestoel zonder witte stippen is niet zo gewoon. Denk ik. En dan ook nog zo rond! Net als die bruine trouwens.
Ook verbazingwekkend, een tennisbal die maar een paar meter van een tamme kastanje vandaan lag. Allebei even groen. Misschien dat de hond die de bal moest apporteren van de twijfel gek werd en onverrichter zake is teruggerend?
Jammergenoeg zag ik weinig vogels. Of laat ik eerlijk zijn, ik kreeg de meeste niet fatsoenlijk in beeld. Ze liepen en vlogen heen en weer alsof het voor het donker af moest zijn, wat ze aan het doen waren. Ik weet niet wat. Onduidelijke werkzaamheden. Vogeldingen. De jonge spreeuwen daarentegen stapten bedaard rond op het grijze rieten dak van een boerderij, alsof ze alle tijd van de wereld hadden. Ik vind vooral de spikkels op hun voorkant altijd zo aandoenlijk. Nu weer.
Ook aandoenlijk: de Engelse drop op de verweerde paal van een hek voor de oprijlaan van kasteel Sandenburg. En daar bovenop dan weer drie verkenners van een naburige mierenkolonie die met de handen in het haar probeerden te bedenken hoe ze die drop naar beneden konden krijgen.
Ik heb niet gewacht tot ze eruit waren, want het leek me onbegonnen werk.Wat heb ik verder nog gezien… een kleine opsomming.
De Leersumse straatweg, met een hele vrolijke middenstreep. Mijn complimenten voor de ambtenaar die de kleuren heeft uitgekozen! Zo wordt asfalt toch nog leuk.
Nieuw grind op de paden van landgoed de Ruiterberg (en verderop kwam ik een man tegen die de hekken aan het verven was, dus misschien hadden ze de loterij gewonnen).
Een bos van mintgroene kokers waarin bomen probeerden te groeien. Het zag er nogal hopeloos uit, dus ik ben niet gaan kijken of ze nog leefden. Bovendien wilde ik dat bos wel eens uit.
Dat lukte. Maar de overgang was groot. Ik kreeg de skyline van Wijk bij Duurstede maar ternauwernood op één foto.
Zondagwandeling XL (vanuit Hollandsche Rading)






































Dit is dus mijn favoriete zondagwandeling, maar dan uitgebreid met een heel stuk door park Ruigenhoek, het Gagelbos en het Noorderpark, allemaal natuur onder de rook van Utrecht. Op sommige plekken kon ik de flats aan de randen van Overvecht zien staan. Maar dat deed niet veel af aan wat ik dichtbij allemaal zag. En róók! ze hadden het gras gemaaid en gewoon laten liggen, waardoor het hooi was geworden. En op deze ochtend bedauwde hooi. Dat rook echt heel lekker. Naar amandelen. Ja, echt!
Dus ik was misschien niet vér weg maar wel helemáál weg.
Of nou ja, in ieder geval het grootste deel van de wandeling, dus niet de hele tijd, want na 3,5 km komt er een stuk dat niet zo mooi is en ook nogal druk. Dus toen was ik niet weg, maar bezig met net te doen alsof die auto’s er niet waren terwijl ik me afvroeg waar al die mensen heen moesten op zondagmorgen tussen 08.00 en 10.00 uur. Naar de kerk, was het enige wat ik kon bedenken.
Twee gebeurtenissen die me verderop terug in de alledaagse wereld trokken: 1) een work-out-klasje dat onder het dak van een muurloze stal naast een oude boerderij opdrachten kreeg toegeschreeuwd van een soort drilsergeant (v) die boven de techno probeerde uit te komen; 2) een yoga-klasje dat in de serene rust van de Tienhovense polders precies het tegenovergestelde deed (denk ik, want ik kon er natuurlijk niet uitgebreid naar gaan staan kijken), maar wat me toch behoorlijk in de war bracht, aangezien ik niet meteen de hele groep zag en bij de eerste twee deelnemers (m/v/x) die ik van ver in het oog kreeg dacht dat ze geblesseerd waren of zo.
Ze lagen er zonder dat ik de hele context kende best raar bij.
Maar goed, van ongeveer 50 mensen wist ik nu waar ze heen gingen op zondagochtend.
Tot slot een hele andere vraag: waarom zijn ooievaars altijd vies aan de voorkant en zwanen en zilverreigers prachtig wit? (Zie de foto’s.) Ik wist er zo gauw geen antwoord op. Ze leven in precies dezelfde weilanden en sloten en volgens mij eten ze ook ongeveer hetzelfde. Mijn eerste conclusie was dat ooievaars gewoon smeerkezen zijn, maar dat leek me bij nader inzien een te makkelijk antwoord. Misschien dat ik het op ga zoeken.
Water en weiden – Van Gouda Goverwelle slingerend naar Woerden


































Deze wandeling heb ik samengesteld uit een paar stukken die ik al eerder had gelopen en nieuwe stukken. Ik begon er met gemengde gevoelens aan, want had onduidelijke herinneringen aan de eerder gelopen delen, waren die nou mooi of niet? Ze waren in ieder geval onvermijdelijk als ik de rest van de route wilde lopen.
Dus ik op pad. The proof of the hike is in the walking, of zoiets.
Ik wist al vrij snel wat me de vorige keer had gehinderd: de overdaad aan villa’s met nodeloze toebehoren. Ik besloot gewoon mijn blik op andere dingen te richten. Dat lukte niet helemaal, want binnen de kortste keren had ik, Joost mag weten waarom, een reeks foto’s van robotmaaiers. Ik heb er één bij dit verslag opgenomen, omdat die een hele mooie rechthoek in het natte gras had gemaakt. Dit in tegenstelling tot alle andere stuntelaars, die volgens mij echt niet door hadden waar ze mee bezig waren (ik bedoel, hoe vaak moet zo’n machine zich stoten aan een boom om te concluderen dat het gras elders is?)
Verder was deze wandeling geweldig. Wel nat. De paden door weilanden en over kades, waren her en der overgroeid door bedauwd gras en riet, zodat ik op het eind tot aan m’n knieën doorweekt was. Gamaschen zouden geen gek idee zijn. Ik heb ze, maar iets weerhoudt me ervan om ze te dragen. Ik vind het geloof ik een beetje overdreven.
Het stuk tussen wandelknooppunt 18 en 49 begint als een regelrechte wildernis en het pad is in het begin nauwelijks een pad. Na een paar honderd meter wel. Kwestie van doorlopen dus.
Het egeltje moest ik eerst roepen voordat-ie mij gewaar werd. Z’n stekels kwamen omhoog zoals bij ons de haren op onze armen bij kippenvel. Indrukwekkend.
De Amerikaanse rivierkreeft daarentegen vond meteen dat ik niet pluis was. De vechthouding die hij aannam was vanaf een afstandje een beetje sneu (ik ben namelijk echt veel groter dan zo’n diertje), maar toen ik inzoomde, best wel eng.
Ik heb misschien te veel griezelfilms gezien, want ik zag hem in gedachten naar mijn strot vliegen.
Qua vogels was het rustig. Maar dat komt misschien ook omdat ik niet de juiste instelling had. Ik kwam een man tegen bij een kijktoren die me vertelde dat er verder op kiekendieven rondvlogen terwijl ik de trap klom om te kijken of ik boven beter zicht had op een blauwe emmer in het weiland. Ik bedoel maar.
Check wel even de foto van de aalscholver die in diepe slaap midden op het wandelpad zat (15,5 km). Ik moet bekennen dat ik niet meteen snapte wat ik zag en het ook een beetje eng vond, zo’n roerloos zwart gevaarte. Uiteindelijk moest ik hem met ‘hé PSSS!’ Wakker maken, want hij bleef daar maar zitten, ook toen ik dichterbij kwam. Waggelde chagrijnig naar de sloot.
Snap ik wel.
Eindeloze plassen en de Vecht. Van H’sum MP naar Bussum-Zuid met een omweg





































Hoewel ik uit wandelen ga voor de rust, kom ik onderweg vaak in stressvolle situaties terecht. Dat wil zeggen, situaties waar ík dus stress van krijg. Zoals een paadje dat op de kaart gewoon één paadje is, maar in het echt uit twee paadjes bestaat. Dat zou nog tot daaraantoe zijn als ze allebei hetzelfde waren en bleven. Dan hoefde ik niet te kiezen. Maar ze veranderen om de zoveel meter en volgens een onnavolgbaar systeem (=geen systeem). Dus dan heb ik stress, omdat ik telkens moet bedenken welk pad het fijnste is.
Vandaar dat ik zo blij was met de schapen op het Verlengde Bergse Pad, want die hadden met z’n allen een heel duidelijk pad gemaakt dat verreweg het fijnste was van alle (zogenaamde) paadjes daar. Ik nam op de koop toe dat ze op het pad hadden gepoept, want dat hadden ze heel vriendelijk ook meteen weer platgelopen. Ik accepteerde ook dat ze het bankje waar ik op had willen zitten min of meer geconfisqueerd hadden. Ze wegjagen leek me nogal ondankbaar.
Ik weet niet waarom, maar tijdens deze wandeling zag ik veel emmers. Drie witte en één gele. Jammer, want rood is mijn lievelingskleur.
Vind ik eigenlijk ook een betere kleur voor een emmer. Maar wie ben ik.
En boeien zag ik ook veel, maar dat is niet zo raar als je bijna de hele tijd langs het water loopt. Op een dag ga ik uitzoeken wat die nummers betekenen.
Dat zal minder moeilijk te achterhalen zijn dan uitvinden wat die regenboogpruik daar deed op die paal van dat hek langs een weide aan de rand van ‘s-Graveland. Dat ga ik dan ook niet doen. Uitzoeken wat die daar deed, bedoel ik. Want dan is het geen mysterie meer en da’s zonde.
Van Veenendaal C. langs het Valleikanaal naar Rhenen, door de bossen terug naar Veenendaal W.






















De dag begon grauw en daar doen de buitenwijken van Veenendaal geen goed aan. Vandaar dat ik aan het begin een kleine omweg inlaste, rond een vijver waarin alleen een paar eenden dreven. Dat hielp ook niet.
Een eindje verderop liep ik verkeerd. Komoot zei dat ik moest omkeren, maar dat kan ik nooit. Vraag me niet waarom. Een of andere psychische blokkade weerhoudtme ervan om op mijn schreden terug te keren. Letterlijk dan. Figuurlijk is het geen punt. Ik ruil met alle plezier mijn standpunt over iets in voor een ander standpunt. Als dat beter is.
Maar in het echt toegeven dat ik verkeerd loop, lukt me niet. Dus ik liep door. In de ijdele hoop dat ik nu iets zou meemaken wat ik anders gemist zou hebben. Om mijn koppigheid te rechtvaardigen. Een prachtig autowrak voor de garage van een bungalow! Dat was wel iets, vond ik. Maar thuis kwam ik erachter dat mijn fototoestel er een vage toestand van had gemaakt.
Het leven is ondoorgrondelijk.
Het fiets/wandelpad langs het valleikanaal is zo’n 8 kilometer lang, maar het verveelt niet, vind ik. Ik heb wel onderweg nóg een omweg gemaakt, door de wetlands van de Binnenveldse Hooilanden, naar die waren niet echt wet. Dus er waren geen vogels die daar op af komen. Wel een ringmus, een graspieper en een rietgors. Ook leuk.
Ik heb ook een ree gezien, helemaal alleen op een dam tussen twee weilanden in. Vond ik nogal verassend. Een weideree. De foto’s mislukten. Te veel wind, waardoor ik mijn megalomane fototoestel niet stil kon houden (en trillingsreductie heeft zo haar grenzen).
Het tweede gedeelte van de wandeling ging deels langs akkers en weiden en deels door bos. Het was mooi, maar ik heb er niet zoveel foto’s gemaakt. Opeens kwamen de bomen mijn neus uit. Of zoiets.
Komoot had er na 25 kilometer ook genoeg van. Maar dat was een soort waarschuwing, want meteen na het onverwachte maar enthousiaste ‘je hebt het geflikt!’ begon het te regenen.
Camera ingepakt en door de miezer de laatste twee kilometer naar Veenendaal West gelopen. Dat laatste stuk heb ik niet opgenomen voor een deel twee van deze wandeling. Maar het is echt heel moeilijk om tijdens dat laatste stukje naar Veenendaal West nog te verdwalen. Dus ik vertrouw erop dat u er wel komt.
Verdronken bos, uiterwaarden langs de Lek, over de kanaaldijk en via ‘t Goy terug









































Om één of andere reden had ik me precies voorgesteld hoe het eerste gedeelte van deze wandeling eruit zou gaan zien en dat klopte ook; de aankondiging van zon achter mist-schuine-streep-nevel waardoor alles ver weg op een fijne manier vaag zou zijn. Later op de dag kwam die vaagheid nog eens terug, maar toen omdat er overal een beetje regen in de lucht hing. Ook mooi, maar minder fijn.
Die regen viel uiteindelijk precies op het moment dat ik oog in oog stond met een bankje in de holte van een of ander struikgewas onder een boom. Dus ik bleef droog. Dat voelde als gerechtigheid, al zou ik niet weten waarom. Het was gewoon boffen.
Ik heb de wandeling nu rechtsom gelopen en dat doe ik eigenlijk altijd, want dan kom je vrij vroeg door het verdronken bos, wat in de ochtend echt het mooist is. Check wel even het vlonderpad, want als het erg nat weer is geweest, is het spekglad.
Het pad door de uiterwaarden van de lek was net gemaaid, wat een hoop zwoegen en nattigheid scheelt. Vlakbij de spoorbrug stond er een hele kudde koeien op en rond het pad. Ik heb het niet op die beesten sinds ik krantenberichten heb gelezen over op hol geslagen hordes die wandelaars aanvallen.
Dus ik besloot off track te gaan. Had ik niet hoeven doen, want de koeien waren banger voor mij dan ik voor hen. En ik ontdekte dat galopperende koeien echt aandoenlijk zijn.
Ik kreeg de neiging om heel hard sorry te roepen. Maar dat leek me raar, ook al was ik de enige mens in de verre omtrek.
Qua vogels geen bijzonderheden, op de brandgans na, die volgens mij verdwaald was, want hij was de enige temidden van een kleine menigte grauwe ganzen. Voor de volledigheid de andere vogels in volgorde van opkomst: een kraai, een roodborsttapuit, een aalscholver (die me toeschreeuwde of zo, terwijl ik toch erg ver weg was), een kokmeeuw, een kieviet (voor de verandering eens op het strand en niet in de wei), nog eens een roodborsttapuit, en een lepelaar (met opgeborgen lepel).
Rondtocht vanuit IJsselstein door de Lopikerwaard

























Het was een regenachtige dag, niet de dag die het KNMI voorspeld had, want in plaats van één of twee buien in de morgen, regende het gestaag door tot een uur of één in de middag. Inclusief regen die niet op buienradar te zien was, wat voor het effect niet veel uitmaakt, want ik werd er net zo goed nat van. Het leverde wel mooie beelden op, al zeg ik het zelf. Ik hou wel van die vergezichten die eigenlijk geen vergezichten zijn omdat je door de miezer en motregen niet zo heel ver kunt kijken.
Maar goed, regen dus. Op een gegeven moment zoveel dat ik mijn route besloot aan te passen en hetzelfde stuk van 3 km door de weilanden oversloeg als de vorige keer ( toen omdat het nog broedseizoen was).
Om het allemaal een beetje in evenwicht te houden, schotelde deze dag me maar liefst drie ijsvogels voor! Drie! Jammer genoeg alle drie in volle vaart ergens naar op weg, dus telkens zag ik niet meer dan een metallic blauwe schicht, zo’n 20 cm boven het water van rivier of sloot. Toch mooi meegenomen.
Verder het standaardpakket: reigers in alle soorten (nou ja, twee: blauw en zilver) en maten, torenvalken (er zat er eentje sip te kijken op vers geploegd land, je vraagt je af waarom) en buizerds. O ja, en eenden, die zich om een of andere reden nogal opvallend zogenaamd verstopten in het hoge gras, met hun koppies op uitgerekte halzen als periscopen er bovenuit.
(Ook nog een nepvogel gezien, een vlieger boven een boomgaard.)
Aan het begin van de middag klaarde het op, net toen ik langs een pad kwam dat ik altijd al eens in wilde slaan, maar dat haast altijd gesloten is. Nu was het open. Dus ik naar links op de Noordzijdse kade oost. Goed besluit, want het was een lekker slordig grindpad tussen twee weiden vol slootjes en bosjes waar van alles gebeurde.
Daarna werd het wat eentoniger, asfaltwegen tussen boerderijen en overal weer dat eindeloze raaigras (= saai gras).
De Kromme Rijn – van Utrecht CS naar Hardenbroek
































Het zou gaan regenen, maar waar en wanneer precies, dat was moeilijk te voorspellen. Dus ik besloot om gewoon vanuit Utrecht langs de Krommerijn in de richting van Wijk bij Duurstede te lopen en dan maar te zien hoe ver ik kwam zonder nat te worden. Nou, ik kwam een heel eind, tot aan de bushalte Hardenbroek (vernoemd naar het kasteel dat een eindje verderop staat).
Voor mij is die tocht over het jaagpad een trip down memory lane, want toen ik veel aan hardlopen deed, was dat mijn favoriete route. Vandaar ook dat ik telkens met veel begrip van het pad stapte als ik een hardloper (m/v/x) aan zag of hoorde komen.
Ik was al om 7:00 uur onderweg in de hoop dat ik dan het ergste verkeerslawaai zou missen, maar dat was erg naïef gedacht. De stad was al lang wakker en alle knorrende beesten ook. Die haastten zich ook (waarschijnlijk om de files voor te zijn) over de A28 en de A12. Dus laat ik eerlijk zijn, pas bij Bunnik werd het een beetje stil. Dus deze wandeling is misschien meer iets voor een zondagochtend.
Wat allemaal niet wegneemt dat het nog steeds geweldig is om langs de Krommerijn te wandelen.
Mijn motto is dat alles mooi is, als je maar goed kijkt, maar de muskuseend die ik spotte, zette dat motto wel even op scherp. Geen mooi gezicht, zo’n kop vol rode dingen (ik ben zo vriendelijk geweest om de closeups weg te laten).
Na diepgaand onderzoek en overleg kwamen mijn dochter en ik tot de conclusie dat het waarschijnlijk een tamme variant is, ontsnapt of zo (de wilde variant ziet er minder afgrijselijk uit.).
Nee, dan die fuut! Waarschijnlijk haar tweede leg, drie kuikentjes waarvan er een op haar rug kroop. Altijd schattig.
Een kilometer voor het einde van de tocht hing boven de weilanden een torenvalk, met op de achtergrond een windmolen. Vreemde combinatie, maar het werkt, vind ik. Ik heb de tijd genomen om te volgen wat-ie verder nog ging doen. Rustig op een paal zitten om de omgeving in het oog te houden.
Iemand moet het doen.
Heide – van Oosterbeek naar Lunteren






























Ik weet niet waarom ik had bedacht om van Oosterbeek naar Lunteren te lopen. Maar toen ik er achter kwam dat op deze dag de trein rechtstreeks naar Oosterbeek ging, zag ik dat als een mysterieuze bevestiging van het universum dat mijn uit het niets opgekomen plan het juiste was.
Ik ben van huis uit nogal rationeel, dus dat ik zo’n raadselachtige aanwijzing serieus nam, was voor mezelf wel een verrassing.
In de trein bleek waarom ik beter had moeten weten. De conducteur vertelde dat de trein deze keer ook in Oosterbeek stopte omdat daar een grote wandeltocht startte ter herdenking van operatie Market-Garden. De grootste eendaagse wandeltocht ter wereld.
Veel mensen…
Die liepen wonder boven wonder slechts 25 meter met mij mee. Of ik met hen. Het is maar hoe je het bekijkt. Maar het universum had hoe dan ook toch goede bedoelingen met mij. Besloot ik.
Het weer zat ook mee. Dito de natuur. De heide bloeide nog steeds (en is ook van heel dichtbij erg mooi) en de zonnebloemen wisten ook niet van ophouden.
Bovendien kreeg ik voor het eerst in mijn leven een paar raven fatsoenlijk op de foto.
Of nou ja, het profiel van een paar raven. Toch mooi, al zeg ik zelf. Daarnaast zag ik nog een grauwe klauwier, die helaas heel ongezellig zijn rug naar mij keerde. De jonge blauwe reiger was niet zo alert als ik van reigers gewend ben, hij bleef gewoon staan toen ik voorzichtig in zijn comfortzone stapte. Ik heb samen met een mevrouw een tijd staan te kijken om te zien wat hij voorts nog deed. Hij sloeg een soort van op de vlucht, maar dan wel te voet. Omdat-ie verder gezond leek, lieten we hem met rust.
‘Misschien is hij alleen maar moe,’ zei de mevrouw.
Van Boxtel maar Den Bosch langs de Essche Stroom en het Drongelens Kanaal – deel 1





















(Deze wandeling bestaat uit twee delen, dus dan weet u het wel. Maar ik had beloofd daar niet meer over te zeuren. Bovendien las ik op de Komoot-site dat bij de updates van augustus ook een fix zat voor crashes van de app op mobieltjes. Hoera!)
Ik liep dus van Boxtel naar Den Bosch, via de Kampina en daarna langs de Essche Stroom en ook een heel eind langs het Drongelens kanaal. Deel één van deze wandeling ging tot en met het Kraaiengat, een plas een eindje onder Vught.
De Kampina was zoals altijd prachtig, en ook het landschap wat daarvoor ligt (tegen Boxtel aan) is erg mooi. Tussen de Kampina en de Essche Stroom is het allemaal wat saaier, vind ik. Heel veel weiland, waar niets op gebeurd. Grasfalt noemen critici dat wel eens. Snap ik. Ik heb voor de gein een paardenbloem gefotografeerd op een van die weilanden. Dat was één van de drie paardenbloemen op een stuk gras van een paar voetbalvelden. Niets voor mij.
De Essche Stroom daarentegen is dan wel weer geweldig. Of nee, statig. Daar ben ik iedere keer weer verbaasd over. Het is een rivier die respect afdwingt.
Toen ik vlakbij Esch kwam, ontmoette ik een mevrouw met een hondje die mij vroeg wat ik allemaal fotografeerde. ‘Wat me maar voor de voeten komt,’ zei ik. Dat herhaalde ze fluisterend voor zichzelf, waarschijnlijk om na te gaan of bevers daar ook bijhoorden, want meteen daarna vertelde ze me in vertrouwen dat er verderop eentje zat. Aan het begin van de meander. Waarom ze daar zo geheimzinnig over deed, weet het niet. Ik heb het beest trouwens niet gezien.
Wel een konijntje. Die knaagt soms ook.
Van Boxtel maar Den Bosch langs de Essche Stroom en het Drongelens Kanaal – deel 2













Het Drongelens kanaal is even imposant als de Essche Stroom, vind ik. Ook al kun je er van alles horen, is het daar in mijn herinnering altijd stil. Op een plechtige manier.
Toen ik bij de ijzeren man kwam, besloot ik om daar even te gaan kijken. Ik kwam daar in mijn jeugd vaak. Om te zwemmen, later om te hardlopen.
Het was nogal donker weer, dus alles leek een beetje droevig. Daar hadden de vogels geen last van, zeker de reiger niet, die in de korte tijd dat ik daar stond, twee visjes uit het water pikte. Één ervan staat op de foto. Voor wat het waard is.
De grachten om Ford Isabella (tussen Vught en Den Bosch) waren integraal groen door het kroos dat op het water dreef, waardoor het opeens een soort snelwegen leken, vond ik.
(Mijn moeder is als kind in het Vondelpark eens bijna verdronken omdat ze dacht dat ze over dat kroos kon lopen.)
Hoe die gans op de laatste foto in het zwarte water van de Dommel zo smetteloos wit was gebleven, is mij een raadsel. Hoefde ik ook niet te weten.
Tienhovense plassen en Westbroekse zodden

























Nadat ik ‘s morgens om de vijf minuten alledrie de weerapps op mijn mobieltje had bekeken, trok ik uiteindelijk de conclusie dat de polders bij Hollandse Rading de hele dag min of meer droog zouden blijven. Dus heb ik maar weer eens mijn favoriete zondagswandeling gelopen. Dit keer op maandag. (Ik moet toch eens over die benaming gaan nadenken.)
Ik was nog niet de trein uit of het begon te regenen. Dus de route omgegooid, zodat ik eerst door de bossen zou lopen. Dat was een goed plan. De zon brak door op het moment dat ik de open velden inliep.
Daar zag ik een veulen op zijn moeder klimmen om zijn hoofd aanhankelijk haar op rug te leggen. Dat is tenminste wat ik ervan maakte. Ik had dit gedrag nog nooit gezien. Wist eerlijk gezegd niet wat ik ervan moest denken. Maar goed, ik ben een stadsjongen.
De rest van de dag bleef het droog op één bui na die precies viel toen ik over het dichtbegroeide gedeelte van het Bert Bospad liep, dus ook lekker beschut. Maar om te laten zien dat de rest van de dag zich niettemin onder dreigende luchten voltrok, heb ik daar een paar foto’s van opgenomen.
Ik ben in de afgelopen jaren al heel vaak langs het bord van staatsbosbeheer gelopen waarop te lezen valt wat ze allemaal doen om het gebied aantrekkelijk te maken voor onder andere de purperreiger en de roerdomp. Afgelopen maandag zag ik voor het eerst dat ze op de goede weg zijn. Een purperreiger midden op het pad alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Mijn dag kon niet meer stuk. En ik had al een buizerd, grote zilverreiger, een ooievaar (met een rivierkreeft in zijn bek) en een tapuit gezien.
Hoera!
Naar het Pluismeer vanuit Bilthoven en weer terug















Dit is een wandeling die ik meestal halsoverkop doe. Ik was eigenlijk niet van plan om te gaan wandelen, maar na een blik op de weersvoorspellingen voor de komende dagen, besefte ik dat het de rest van de week tegen zou vallen, dus dat ik het beste maar meteen kon vertrekken.
Zo gezegd, zo gedaan. Op stel en sprong.
Hoewel ik deze wandeling al vaker heb gelopen, lukte het me toch om te verdwalen. Of nou ja, soort van. Opeens liep ik over de golfbanen bij Lage Vuursche. Waar het druk was. Dus ik hield me gedeisd. Ook al omdat ik altijd bang ben om zo’n bal op m’n kanis te krijgen. Komt waarschijnlijk door het venijnige geluid dat de afslag maakt, want dan is m’n eerste gedachte altijd: je zal geraakt worden door zo’n gemeen balletje. Het viel allemaal mee, want de enige golfbal die ik zag, lag rustig op het gras te wachten op een volgende slag.
In de bossen ten noorden van Lage Vuursche kwam ik een heel peloton witte stoeltjes tegen, die volgens mij klaarstonden voor een bruiloft. Hoewel dat doorgaans een feestelijke gebeurtenis is, en de zon alles dapper bescheen, zag het er allemaal toch een beetje troosteloos uit.
Om dit verslagje toch positief af te sluiten: ik kwam buiten verwachting nog aardig wat bloeiende heide tegen. Hoera!
Drie rondjes door de Krimpenerwaard vanuit Gouda Goverwelle
































In de titel van deze wandeling staat weliswaar ‘drie rondjes’, maar alleen het zuidelijkste rondje heb ik in één keer gelopen, dus dat was echt een rondje. Van de noordelijke twee liep ik ’s morgens de eerste helft, dus ze werden pas rondjes nadat ik later op de dag ook de andere helft wandelde. Ik dacht zo het natte gras van de Steinse Tiendweg te vermijden, en dat lukte ook, maar ik kan u nu vertellen dat het gras op de kade langs de Achterwetering even hoog en nat is.
Mijn fascinatie voor met touw dichtgebonden hekken was nog niet over. De foto’s die ik heb opgenomen zijn slechts een bloemlezing. Terwijl ik zo ongeveer m’n 20e foto van zoiets gemaakt had, zag ik een boer die zojuist zijn schapen had verzorgd het hek weer dichtknopen. Ik had hem eigenlijk iets over die touwen moeten vragen, maar ik wist niet wat en het leek me raar.
Ik heb waarschijnlijk evenveel foto’s van spinnenwebben gemaakt, want die waren vroeg in de ochtend in het lage zonlicht erg fotogeniek. Het web dat ik bij dit verslag heb geplaatst is leeg. Ik had wel foto’s met spinnen in hun web, maar laat ik eerlijk zijn, die vond ik niet leuk om naar te kijken.
Het konijntje dan weer wel. Die dieren zijn net iets schattiger dan de hazen die ik tegenkwam. Dit was volgens mij mijn eerste konijntje ooit sinds ik serieus wandel.
Tot slot nog een andere (wat kleinere) fascinatie: felgekleurde emmers in weilanden. Ja, je kan maar een hobby hebben. Hoewel ik niet van plan ben om er foto’s van te gaan verzamelen. Toen ik die gele emmer vergrootte om te zien wat erop stond – Megalix Sheep Booster – dacht ik meteen ook te begrijpen waarom de schapen voor een hek waar ik langs moest zo agressief keken. Ze waren high! (Ik vermijd hier het woord opgefokt.)
Niet.
Toen ik dichterbij kwam, vluchten ze weg. Wat je ze ook te eten geeft, ze blijven mak.
Van Leerdam langs de Linge naar Geldermalsen








































Misschien heb ik niet goed opgelet, maar op deze hele tocht heb ik maar twee vogels gespot. En die waren niet moeilijk te missen, want het waren een kalkoen en haar kuiken. Het kleine drama wat zich afspeelde, is op de foto’s niet goed te zien. Korte beschrijving: moeder kalkoen stond binnen de afrastering en het kuiken daarbuiten. In- en/of uitgang nergens meer te vinden. En toen was ik daar opeens met mijn fototoestel. Ik ben maar snel doorgelopen.
Mijn wandeling ging grotendeels door de Betuwe en daar waren ze druk met de oogst. Waar je maar keek, hing rijp fruit aan de bomen. En dan te bedenken dat er ook waar je maar kijkt fruitbomen staan. Ik denk dat het de mensen in de Betuwe hun eer te na is om een stuk grond groter dan een tafellaken leeg te laten. Daar moet een fruitboom in. Ik snap dat wel.
Het laatste deel van de route ging door de Mariënwaerdt en daar hadden ze de jaarlijkse landgoedfair. Daar kwam ik pas achter toen ik ogen in oog met drie weilanden vol geparkeerde auto’s stond. Te laat om mijn wandeling nog om te gooien. Uiteindelijk viel het mee, na de parkeerplaats was de drukte voorbij.
Toen ik thuis de foto’s bekeek, ontdekte ik dat ik onderweg kennelijk een fascinatie voor touwen had opgedaan. Vraag me niet waarom. Ze komt waarschijnlijk voort uit mijn fascinatie voor oude (soms nutteloze) hekken. Die worden vaak bij elkaar gehouden door touw. Als het even kan gerafeld touw.
De andere foto’s spreken hopelijk voor zich. Ik vraag nog wel extra aandacht voor de mysterieuze oranje voetafdruk (?) op de stam van een boom waarop dan weer een doosje is geplakt met een papiertje dat op z’n kop zegt: brieven. Terwijl ik dit schrijf, besef ik pas dat ik in het doosje had moeten kijken. Maar wat als er een brief in had gezeten? Die had ik natuurlijk niet geopend. Dus dan was het sowieso een raadsel gebleven.
p.s. Die stompe kerktoren staat echt scheef. Het is de toren van Acquoy. Toen ze in de 13e eeuw aan het metselen waren, zakte het bouwsel al weg. Dat hebben ze proberen te corrigeren. Niet echt gelukt.
Bos, plas, Vecht… van Hollandsche Rading naar Abcoude







































Omdat het regende, besloot ik deze wandeling uit te stellen tot het droog was en te beginnen in Hollandsche Rading, zodat ik eerst beschut in het bos zou lopen, voor het geval dat het ondanks voorspellingen van het tegendeel toch weer zou gaan regenen.
Geen goed besluit, want het bleef droog, maar het bos droop en druppelde alsof het van niets wist.
Na de bossen kwam een stukje door een sikkeneurige buitenwijk van Hilversum, en daarna een kilometers lang vervolg over de kades tussen de plassen op weg naar Vreeland. Een erg mooi vervolg. Ik had me voorbereid op veel hoog nat gras en een onvindbaar pad. Dat viel reuze mee, want het gras was er wel, maar gemaaid. Dus ik kon gewoon over een pad zonder hindernissen lopen. Met dank aan de gemeente Wijde Meren.
Denk ik.
Zou niet weten wie anders dat gras zou maaien.
Hoe dan ook… daarna, van Vreeland naar Abcoude, was het helemaal zorgeloos wandelen vanwege een asfaltweg die met de Vecht meeslingerde.
Of nou ja, zorgeloos… ik moest geregeld de berm in om uit te wijken voor belachelijk brede auto’s, maar om een of andere reden liet ik dat de pret niet drukken.
Er was een hoop te zien: een prachtig vervallen schuur die ze hopelijk gewoon laten vervallen; een hagelwit transformatorhuisje; een even witte meeuw die het allemaal maar niks vond; een vier meter hoge coniferenhaag waar ze een heel small poortje in hadden vrijgeschoren (ik ben niet gaan kijken waar je uitkwam als je erdoor kroop, want ik kom dan meestal onbedoeld in een aanstootgevende situatie terecht); en treurwilgen, veel treurwilgen, kennelijk had ik daar opeens oog voor.
Zondagwandeling op zaterdag: Tienhovense plassen en de Zwaluwenberg























Ik vroeg me af je een favoriete zondagwandeling ook op zaterdag kon doen.
En dat kan gewoon!
Ik had alleen wel een klein beetje spijt van mijn experiment, want afgelopen zaterdag ging het voor het eerst sinds lange tijd weer eens regenen en veel meer dan ze voorspeld hadden.
Dus ik werd nat. En ik kon niet zoveel foto’s maken als ik wilde. Moest regelmatig m’n toestel opbergen. Dan schakelde ik over op mijn mobieltje, maar zo’n ding heeft toch zijn grenzen. De foto’s met de ‘groothoeklens’ van dat ding zijn dan weer wel prachtig, vind ik.
Ik weet niet of het echt zo was, maar door de regen leek alles opeens veel kleuriger. Groen was echt groen. Zelfs als de bewolking zwaar was.
Ik blijf kraaien mooi vinden. Er zat er een statig op een paal midden in de regen op alle foto’s zag je een druppel op de lens, behalve op deze.
Andere vogels: één zwaan die alleen even lodderig zijn oog opendeed om te kijken wat ik aan ’t doen was. Verder nog een hele boom vol met mussen. Ze konden hun lol niet op, al was niet zo duidelijk wat er dan te lachen viel. Maar ik ben een mens natuurlijk. Mussen vinden hele andere dingen leuk.
De ree op een van de laatste foto’s stapte uit het bos, tuurde een tijdje naar mij om te zien of ik gevaarlijk was en ging toen rustig eten. Dat vatte ik op als een compliment. Maar hoewel ik dus alle tijd had om een foto te maken, bleken er veel mislukt. Het dorre gras stond telkens haarscherp op de foto, met daarachter de ree in een waas van uitgelopen waterverf. Volgende keer beter.
Posbank – kleine (rond)tocht vanuit Rheden




















Omdat ik vorige week al ergens bloeiende heide had gezien, besloten mijn dochter en ik om voor het te laat was naar de Posbank te gaan. Er waren meer mensen met dat idee. Maar hoe verder we naar het noorden liepen, hoe rustiger het werd. Tot we geen bereik meer hadden. Komoot en ik kregen daardoor weer eens ruzie over waar we nou precies waren. Eén gehaast tikje maakte een einde aan de wandeling die nog niet af was. Dus het traject dat u ziet is maar een deel van de wandeling. (Ik beloof dat ik hierna ophoud met klagen over Komoot. Laat ik het positief beschouwen: we hebben een haat-liefdeverhouding en een groot deel van de wereldliteratuur heeft dat als thema, dus wat zeur ik.)
Desondanks zet ik er toch foto’s bij en schrijf ik een verslagje want de heide lag er prachtig bij. We wisten van overdaad niet waar we kijken moesten. Ik heb veel foto’s gemaakt en ze vervelen me nog steeds niet. Ik hoop dat u er ook zo over denkt.
Vogeltjes lieten zich nauwelijks zien. We hebben een raaf gehoord, en later zien overvliegen. Dat was wel een mooi cadeautje, want die zie je niet vaak.
Omstanders hielden vol dat het een kraai was en snapte niet waar we zo blij om waren. Dat lieten we maar zo. Verder zagen we een roodborsttapuit die een beetje gehinderd achterom keek. De muis (rosse woelmuis om precies te zijn) keek alleen even op om daarna onverstoord door te gaan met rondscharrelen. Het paard stond (vreemd genoeg in z’n eentje) in de schaduw van een boom niks te doen. Dat snapten we wel. Het was erg warm.
Rondtocht Krimpenerwaard, van Gouda Goverwelle naar Gouda centraal



























Op deze tocht ging niets zoals ik dat van tevoren had bedacht, want links en rechts in de Krimpenerwaard waren ze aan het werk (prachtige oranje graafmachines), waardoor veel paden waren afgesloten. Dat noopte me tot een heel gepuzzel want, anders dan in een bos, zijn alternatieven in de polder vaak behoorlijke omwegen waar ik niet altijd zin in heb. Uiteindelijk ben ik toch maar via een afgesloten pad gegaan omdat ik in geen velden of wegen werk in uitvoering zag. Het is goed afgelopen.
Dat gold niet voor vier fietsers die via het Beijersewegje naar Gouda wilde fietsen. Dat was in tegenstelling tot de berichten op de website ‘veenweidenkrimpenerwaard.nl’ nog niet open. Bleek. Tot hun gepaste frustratie. Ze namen het zoals het kwam en reden dapper voor mij uit over een hobbelige kade om uiteindelijk toch maar rechtsomkeert te maken toen het pad steeds smaller werd door opdringerig riet.
Een positieve verandering van mijn plannen was een pad waarvan ik dacht dat het gesloten was, maar dat toch open bleek: het Kraamvrouwenpad. Alleen om de naam al wilde ik dat eens van dichtbij zien. En nu kon het het (dus toch)!
Een verwarrende naam trouwens, want een kraamvrouw is een vrouw die na de geboorte van haar kind het bed moet houden en het pad was aangelegd voor vroedvrouwen en dokters die vanuit
Stolwijk naar Vlis moesten rennen om te helpen bij bevallingen. Dus vroedvrouwenpad was beter geweest (Doktorenpad klinkt niet half zo romantisch). Hoe dan ook, een mooi pad, langs de rand van weilanden.
Ja, tijdens de omzwervingen ook nog vogels gezien: een opgerolde zwaan, een reiger op het dak van een tuinhuisje, een steltkluut (bedenk dat de zijn poten voor de helft onder water staan!), een (zoveelste) kievit, een bozige torenvalk, een tapuit, en nóg een reiger. Ook gezien maar niet op de foto: een spotvogel.
Van Den Bosch naar Boxtel langs het Drongelens Kanaal en de Essche Stroom
































Mijn plan was om van Boxtel naar Den Bosch te lopen, met omzwervingen langs de Dommel en de Essche Stroom. Maar ergens bij Geldermalsen lag er iets op het spoor, waardoor de trein, zoals de conducteur omriep, ‘met gepaste snelheid’ moest rijden. Dat is erg langzaam. Waardoor ik in Den Bosch de aansluiting naar Boxtel miste. Het duurde even voor ik op het simpele idee kwam om de tocht om te keren…
Dat pakte goed uit, bleek, want nu had ik het lawaaierigste gedeelte eerst. Niet meer dan een paar kilometer hoor, maar toch iets waar ik beter tegen kan als ik nog fris ben.
Eh… correctie: het paadje langs de Dommel in Den Bosch is best mooi en waarschijnlijk ook wel rustig als er tenminste geen blaffende honden en dito baasjes elkaar in de weg lopen.
Over honden gesproken, in de waters bij Fort Isabella probeerde er een ’n eend te vangen. Lukte natuurlijk niet.
Aan de rand van het dorp Esch waren dorpsbewoners bezig met de voorbereiding van een evenement: ‘de senioren doedag’. Nu was ik al iets aan het doen (wandelen) en noem ik mezelf bovendien geen senior, maar om het zekere voor het onzekere te nemen, sloop ik schielijk langs het festivalterrein. (Ik ken mezelf, voor ik het weet zit ik ergens achter een pottenbakkersschijf omdat ik me heb laten verleiden ‘even’ mee te doen.) Ik werd toch gesnapt. Maar dat was goed, want de mevrouw die mij stilhield gaf me een tip:
een mooie omleiding die op nog geen enkele kaart stond. Een mooi meanderend beekje langs de Essche Stroom, met een laarzenpad ernaast. Gaat dat zien! Niet te missen, want aan het begin en het einde staan bordjes.
Ook de rest van de route was prachtig. Zie de foto’s. Een mooi landschap, ook al was het af en toe droevig om te zien hoe droog het overal is.
Een paar vogeltjes maar: de onvermijdelijke roodborsttapuit, vier jonge nijlganzen en een boomklever. Ik was vergeten hoe leuk die laatste is, dus ik was blij om er weer eens eentje te zien.
Van Maarn naar Veenendaal-west via de Leersumsche plassen – deel 1








Hm… weer eens een verslag in twee delen omdat Komoot opnieuw hardhandig ingreep toen ik nog maar een kwart gelopen had van wat mijn bedoeling was. Als ik zelf een tour wil afsluiten tik en veeg ik me een ongeluk om door een stapel schermpjes te komen, maar als ik gewoon lekker wil doorstappen kan de app het allemaal zelf wel terwijl mijn iPhone nietsvermoedend in een speciaal vakje van mijn broekzak hangt.
En dan ook nog razend enthousiast een mailtje sturen met de mededeling: ‘het avontuur is nog niet afgelopen.’ Nee, vertel mij wat.
Nou ja, ik liet dat voorval mijn pret niet drukken, want ik had net een specht in actie gezien. Die was ook razend enthousiast, maar dan leuker. Hij was lekker aan het hakken.
Het was trouwens al de tweede specht die ik zag, maar de eerste die ik fatsoenlijk op de foto kreeg. Ongedurige vogels, die spechten.
De haas daarentegen bleef eerst een tijdje zitten om mij argwanend te bekijken. Lang genoeg voor een foto. Daarna besloot-ie dat ik niet te vertrouwen was en nam hij de benen.
Van Maarn naar Veenendaal-west via de Leersumsche plassen – deel 2






















Het tweede deel van deze wandeling begon op het totaal verlaten terrein van de jeugdzorginstelling Valkenheide. Dat zal wel met de vakantie te maken hebben, maar het was toch een beetje troosteloos, vond ik. Nog troostelozer waren de half verdampte Leersumssche plassen. Waar eerst het water had gestaan, was nu een donkergroene hobbelige vlakte met de spoeren van dieren dienaar het water gelopen waren. Er scharrelden witte kwikstaarten en vinken rond op zoek naar eten. Ik heb van allebei de soorten een foto bij dit verslag opgenomen. De kwikstaart is een beetje verfomfaaid vanwege de rui. Dus niet ziek of zo. Ik zeg het er maar even bij. Andere vogels, in volgorde van opkomst: boompieper, ooievaar, en winterkoning.
Dat de heide al aan het bloeien was, had ik niet verwacht. De eerste plukjes paars/violet leken nog een beetje wanhopig tussen al het verdorde gras, maar later stond ik tot mijn opluchting toch oog in oog met ouderwetse uitgestrekte velden.
Het Egelmeer bij Veenendaal was echt helemaal weg, maar dat is eigen aan dat meertje, las ik, het water komt en gaat met de seizoenen. Het ligt namelijk erg hoog.
Ik kon het niet nalaten om nog eens een vervallen schuurtje te fotograferen, maar om de wandeling toch feestelijk af te sluiten, heb ik op het laatst ook nog een waterlelie geschoten.
Rondje: Geldermalsen – Tricht – Mariënwaerdt










































De dag begon heiig (las u ook eerst ‘heilig’? Ik ook. Terwijl ik het zelf geschreven heb!). Dat levert mooie foto’s op, al zeg ik het zelf. En op een vrijdagochtend in de vakantie is het kennelijk lekker stil in Tricht, want zelfs op de polderwegen kwam ik haast niemand tegen. Een enkele tractor. Dus de dag kon om 9.30 uur al niet meer stuk.
De eerste vogel die ik spotte, was een kip, de tweede een tortelduif en de derde een dode kraai die ze aan een paal naast een boomgaard hadden hangen. Een nogal lugubere methode om andere kraaien af te schrikken. En het werkt niet eens. Daar zijn kraaien veel te slim voor.
Wat wel werkt, maar moeilijker te organiseren is: roofvogels. Ik wist tot mijn eigen verrassing een boven mijn hoofd cirkelende buizerd op de foto te zetten. Dat het gelukt was, ontdekte ik thuis pas, want ik had min of meer lukraak geschoten. Zo’n toestel met autofocus is leuk, maar het heeft ook een eigen wil. Soms vind-ie een stip in de lucht de moeite niet waard om scherp in beeld te brengen.
Hoewel ik de vorige keer dat ik deze route liep (maar dan de andere kant op) alle vervallen schuurtjes en rare huisjes al had gefotografeerd, was ik nog niet uitgekeken. Dus mochten ze u bekend voorkomen dan weet u hoe dat komt.
Ik vond ze trouwens nu nóg mooier. En alsof het niet genoeg was, heb de verzameling aangevuld met twee (half) afgedankte vogelkijktorens. Ik ben er nog nooit een tegengekomen waar ik in durfde klimmen.
Zoals wel duidelijk zal zijn wandelde ik door de Betuwe, waar nu fruit aan de bomen hing. Vind ik persoonlijk mooier dan bloesem.
Terwijl ik dus geen genoeg kon krijgen van al die paars/lila velden. Dat zijn akkerdistels. Ook een hoop grimmigheid bij elkaar kan mooi zijn. Als je maar goed kijkt.
Naardermeer, Ankeveense plassen, en ‘t Spandersbosch



































Dit was een verwarrende tocht. Vorig jaar moest ik de helft van de route onderweg omgooien omdat ze met groot onderhoud bezig waren. Maar ik meende me te herinneren dat ze het werk begin deze zomer zouden afronden. Voor de zekerheid even gecheckt. En ja hoor, de route waar ik een deel van wilde lopen was er weer.
Maar in het echt viel dat tegen, want een bruggetje waar ik op gerekend had, was er niet meer, en ook niet overgroeid door het riet zoals ik eerst dacht (ik liep heel suf gewoon het water in… natte voeten), en een deel van de route bleek toch nog steeds afgesloten. Jammer, maar het is allemaal voor een goed doel. Dus ik liep monter door.
De purperreiger die op de website bij de tocht stond, heb ik wel gezien (waarschijnlijk een andere, maar u snapt wat ik bedoel). Jammer genoeg te laat om een foto te kunnen maken. Dan nog maar eens een blauwe reiger, die helemaal niet bang van me was, waardoor ik zo dichtbij kon komen, dat ik bijna mezelf in de reflectie van z’n ogen kon zien.
De rest van de wandeling ging grotendeels over de kades/dammen tussen de Ankeveense plassen. En laat ik eerlijk zijn, ook een stuk over de nogal lange weg dwars door Ankeveen.
Niettemin was dat tweede gedeelte mooier dan ik me kon herinneren. Minder fietspad en meer voetpad. Om dat te onderstrepen heb ik foto’s opgenomen van twee prachtige originele paaltjes die ze in volle glorie hersteld hebben.
Ik mag dat wel. Die stonden trouwens in de bossen aan de rand van Hilversum, die de laatste 5 km van de wandeling beslaan. Ik vergeet ze altijd, dus dan denk ik dat ik er al bijna ben en dan komen er nog geweldige bospaden. Iedere keer weer een verrassing.
p.s. Ik liep nu de route van naar Naarden-Bussum naar Hilversum, waardoor ik in de tweede helft over het Bergse pad ging en vaak de berm in moest voor fietsers, die me daar overigens steeds hartelijk voor bedankten. Maar wie dat uitwijken hinderlijk vindt, kan beter de route andersom lopen, want dan heb je voordat de fietsers wakker zijn dat pad al gehad.
De Grecht, polders en de Oude Rijn – Rondje vanuit station Woerden



































Deze wandeling was ik vergeten. Of had ik verdrongen. Want de eerste en laatste keer dat ik de wandeling liep, kwam ik op het einde zo’n schattig pontje tegen dat uit niets meer bestaat dan twee of drie plastic vaten waarop ze planken hebben bevestigd en een hekje om je aan vast te houden terwijl je met een touw jezelf naar de overkant trekt. Moet je wel twee functionerende armen en handen hebben. Ik heb er maar één. Ik schrijf dat hier niet op om zielig te doen, maar om u een beeld te geven van mijn avontuur. Het is namelijk wel een gedoe op een pontje dat het veel leuker vindt om te wiebelen. Ik kon me van de vorige keer alleen nog herinneren dat ik wel bleef staan, aan de overkant kwam, maar toch nat werd. Deze keer bleef ik droog.
Aan de overkant kwam ik op een kleine camping terecht waar mensen volop met het ontbijt bezig waren. Dat was raar. Zo raar dat ik prompt een afslag miste en een alternatieve route moest bedenken toen ik daar achter kwam. Viel ook wel mee, want eigenlijk kun je in de richting van de Grecht een hele hoop verschillende routes over paden door weilanden kiezen. Buiten het broedseizoen in ieder geval.
Ik wandelde de route nu met de klok mee, wat betekent dat er eerst een behoorlijk lang stuk over de dijk langs de Grecht gaat. Ze hadden net gemaaid dus dat was fijn. Nadeel van deze wandeling in de zomer is wel dat je haast niets van de Grecht ziet vanwege het riet. Ook de kleine karekieten die ik voortdurend hoorde, zag ik niet vanwege het riet.
Wel andere vogels in beeld gehad, zoals een opmerkelijk relaxte boerenzwaluw, twee
jonge zwanen, een witte kwikstaart, een kokmeeuw, een aalscholver en een ooievaar. En o ja, een waterhoenkuikentje. Dat was zo pluizig dat ik telkens dacht dat er iets met mijn fototoestel was.
De laatste kilometers van de wandeling gaan over het jaagpad langs de oude Rijn. Dat is een mooi pad, maar op vrijdagmiddag krijg je daar gratis ook veel verkeersgeluid bij. Ik ben toch blij dat ik niet ben uitgeweken naar het fietspad verderop, want dan had ik de vergane glorie van een hele trits volkstuintjes gemist. De aanblik was mooi, vond ik, maar toen ik ging nadenken over de verhalen die erachter zouden zitten, werd ik een beetje droevig. Doe dat dus niet!
Wijk bij Duurstede —> Veenendaal West (+omweg…)


























Het was alweer een tijdje geleden dat ik deze wandeling liep. 19 maart voor het laatst, zag ik. Het eerste gedeelte gaat vooral over paden langs tussen weilanden door. Af en toe stukjes bos. De meeste paarden waren net gemaaid, dus dat ging gesmeerd. Ik hoefde maar een stuk van kilometer lang uit te wijken naar het weiland zelf, en dat was omdat de wilgen naast het pad hun jonge scheuten er maar een beetje op los hadden laten groeien. De natuur moet zijn loop hebben, zal ik maar zeggen. Het voordeel was dan weer wel dat ik al mijn aandacht kon richten op de hazen in het weiland. Er was er maar een die even stil bleef zitten. De rest rende achter mekaar aan. Het zou me niet verbazen als dat met het weer te maken had, want halverwege de wandeling kreeg ik zowaar een bui op m’n kop. En later nog een.
Ik kwam ook nog een ree tegen. De foto’s van hem in vol ornaat waren te vaag. Mijn vol automatische fototoestel bleef hardnekkig scherpstellen op de bloemen. Nog een wonder dat die ene foto wel is gelukt. Min of meer.
Nee, dan die zonnebloemen. De één nog mooier dan de ander. Vond ik tenminste. Ik heb er een paar in dit verslag opgenomen.
Over vol ornaat gesproken, dat paard vond ik bijna droevig om te zien. Zijn hoofd in een zak en de rest in een soort pyjama. Het zal wel ergens goed voor zijn.
Wat heb ik verder nog gezien?
Een gigantische mierenhoop! Ik werd gewoon zenuwachtig toen ik ervoor stond om hem op de foto te zetten. Een drukte van belang natuurlijk en ik stond daar 2 m vanaf. Ik kijk te veel griezelfilms, want zag telkens spookbeelden waarin ik in een mum van tijd door die beestjes werd aangevallen en ontleed.
Ook een beetje eng: die Siamese tweelingboom. Hoe zou dat nou ontstaan zijn? En hoe werkt dat van binnen? Ik nam me voor het om eens op te zoeken, maar dat is er nog niet van gekomen.
Vanuit Hollandsche Rading: Tienhovense plassen en de Zwaluwenberg






























Deze wandeling noem ik mijn zondagochtend-wandeling. Om een of andere reden denk ik vaak op zaterdagavonden dat ik de volgende morgen weer eens de Tienhovense plassen wil zien. Ik ken de route uit m’n hoofd (ditmaal niet helemaal, want de laatste drie kilometers waren nieuw voor mij), en op zondagmorgen is het altijd lekker rustig. Ik kom natuurlijk wel mensen tegen, maar die lopen daar ook voor hun rust. En voor 11 uur zijn er nauwelijks fietsers op de eindeloze Kanaaldijk.
Ik noem twee vrolijke onderbrekingen van de stilte: 1) een vader met zijn dochtertje van een jaar of zes dat onder luid gejuich net een vis aan de haak sloeg toen ik langsliep; 2) twee hand in hand wandelende vogelaars waarvan de man na een blik op mijn camera aan mij vroeg of ik misschien wist waar de Woudaap ergens te spotten viel, want ze waren daarvoor speciaal voor naar deze polder afgereisd.
Twee jaar geleden zou ik snedig hebben geantwoord dat ze op het verkeerde continent waren, maar nu wist ik wel beter, de Woudaap is een vogel. Een reiger om precies te zijn. Maar ik moest ze teleurstellen, ik wist niet waar de Woudaap te zien was.
Een blauwe reiger zag ik wel. Als ik niet beter wist, zou ik zeggen dat-ie aan de coke was. Maar ik denk dat het gretigheid was, wat ik in z’n ogen zag. De ooievaar die ik spotte, was ook gretig.
Ik dacht eerst dat-ie een meetlint te pakken had, maar dat leek me sterk. Na oeverloos onderzoek op internet, en overleg met mijn dochter, heb ik besloten dat het een ringslang is. Komt het meeste voor in Nederland en ook in dit soort gebieden.
Voor de boekhouding nog even vermelding van de volgende vogels: een Buizerd, een Boerenzwaluw op een paal, en een biddende Torenvalk.
Verder veel Mussen. Waaronder een stel dat ijverig aan het baden was op het blad van een waterlelie. Wat mij betreft weer eens bewijs van mijn stelling dat gewoon álle vogels leuk zijn. Als je maar goed kijkt.
Heide en bossen tussen Oisterwijk en Boxtel (de Kampina)

























Omdat het warm zou worden, had ik de route omgegooid, zodat ik meer door de bossen en minder over de heide zou lopen (en helemaal niet door Oisterwijk). Maar het is best moeilijk om het verschil tussen groen, lichtgroen, en nog lichter groen op de kaarten van de Komoot te onderscheiden, waardoor ik tijdens de wandeling al vrij snel erachter kwam dat ik een paar keer niets anders had gedaan dan het ene stuk heide vervangen door een ander stuk heide. Maar niet getreurd, ik kwam in ieder geval op plekken waar ik nog nooit eerder was geweest.
De vele beken en riviertjes hadden het ook moeilijk in de warmte. Ik kon aan de oevers zien dat het waterpeil akelig gedaald was. Sommige vennen waren gewoon verdwenen of zo geslonken dat de koeien alleen om de beurt even met hun poten in het water konden staan.
Varens daarentegen gedijen kennelijk prima in de hitte (dat was nieuw voor mij), want het laatste deel van de wandeling, een pad langs de kleine Aa en de Beerse, was nagenoeg verdwenen onder het geweld van die planten. Nog even en de machete hoort bij de standaarduitrusting van wandelaars in Nederland.
Ik denk dat ik dan maar andere routes ga uitstippelen. Want zo avontuurlijk ben ik nou ook weer niet. Ik heb me er nu angstig doorheen geworsteld terwijl ik de gedachte aan alle insecten die zich aan me zouden vastklampen verdrong.
Mijn dochter en ik hebben na uitgebreid onderzoek en overleg besloten dat het vogeltje op dat paaltje met op de achtergrond de wit gespoten kassen een nachtegaal is. Had ik nog nooit in het echt gezien, dus hoera! Het andere vogeltje is de oude vertrouwde boompieper.
Van Oosterbeek naar Ede via ’t Renkums beekdal



















Dit is een ideale wandeling in deze hete tijden. Ik heb het niet per meter bijgehouden, maar het zou me verbazen als de tocht zich meer dan twee kilometer in de volle zon voltrekt. Of anders gezegd, 23 kilometers schaduw! Wat wil een mens nog meer?
Deze wandeling was ook een soort revanche want een tijdje terug liep ik dezelfde in omgekeerde richting toen Komoot er op ¾ de brui aangaf en ik ‘on the fly’ iets anders moest verzinnen. Waar ik op uitkwam was heide (geen schaduw), dus als ik een tip mag geven: ga deze (van 12/06) lopen bij code geel of erger. In welke richting maakt niet veel uit.
Het kan aan mij liggen, maar lopen er dit jaar meer paarden met jassen aan dan vorig jaar? Ik zag er tijdens deze wandeling in ieder geval weer een hele hoop.
Let vooral op de foto met die twee vogels in de lucht, die zag ik pas toen ik thuis ging kijken wat ik allemaal geschoten had. Die bruine is een buizerd, die andere was moeilijker te identificeren. Een reiger of een ooievaar, die dan wel zijn/haar poten binnenboord houdt, wat ze eigenlijk nooit doen tijdens het vliegen. Aldus mijn dochter, die er meer verstand van heeft dan ik.
Verder verraste ik nog een zanglijster die verschrikt achterom kijkt, en heb ik onderzocht wat ervan terecht komt als ik een heel klein vogeltje (roodborsttapuit…) dat heel ver weg op een bloem zit, toch probeer de fotograferen. Een soort gele brij waar het beestje dan enthousiast uit tevoorschijn springt. Best wel artistiek, al zeg ik het zelf.
De foto van de klaproos is wat mij betreft het bewijs dat je wel degelijk je kop boven het maaiveld uit moet steken. Serene schoonheid is het resultaat.
Van Achterveld op weg naar Gouda Goverwelle

























Let goed op de titel van deze wandeling. Er staat ‘op weg naar’ en niet ‘naar’. Subtiel verschil waarmee ik wil zeggen dat mijn wandeling (weer eens) halverwege werd afgebroken door Komoot, die vond dat het zo wel genoeg was.
‘Je hebt het geflikt!’ las ik opeens.
Ja, de helft.
De moeilijkste helft moest nog komen. Dus misschien was de enthousiaste mededeling van Komoot wel een verhulde waarschuwing, want niet lang daarna bleek dat het pad op de Tiendwegwetering nogal agressief was overwoekerd door allerlei gewassen die het wandelen nagenoeg onmogelijk maakten. Ik heb nauwelijks iets van de omgeving gezien omdat ik voortdurend naar de grond moest kijken om te checken of ik nog wel op het pad liep (wat er één stap naast het pad was, bleek niet te voorspellen, maar was wel telkens onaangenaam). En intussen moest ik ook nog goed opletten dat ik niet tegen reuzenberenklauwen aanliep, want die hadden daar de tijd van hun leven volgens mij. Ik vind het angstwekkende planten. Ze doen me denken aan triffids. Ik prees mezelf dan ook gelukkig dat ik om een of andere reden besloten had een T-shirt met lange mouwen aan te doen. Korte broek draag ik sowieso nooit.
Kortom, een helletocht. Het pad was zo’n 6 km lang en ik denk dat ik er bijna twee uur over heb gedaan.
Dus een (voor de hand liggende) tip van mij: loop deze wandeling niet. Dat wil zeggen ga niet die kade op (waar nog een beginstukje van te zien is op de kaart), maar loop door naar Oudewater en neem dan het jaagpad langs de Hollandse IJssel tot aan Hekendorp.
Zoek daar naar de Opweg (het is een klein gehucht, zo gevonden) en sla op het eind daarvan linksaf de Tiendweg op. Dan alsmaar rechtdoor tot aan Gouda. Ook een mooie wandeling.
Op het deel dat Komoot wel registreerde, heb ik best aardige foto’s gemaakt, al zeg ik het zelf. Weer eens een vogeltje dat ik nog niet eerder had gespot: de grauwe vliegenvanger. Ook vermelden waardig: een haas die kijkt alsof-ie coke heeft gesnoven, vier lepelaars op een rijtje, een zwanenfamilie met een huishouden van Jan Steen, een aller schattigst ponypaardje, twee om hun vader/moeder schreeuwende spreeuwen, en een klein peloton koeien dat uit het niets boos op mij was.
Dat heb ik weer.
Het Appelpad – Rondtocht vanuit Barneveld Noord



























Dit is een mooie wandeling op de eerste en de laatste paar kilometers na. Als je de tocht met de klok mee loopt, moet je eerst (samen met razend verkeer) door een soort industrieterrein voordat je in de polders komt. Ik was zo blij groen te zien, dat ik meteen onder een overrompelende treurwilg staan ging staan om al het zwart en grijs te vergeten.
Daarna begon de polder en die is dan meteen mooi. Je moet alleen wel een manier vinden om het lawaai van de A1 uit je hoofd te houden, want het is erg opdringerig. Na ongeveer 5 km ben je daar vanaf.
Dan volgen polders, bossen, en half droogstaande moerassen (die toch nog nat genoeg zijn voor muggen en andere ergerlijke insecten, twee beten opgelopen).
Deze tocht heet het appelpad en dat is terecht, want je komt door een gehucht van die naam, en overal kom je de Appelsestraat tegen, op het verwarrende af.
Tot m’n blijde verrassing, heb ik eindelijk eens een paar andere vogels dan boompiepers en roodborsttapuiten gezien. Op een verkleurde conifeer zat een groenling, zogenaamd verdekt opgesteld. Hij was ver weg dus het was nogal een gedoe om op de foto te krijgen, waardoor ik en mijn camera kennelijk verdacht werd en een oude meneer uit het naastgelegen huis op zijn beurt mij aan het observeren ging. Dat ik hem vriendelijk groette, maakte niet uit. Zijn argwaan bleef.
Ik liep dus maar door. En spotte een kneu. Ik vraag me altijd af of die vogel door de andere vogels gepest wordt met zijn naam. Eén ‘s’ erbij en het is lachen geblazen (maar niet heus). Later op de dag zag ik nog een witte kwikstaart in het gras.
Verder ook een kluwen schapen en een bedaarde lama met zijn/haar even bedaarde kind.
Oh ja, en een rode kater die mij ook al wantrouwig bekeek. Je hebt van die dagen.
Gelukkig is daar dan nog altijd het landschap, dat mij gewoon zonder geweifel laat rond banjeren. Waarvoor mijn dank.
De laatste 1,5 km gingen weer door het industriegebied.. Met het station in zicht maakt dat dan niet zoveel meer uit, bleek.
Van Ermelo naar Nunspeet door bossen en over de hei



















Wie van bossen houdt, zit met deze wandeling goed. Zeker de eerste helft alleen maar bomen, met toebehoren. Kennelijk was ik daarvoor niet in de stemming, want ik haalde opgelucht adem toen ik het eerste stuk heide bereikte en de horizon zag. Die had ik heel erg gemist.
Ik had ook heel veel foto’s van bomen gemaakt, je moet wat. Grijze stammen van hele hoge naaldbomen, om precies te zijn, maar die foto’s heb ik niet allemaal bij dit verslag opgenomen, want een mens kan ook te veel bomen zien. Ze kwamen mijn neus uit. Of zoiets.
Ja, ook op de Westeindse heide (tussen Nunspeet en Elspeet) stonden bomen, maar die stonden niet in de weg van het uitzicht. Zoals altijd, vond ik ook de dode bomen mooi. Ik heb er één zo gefotografeerd dat het net is alsof-ie nog bladeren heeft (in werkelijkheid zijn het de bladeren van een boom erachter).
Op de heide waren ook eindelijk vogels te zien… boompiepers en roodborsttapuiten. Het zal eens niet. Maar laat ik niet zeuren, vooral die laatsten waren weer ouderwets fotogeniek. En min of meer krijgszuchtig, eentje poseerde alsof-ie ‘te wapen’ riep om de aanval op de vijand in te luiden. Maar dan grappig.
Ik had in de route een kleine omweg opgenomen zodat ik langs de Hierdense Beek kon lopen, maar die had haar beste tijd gehad. Nauwelijks water te bekennen en de bedding lag vol met omgevallen bomen. Echt sneu.
Ik sluit af met onverminderd vrolijke verwondering over de bonte was die (zogenaamd?) te drogen hing vlakbij het station van Nunspeet. Geen flauw idee waarom. Maar het was geweldig!
Van Ede naar Oosterbeek via ’t Renkums beekdal




















Dit zou een wandeling van Ede naar Wolfheze (met een omweg via het Renkumse Beekdal) moeten zijn, maar na 18,2 kilometer vond Komoot het wel mooi geweest. In plaats van verdere aanwijzingen te geven voor de geplande route, liet de app mij weten dat ik een nieuwe route aan het plannen was.
Wat niet zo was.. Echt niet.
Maar de tocht die ik had bedacht, was verdampt of zoiets. In ieder geval kon ik die nergens meer vinden. Ik koos voor de klassieke en rigoureuze oplossing om de app af te sluiten en opnieuw te openen.
De route waar ik midden in zat, was nu een voltooide activiteit. Driekwart voltooid, om precies te zijn, maar daar zei Komoot niks over. Deed alsof z’n neus bloedde. Ondanks het bizarre eindpunt aan de rand van een weiland tussen Heelsum en Wolfheze.
Wat nu? Een nieuwe wandeling, dan maar, met dit bizarre eindpunt als bizar beginpunt. En omdat alles nu toch helemaal anders ging, ook maar een nieuw eindpunt: Oosterbeek. Zie voor dat laatste stukje van deze wandeling: ‘Van Ede naar Oosterbeek via ’t Renkums beekdal 2’.
Hoe dan ook, toch fijn gewandeld. En veel gezien. Kijk maar naar de foto’s. Ik was zelf nogal onder de indruk van het van onder tot boven ingepakte paard (de zak over zijn hoofd liet gelukkig wel licht door zag ik op de foto).
Verder: een heel slordig geschoren schaap, een omgezaagde boom die onversaagd (pun intended) vanaf de stronk opnieuw begonnen was, een waterlelie in een vennetje dat ‘het oudemannenzwembad’ heet (ik weet niet waarom, kon me ook niet voorstellen dat er überhaupt iemand zou willen zwemmen), een bont zandoogje (vlinder), een pimpelmees, traditioneel ondersteboven aan een tak, en nog maar eens twee omineuze kraaien (het lijkt wel of die vogels alleen maar op dode bomen willen zitten).
Heidestein en Den Treek – Rondje vanuit Driebergen-Zeist


















Ik zag dat ik deze wandeling meer dan twee jaar geleden voor het laatst had gelopen. Vanwege het wolvenalarm voor ‘Den Treek’, denk ik. Dat is al een tijdje opgeheven, maar het blijft spannend in de natuur, want nu was het hitteprotocol van kracht. Code oranje. Hup Holland hup!
Ik heb een haat-liefdeverhouding met protocollen en regels. In dit geval had ik besloten om tegen de waarschuwingen in toch te gaan wandelen, maar de route in te korten en vroeg op te staan zodat ik voor de schroeiende hitte weer terug zou zijn. Dat lukte niet helemaal, het laatste deel was toch behoorlijk warm. Ook al doordat de bossen niet zo dichtbegroeid waren als ik me herinnerde. Deze tegenvallende hitte verklaart ook waarom ik in de laatste kilometers geen foto’s meer maakte. Ik had doodgewoon geen puf om dat toestel op te tillen en voor mijn oog te houden.
Mijn moeder zou gezegd hebben dat door de hitte de mussen gebraden uit de dakgoot vielen. Ik vermoed dat alle vogeltjes dat in hun achterhoofd hadden, want ze lieten zich niet zien.
Slechts twee onheilspellende kraaien (sinds The Birds van Hitchcock vind ik die vogels altijd verdacht) en één roodborstje wilde poseren.
Ja, geen rood borstje maar toch een roodborstje, want jonkies zijn in de terminologie van vogelaars nog gewoon een KBV (kleine bruine vogel).
Gelukkig bleef de natuur gewoon buiten, protocol of niet, en blijven bomen en landschappen mooi stilstaan, dus die heb ik toen maar op de foto gezet. Graag uw extra aandacht voor de grijze boomstronk waarop een soort buxus/hulst vol goede moed wortel had geschoten en het dorre hout nieuwe bestemming had gegeven. Dat gaf mij hoop.
Rondje vanuit Veenendaal West over landgoed Prattenburg



























Dit is een wandeling die kennelijk niet veel gelopen wordt, want veel paden waren overwoekerd en/of versperd en het leek erop dat ik de eerste sinds lange tijd was die de obstakels tegenkwam. Geen onoverkomelijke hindernissen trouwens; een paar omgevallen bomen die gewoon doorgroeiden (respect!), enthousiaste varens die zich bij wijze van spreken ontrolden terwijl ik langs ze liep, onvriendelijk hard en sprieterig gras, en allerlei onduidelijke bodembedekkers. (Ik noem hier express de bramen en brandnetels niet, want die vind ik heel irritant en ik schrijf deze verhaaltjes voor mijn lol.)
Desalniettemin is dit een mooie wandeling, die je bij warm weer het beste in de andere richting kunt lopen, want dan loop je tegen de tijd dat de zon echt gevaarlijk wordt in de bossen.
Wat valt er verder nog te zeggen over deze tocht?
Dat om 8:15 uur met een wandeling beginnen heel opbeurend is, want dan loop je door een gezellige drukte van ouders en kinderen op weg naar school, die je allemaal goed geluimd een fijne dag wensen.
En dat de verloren voorwerpen die ik onderweg tegenkwam, me verwonderden en ook een beetje droevig maakten. Zoals altijd. Ik heb ook kleine kinderen gehad, dus ik weet hoe zoiets gebeurt en dat je er thuis pas achter komt dát het is gebeurd, met ontroostbaar leed tot aan het slapen gaan, en zulke dingen horen bij het leven, maar het blijven onvergeeflijke voorvallen (ik zou trouwens ook niet weten wie of wat ik zou willen vergeven).
Veel vrolijker was de meneer die ergens midden in de bossen
aan een picknicktafel zat met zijn mobieltje voor zich terwijl hij met een prachtige tenorstem een kerklied meezong. Ja, een kerklied, aangezien de halleluja’s niet van de lucht waren (geen halelóéja’s, maar halelúja’s, daar leek hij een punt van te maken, zodat ik dat hier nu ook doe). Ik was een soort jaloers op hem, omdat hij zo’n mooie stem had, maar ook omdat hij zonder gêne en vol overgave, bijna ontroerd, in dat bos aan het zingen was. Ik hoorde hem nog toen ik al weer veel verder was tot ten slotte de vogels hem overstemden. Maar ik denk dat hij dat niet erg vond.
p.s. Ik weet niet wat dat rood-witte lint om de stam van dat boompje betekent, maar ik vrees het ergste…
Nog eens het rondje vanuit Hollandsche Rading door de Ridderoordse bossen en het landgoed Pijnenburg. Linksom.



















Ik heb deze route al eens gelopen (op 30/5) en toen dacht ik bij mezelf dat het bij warm weer verstandiger zou zijn om het rondje in de andere richting te lopen, zodat ik in de donkere bossen zou lopen op het heetst van de dag.
Dat heb ik dus gedaan… om erachter te komen dat dit echt een slecht idee was. Ik snap ook niet hoe ik er bij kwam, want het is precies andersom. Dus een tip: loop als het hitteplan van kracht is de wandeling tegen de klok in. De tweede helft, na de heide, is dan lekker koel en het RIVM kan er waarschijnlijk ook mee leven.
Enfin, ik vond de warmte sowieso wel meevallen.
In combinatie met alle drooggevallen sloten en grachtjes werd ik er wel een beetje zenuwachtig van omdat het zo’n troosteloos aanzicht is, al die verdorde natuur. Daarom ging ik op een gegeven moment vooral veel groen fotograferen. Daar hoefde ik niet lang naar te zoeken, want de varens groeiden dat het een aard had, dus mijn zorgen ebden snel weg. Waarmee ik niet wil zeggen dat het wel goedkomt met het klimaat. Zeker niet. Helaas. Daar moeten we nog wel iets aan doen.
Over troosteloos gesproken (ik kom er toch nog een keer op terug)… Ik kwam langs een troebel bosvennetje dat er echt heel treurig bij lag. Niettemin zag een oranje-witte karper kans om erin rond te zwemmen. Zo’n beest is lastig om op de foto te zetten, want hij/zij blijft natuurlijk lekker onder water en liet alleen af en toe haar/zijn staartvin zien.
De roodborsttapuit daarentegen ging er eens goed voor zitten. Ik kon haast niet kiezen welke foto ik het mooist vond, dus ik heb er twee uitgezocht.
Nu nog groener, oneindige graslanden bij Nijkerk


































De vorige keer dat ik deze tocht liep, viel ik van de ene verbazing in de andere omdat alles zo mooi was. Nu liep ik dezelfde tocht in de andere richting en viel het me allemaal een beetje tegen. Dat komt waarschijnlijk doordat ik nu eerst het minder mooie stuk had gelopen terwijl ik me aan het verheugen was op het mooie stuk dat nog ging komen, wat natuurlijk ook wel kwam, maar niet zo overdonderend als ik me kon herinneren. (Ik had me waarschijnlijk óverheugd.)
Ondanks dat alles wat groeide en bloeide min of meer ontploft was. Groen, groener, groenst: kniehoog gras dat enthousiast de klompenpaden overwoekerde, akkers waar gewassen in statige lijnen aan het ontkiemen waren en in de bossen overal varens waar geen bomen stonden. Om maar een paar voorbeelden te noemen.
Dus best wel mooi. Toch.
Weinig vogeltjes deze keer. Omdat helemaal geen vogeltjes in dit verslag mij ook niks leek, heb ik op het laatst toch nog twee spreeuwen gefotografeerd. Vooral omdat ze samen een mooie compositie vormden.
De schapen waren net naar de kapper geweest, de sporen van de tondeuse staan nog in hun vacht. Ze begrepen mij niet geloof ik. Ze keken in ieder geval alsof ik van een andere planeet kwam toen ik de foto nam.
Wat u op de foto niet kunt zien is dat ik tegelijkertijd aller vriendelijkst werd belaagd door twee ‘waakhonden’ die in plaats van te blaffen aan mijn broek likten. Nogal opdringerig. En toen moest ik ook nog de batterij van mijn fototoestel wisselen. Dat vonden ze ook een geweldige gebeurtenis. Ze hebben het apparaat gratis helemaal schoon gelikt.
Hm, als ik nu mijn verslag lees en de foto’s bekijk, herzie ik mijn bovenstaande kritiek. Alles bij elkaar genomen blijft het een mooie wandeling met een paar korte stukken langs drukke verkeerswegen waar je gewoon even in moet berusten.
Den Treek: Van Maarn naar Leusden en weer terug.























Hm, ik denk dat deze wandeling beter tot haar recht komt in het weekend, op een zondagmorgen om precies te zijn, zodat je een gerede kans hebt op stilte, die veel beter past bij het landschap dan het geraas van auto’s dat zich doordeweeks ononderbroken aan je opdringt. Ik heb een tijdje geprobeerd om te doen alsof het de wind in de bomen was, maar toeters riepen me dan telkens ruw terug naar de werkelijkheid.
Desalniettemin was het een mooie wandeling, die ik al een hele tijd niet had gelopen omdat er wolven in het gebied rondliepen die het op wandelaars hadden voorzien. Echt heel ongezellig.
Het voordeel bij dit nadeel was dat ik grote delen van de tocht min of meer vergeten was, waardoor ik om de haverklap blij verrast moest blijven staan vanwege dat ik plotseling oog in oog stond met een vergezicht of tafereeltje dat was weggezakt in mijn geheugen.
Een andere vrolijke gebeurtenis was dat ik, ook al tot mijn verrassing, een wintertaling zag (de eend die nogal in your face op de foto staat), die waarschijnlijk door de lichtval, geen groene maar een paarse veeg op zijn kop had. Veel mooier, vind ik.
Die fitis (dat nijdig kijkende vogeltje) was voor mij ook een fijne bonus, want hoewel die echt overal voorkomt, had ik er nog nooit eentje gezien, laat staan gefotografeerd.
Oh, trouwens, leuk om te weten, die mysterieuze pluk wol rond het stammetje van dat jonge boompje, die is bedoeld om jonge reeën weg te houden, zodat ze de jonge scheuten niet opeten. Reeën houden namelijk helemaal niet van schapen. Allergisch voor wol of zo, denk ik.
vanaf Station Hollandsche Rading door de polder.



















Een drukte van belang tijdens deze wandeling. Veel vogels op zoek naar eten voor hun kinderen. Dus rietzangers met insecten in hun snavel, puttertjes op zoek naar zaden, en een fuut met de plaag van Nederlandse sloten(invasieve exoot: zoetwaterkreeftje) in zijn bek. Bij die laatste vroeg ik me af hoe hij/zij dat aan de kuikens ging voeren, want ik zag niet voor me dat ze dat zonder voorbereidingen van vader en/of moeder gingen opeten. Één en ander voltrok zich achter een riethaag, dus niks van gezien.
De rietgors die ik zag was zo’n beetje de hartstochtelijkste rietgors die ik ooit heb gezien. Wat een geweldig drama zat er in dat vogeltje, zeg!
De foto’s van het landschap spreken hopelijk voor zich. Veel lange rechte paden, maar die zijn niet saai, want eromheen gebeurt er dus van alles. En als er even niets gebeurt, ligt dat landschap daar natuurlijk, bijna blasé van zijn eigen schoonheid.
Ik heb me geen seconde verveeld.
Nog eens de adembenemende landschappen tussen Boxtel en Oisterwijk






















Nog maar eens de Kampina verkend. Dat kun je eindeloos blijven doen, want er zijn echt heel veel paadjes die het gebied doorkruisen, dus voor je ze allemaal gehad hebt, ben je al oud en een stuk gelukkiger (denk/hoop ik).
De tocht die ik de vorige keer liep, heb ik nu doodgewoon in de andere richting gelopen, met wat kleine aanpassingen.
Het was zaterdag, dus wel wat drukker, in de trein kon ik al zien wie er ook op de Kampina gingen rondlopen. Veel wandelschoenen en rugzakken. Maar nog eens hulde voor de vele weggetjes door de bossen, over de heide en langs de vennen, want er was ruimte zat voor al die mensen. Ik zag niemand terug tijdens mijn wandeling.
Of nee, nou lieg ik! Ik zag er wel een paar, en door een duivels toeval zaten ze telkens op de bankjes die ik voor mijn pauzes in gedachten had. Dus ik had ze misschien verdrongen.
Wat ik in een van mijn vorige verslagen schreef, moet ik nu aanpassen, want ik heb voor het eerst in mijn leven meer dan één lepelaar tegelijk gezien. Het waren er liefst vijf! Ik kreeg ze helaas niet allemaal op één foto, want ze waren ver weg en ze hebben me niet gehoord denk ik. Ik kon roepen wat ik wilde. Nou ja, zo belangrijk was het nou ook weer niet.
Ook voor het eerst: een reiger in een boom.
Verder natuurlijk weer een boompieper, in dit geval een dode boompieper.
Ik bedoel: levende pieper op dode boom. Sowieso veel dode bomen daar, volgens mij een gevolg van de ontzaglijk natte herfst/winter van 2023. Toen kon je eigenlijk nergens wandelen, want het hele gebied was drasplas en veel bomen stonden tot aan hun oksels onder water.
Trouwens, ben ik nou de enige die zulke kale bomen mooi vindt om te zien? Dat is geen morbide gedachte, ze zijn echt heel sierlijk.
p.s. Voor de liefhebber, de witte kwikstaart is een klassiek geval van een ‘birb’ (= small, round, & cute ‘bird’). Voor meer informatie zie hier.
Van Veenendaal-West naar Maarn (via de Leersumsche plassen)













De voortekenen waren niet goed, want ik wilde vanaf Maarn naar Leusden lopen en dan weer terug, maar de machinist van de trein naar Rhenen vergat om te stoppen in Maarn. Ja, dat kan ook.
OMG! Change of plans!
Geen paniek, zei ik tegen mezelf (en een meneer die nu te laat op zijn werk kwam). Ik stapte in Veenendaal West uit om vervolgens terug te lopen naar Maarn (die meneer ging met de trein terug). Die wandeling vanuit Maarn, ga ik wel een andere keer doen.
Andere slechte voortekenen: geen van de weer-apps die ik raadpleegde, voorspelde het weer dat zich ook in het echt voltrok. Alleen ‘regenmelding’ (een soort buienradar) liet goed zien dat er regen aankwam, maar ja, dan was het doorgaans al te laat om die te ontwijken.
Ik werd dus een paar keer nat, maar hield vol en besloot rond 12:30 uur dat ik mijn fototoestel met een gerust hart weer kon uitpakken. Dat bleek een goed besluit, aangezien alle vogeltjes kennelijk ook voorzagen dat het droog zou blijven en dat ze dus weer naar buiten konden (ja, ik weet ook wel dat vogeltjes altijd buiten zijn, behalve de boffers in nestkasten, maar u snapt wel wat ik bedoel).
Eerst een vink, niks buitengewoons, maar wie het gewone niet eert, is het bijzondere niet weerd, vind ik. Wat ze zelf ook vinden, want niet lang daarna trof ik een boomleeuwerik die ironisch genoeg een paar meter voor mij op de grond was gaan zitten. Dus niet in een boom.
Mijn dochter, die ik de foto liet zien, vermoedde dat ik de vogel gestoord heb bij een zandbad. Dat verklaart misschien de argwanende blik in zijn ogen en dat-ie verstijfd bleef zitten. Pas toen ik bewoog (om te gaan zien of er misschien iets met hem aan de hand was), vloog-ie weg (alles oké dus). Ook gewoon, maar altijd fotogeniek en nu ook nieuwsgierig: de boompieper.
De bergeend lag ver weg op een landtong in de Leersumsche plassen. Ik neem daarom terug wat ik eerder zei over die plassen (dat er nooit iets te zien is), want niet veel later zag ik er een gekraagde roodstaart. Had ik al vaak gehoord, maar nog nooit kunnen fotograferen. Nu opeens vol in beeld. Hoera!
En opeens lagen de plassen zelf er ook prachtig bij. Dankzij de regen die de lucht iets plechtigs gaf.
Tot slot nog een bemoedigende mededeling over de blauwe stip op de stam van die fijnspar: die betekent dat de boom een ’toekomstboom’ is.
Nog eens hoera!
p.s. Het ovale groepje bomen (vooral berken) is in natte tijden een eilandje in het Egelmeer (bij Veenendaal).
vanuit Hollandsche Rading: Ridderoordse bossen, landgoed Pijnenburg







Ik was eigenlijk van plan om vanaf station Bilthoven naar het noorden te lopen, om Lage Vuursche heen, en dan weer terug. Maar er reden geen treinen en ik had geen zin om met het warme weer twee keer een half uur in de bus te zitten. Dus ik bouwde de wandeling om, met Hollandsche Rading als begin- en eindpunt.
Dit is een echte boswandeling, met in het midden een paar kilometer heide. Als je verkoeling zoekt, loop de route dan in omgekeerde richting, want dan heb je de donkerste bossen in de tweede helft.
Een groot deel van de tocht gaat door het landgoed Pijnenburg. Bij uitzondering heb ik het kapitale landhuis dat erbij hoort op de foto gezet, omdat dat voor de helft in de steigers stond (en dat vind ik een mooi gezicht, vraag me niet waarom), en omdat het in het ochtendlicht opeens bijna onecht tussen de bomen stond, alsof het een maquette van papier was.
Ook mooi (vind ik dan): de in zwarte folie verpakte balen kuilgras, die lukraak over de gemaaide velden lijken gestrooid. (Andere beschrijving, met iets meer fantasie: alsof een enorme reus slordig dropjes heeft lopen eten.)
Wat zal ik verder nog over deze tocht zeggen… dat de rust me positief verraste, want ik had me, vanwege dat het zaterdag was, geestelijk schrap gezet voor ontmoetingen met allerlei andere mensen, maar die bleven uit. Alleen bij het klimbos was het een drukte van belang, maar het voordeel daarvan was dan weer dat iedereen boven in de bomen zat.
Net als dat roodborstje, dat zo hoog zat dat ik kramp in m’n nek kreeg en het uiteindelijk opgaf om een fatsoenlijke foto te maken. Maar toen ik alles thuis bekeek, bleek er ééntje redelijk gelukt. Toch?
Rondtocht vanuit IJsselstein: jaagpad, kades, natuurgebied Willeskop.


















Laat ik beginnen met dat kalfje. Een stiertje, om precies te zijn, dat met zijn moeder achter het hek stond waar ik tegenaan wilde gaan zitten om koffie te drinken en koek te eten. Dat deed ik pas nadat ik die foto (en nog wat mislukte foto’s) had genomen.
Even later hoorde ik geluiden. Dat bleek de rollator van de boer te zijn, die wilde zien hoe het met het kalf ging. Toen we samen tegen het hek leunden vroeg ik hoe oud-ie was. Het kalf, bedoel ik.
Eén uur!
Dat verklaarde zijn wiebeligheid. En de vieze vlekken op zijn vacht. Hij was nog niet helemaal schoon gelikt. Maar de boer was verbaasd dat het kalfje al stond en aan het drinken was.
Of misschien niet zozeer verbaasd, maar verwonderd. We raakten aan de praat en verwondering bleek iets wat hij in zijn hele leven nooit had verloren. De hele schepping was iedere dag weer een prachtige verassing, zei hij.
Dat was ik met hem eens, hoewel ik zelf het leven met alles erop en eraan niet de schepping noem en ook veel onaangename verrassingen meemaak.
Maar niet op deze wandeling. Dat ik een deel ervan niet kon lopen vanwege het broedseizoen, had ik min of meer ingecalculeerd.
Kwam best goed uit, want dat scheelde drie kilometer door weilanden met hoog gras. Doe ik wel een keer ná 1 juli, in de hoop dat het pad dan weer begaanbaar is.
Over begaanbaar gesproken, sommige stukken van het jaagpad langs de Hollandsche IJssel waren bijna dichtgegroeid. En nat van de dauw. Dat u dat weet.
Nog iets over verwonderd zijn. Die grauwe gans was het ook. Alsof-ie voor het eerst eens goed om zich heen keek. De haas, een eindje verderop, had het allemaal al gezien. Blasé. Een paar van de brandganskuikens dúrfden niet te kijken. En de schapen keken boos. Ik weet nog steeds niet waarom.
Rondje door bos, velden en zandvlakten vanuit station Lunteren















Omdat het erg warm zou worden, had ik een tocht door de bossen bij Lunteren gepland. Dat wil zeggen, ik dacht me te herinneren dat die tocht vooral door bossen ging. Wat niet zo was. Er waren natuurlijk wel bossen daar, maar veel meer open velden dan ik had onthouden en ook een paar erg grote zandvlakten, waar de zon vrij spel had en scheen alsof het niks was.
Niettemin was het een mooie wandeling.
Het was wel jammer dat ik fotografisch niet mijn dag had, waardoor ik bij thuiskomst veel van wat ik geschoten had besloot weg te gooien. Zoals die van een heel brutaal puttertje dat recht voor mij op het wandelpad ongedurig op zoek was naar eetbare dingetjes die telkens ergens anders bleken te liggen. Het beestje was met geen mogelijkheid scherp in beeld te krijgen (voor de gein toch maar in deze collectie opgenomen).
Boompiepers daarentegen poseerden geduldig tot ik genoeg opnamen had. Ik koos voor een mooi strak gekamd exemplaar en één verfomfaaide die waarschijnlijk net wakker was.
De enige grazer (koe) die ik heb gezien, bleef ook mooi stilstaan, en was helemaal niet onvoorspelbaar, zoals de borden waarschuwden. Ik vind onder een boom staan te wachten tot het warme weer ophoudt in ieder geval behoorlijk voorspelbaar. En ook verstandig.
Na 17 km gaat de tocht over een soort landgoed waar overal dingen staan waar je met een paard overheen kunt springen. Dat levert mooie beelden op (alsof een reuzenkind met blokken heeft zitten spelen).
Ik weet trouwens nooit of je daar mag wandelen, en meestal doe ik het gewoon, want ik maak niks kapot, maar nu waren er twee vrouwen en één paard aan het oefenen, dus kon ik het vragen. Ik mocht gewoon doorlopen. Dat deed ik, om niet veel later in een soort rododendronbos te verzeilen, waar ik net te laat was, want de meeste bloemen waren al verwelkt op die ene tak na. Wat grappig genoeg mijn hele verhaal rond maakt, want de eerste foto die ik schoot was van een tuinstoel in dezelfde kleur, te midden van een klein peloton jonge bomen in mintgroene plastic omhulsels. Een absurd plaatje, maar daardoor erg mooi. Al zeg ik het zelf.
Van Gouda Goverwelle naar Achterveld






‘s Morgens heb ik vanuit Utrecht de trein naar Gouda Goverwelle genomen. Niet ver van het station zag ik dat blaadje hangen. Aan een draadje dat op de foto onzichtbaar is. Waar hoopte ik al een beetje op, want dat maakt het fijn magisch.
Daarna ben ik al zigzaggend door de Krimpenerwaard naar IJsselstein gelopen. Ik houd van dit landschap, eindeloze kades tussen brede sloten langs al even eindeloze weilanden. Je kunt niet anders dan om de haverklap stilstaan en dan verslagen naar de horizon kijken en aan niets denken.
En toch vind ik dan zo zo’n oranje graafmachine ook geweldig. Vraag me niet waarom. Ik denk dat het contrast me aantrekt. Dat heeft iets brutaals.
De weg door Benschop was me op een gegeven moment echt te druk, dus toen ben ik alsnog een boerenpad ingeslagen voor een rustige omweg. Rustiger dan de vorige keer dat ik dit pad nam, want toen bleef een nieuwsgierige koe me opdringerig volgen (ik ben geen held, de koe was eng).
p.s. Het vogeltje is een tapuit.
