Wandelingen

Ik ben sinds een paar jaar wandelaar. Schrijver was ik al. Maar het duurde een tijdje voordat ik ook ging schrijven over de wandelingen die ik maak. Dat doe ik vooral om mijn hoofd leeg te maken. Ik denk onderweg aan van alles en sommige gedachten zet ik dan op papier als ik thuis ben.
Ik fotografeer onderweg ook. Vaak vogels, maar ik ben een vogelaar zonder ambitie. Een zeldzaam beestje op de foto zetten is leuk, maar een mus is me even dierbaar. Behalve vogels fotografeer ik alles wat me voor de voeten komt en me om een of andere reden opvalt.
Op dit gedeelte van mijn website kun je de verslagen van mijn wandelingen lezen, en de foto’s bekijken. Als je ook de kaarten erbij wilt hebben, kun je onderaan een verslag op een link klikken. Dan kom je op de site van Komoot waar ik al mijn wandelingen + routebeschrijvingen heb staan.


31 juli 2026

Rondje: Geldermalsen – Tricht – Mariënwaerdt

De dag begon heiig (las u ook eerst ‘heilig’? Ik ook. Terwijl ik het zelf geschreven heb!). Dat levert mooie foto’s op, al zeg ik het zelf. En op een vrijdagochtend in de vakantie is het kennelijk lekker stil in Tricht, want zelfs op de polderwegen kwam ik haast niemand tegen. Een enkele tractor. Dus de dag kon om 9.30 uur al niet meer stuk.
De eerste vogel die ik spotte, was een kip, de tweede een tortelduif en de derde een dode kraai die ze aan een paal naast een boomgaard hadden hangen. Een nogal lugubere methode om andere kraaien af te schrikken. En het werkt niet eens. Daar zijn kraaien veel te slim voor. 
Wat wel werkt, maar moeilijker te organiseren is: roofvogels. Ik wist tot mijn eigen verrassing een boven mijn hoofd cirkelende buizerd op de foto te zetten. Dat het gelukt was, ontdekte ik thuis pas, want ik had min of meer lukraak geschoten. Zo’n toestel met autofocus is leuk, maar het heeft ook een eigen wil. Soms vind-ie een stip in de lucht de moeite niet waard om scherp in beeld te brengen. 
Hoewel ik de vorige keer dat ik deze route liep (maar dan de andere kant op) alle vervallen schuurtjes en rare huisjes al had gefotografeerd, was ik nog niet uitgekeken. Dus mochten ze u bekend voorkomen dan weet u hoe dat komt.

Ik vond ze trouwens nu nóg mooier. En alsof het niet genoeg was, heb de verzameling aangevuld met twee (half) afgedankte vogelkijktorens. Ik ben er nog nooit een tegengekomen waar ik in durfde klimmen. 
Zoals wel duidelijk zal zijn wandelde ik door de Betuwe, waar nu fruit aan de bomen hing. Vind ik persoonlijk mooier dan bloesem. 
Terwijl ik dus geen genoeg kon krijgen van al die paars/lila velden. Dat zijn akkerdistels. Ook een hoop grimmigheid bij elkaar kan mooi zijn. Als je maar goed kijkt.


28 juli 2026

Naardermeer, Ankeveense plassen, en ‘t Spandersbosch

Dit was een verwarrende tocht. Vorig jaar moest ik de helft van de route onderweg omgooien omdat ze met groot onderhoud bezig waren. Maar ik meende me te herinneren dat ze het werk begin deze zomer zouden afronden. Voor de zekerheid even gecheckt. En ja hoor, de route waar ik een deel van wilde lopen was er weer.
Maar in het echt viel dat tegen, want een bruggetje waar ik op gerekend had, was er niet meer, en ook niet overgroeid door het riet zoals ik eerst dacht (ik liep heel suf gewoon het water in… natte voeten), en een deel van de route bleek toch nog steeds afgesloten. Jammer, maar het is allemaal voor een goed doel. Dus ik liep monter door.
De purperreiger die op de website bij de tocht stond, heb ik wel gezien (waarschijnlijk een andere, maar u snapt wat ik bedoel). Jammer genoeg te laat om een foto te kunnen maken. Dan nog maar eens een blauwe reiger, die helemaal niet bang van me was, waardoor ik zo dichtbij kon komen, dat ik bijna mezelf in de reflectie van z’n ogen kon zien.
De rest van de wandeling ging grotendeels over de kades/dammen tussen de Ankeveense plassen. En laat ik eerlijk zijn, ook een stuk over de nogal lange weg dwars door Ankeveen.
Niettemin was dat tweede gedeelte mooier dan ik me kon herinneren. Minder fietspad en meer voetpad. Om dat te onderstrepen heb ik foto’s opgenomen van twee prachtige originele paaltjes die ze in volle glorie hersteld hebben.

Ik mag dat wel. Die stonden trouwens in de bossen aan de rand van Hilversum, die de laatste 5 km van de wandeling beslaan. Ik vergeet ze altijd, dus dan denk ik dat ik er al bijna ben en dan komen er nog geweldige bospaden. Iedere keer weer een verrassing.

p.s. Ik liep nu de route van naar Naarden-Bussum naar Hilversum, waardoor ik in de tweede helft over het Bergse pad ging en vaak de berm in moest voor fietsers, die me daar overigens steeds hartelijk voor bedankten. Maar wie dat uitwijken hinderlijk vindt, kan beter de route andersom lopen, want dan heb je voordat de fietsers wakker zijn dat pad al gehad.


24 juli 2026

De Grecht, polders en de Oude Rijn – Rondje vanuit station Woerden

Deze wandeling was ik vergeten. Of had ik verdrongen. Want de eerste en laatste keer dat ik de wandeling liep, kwam ik op het einde zo’n schattig pontje tegen dat uit niets meer bestaat dan twee of drie plastic vaten waarop ze planken hebben bevestigd en een hekje om je aan vast te houden terwijl je met een touw jezelf naar de overkant trekt. Moet je wel twee functionerende armen en handen hebben. Ik heb er maar één. Ik schrijf dat hier niet op om zielig te doen, maar om u een beeld te geven van mijn avontuur. Het is namelijk wel een gedoe op een pontje dat het veel leuker vindt om te wiebelen. Ik kon me van de vorige keer alleen nog herinneren dat ik wel bleef staan, aan de overkant kwam, maar toch nat werd. Deze keer bleef ik droog.
Aan de overkant kwam ik op een kleine camping terecht waar mensen volop met het ontbijt bezig waren. Dat was raar. Zo raar dat ik prompt een afslag miste en een alternatieve route moest bedenken toen ik daar achter kwam. Viel ook wel mee, want eigenlijk kun je in de richting van de Grecht een hele hoop verschillende routes over paden door weilanden kiezen. Buiten het broedseizoen in ieder geval.
Ik wandelde de route nu met de klok mee, wat betekent dat er eerst een behoorlijk lang stuk over de dijk langs de Grecht gaat. Ze hadden net gemaaid dus dat was fijn. Nadeel van deze wandeling in de zomer is wel dat je haast niets van de Grecht ziet vanwege het riet. Ook de kleine karekieten die ik voortdurend hoorde, zag ik niet vanwege het riet.
Wel andere vogels in beeld gehad, zoals een opmerkelijk relaxte boerenzwaluw, twee

jonge zwanen, een witte kwikstaart, een kokmeeuw, een aalscholver en een ooievaar. En o ja, een waterhoenkuikentje. Dat was zo pluizig dat ik telkens dacht dat er iets met mijn fototoestel was.
De laatste kilometers van de wandeling gaan over het jaagpad langs de oude Rijn. Dat is een mooi pad, maar op vrijdagmiddag krijg je daar gratis ook veel verkeersgeluid bij. Ik ben toch blij dat ik niet ben uitgeweken naar het fietspad verderop, want dan had ik de vergane glorie van een hele trits volkstuintjes gemist. De aanblik was mooi, vond ik, maar toen ik ging nadenken over de verhalen die erachter zouden zitten, werd ik een beetje droevig. Doe dat dus niet!


22 juli 2026

Wijk bij Duurstede —> Veenendaal West (+omweg…)

Het was alweer een tijdje geleden dat ik deze wandeling liep. 19 maart voor het laatst, zag ik. Het eerste gedeelte gaat vooral over paden langs tussen weilanden door. Af en toe stukjes bos. De meeste paarden waren net gemaaid, dus dat ging gesmeerd. Ik hoefde maar een stuk van kilometer lang uit te wijken naar het weiland zelf, en dat was omdat de wilgen naast het pad hun jonge scheuten er maar een beetje op los hadden laten groeien. De natuur moet zijn loop hebben, zal ik maar zeggen. Het voordeel was dan weer wel dat ik al mijn aandacht kon richten op de hazen in het weiland. Er was er maar een die even stil bleef zitten. De rest rende achter mekaar aan. Het zou me niet verbazen als dat met het weer te maken had, want halverwege de wandeling kreeg ik zowaar een bui op m’n kop. En later nog een.
Ik kwam ook nog een ree tegen. De foto’s van hem in vol ornaat waren te vaag. Mijn vol automatische fototoestel bleef hardnekkig scherpstellen op de bloemen. Nog een wonder dat die ene foto wel is gelukt. Min of meer.
Nee, dan die zonnebloemen. De één nog mooier dan de ander. Vond ik tenminste. Ik heb er een paar in dit verslag opgenomen. 
Over vol ornaat gesproken, dat paard vond ik bijna droevig om te zien. Zijn hoofd in een zak en de rest in een soort pyjama. Het zal wel ergens goed voor zijn.

Wat heb ik verder nog gezien? 
Een gigantische mierenhoop! Ik werd gewoon zenuwachtig toen ik ervoor stond om hem op de foto te zetten. Een drukte van belang natuurlijk en ik stond daar 2 m vanaf. Ik kijk te veel griezelfilms, want zag telkens spookbeelden waarin ik in een mum van tijd door die beestjes werd aangevallen en ontleed.
Ook een beetje eng: die Siamese tweelingboom. Hoe zou dat nou ontstaan zijn? En hoe werkt dat van binnen? Ik nam me voor het om eens op te zoeken, maar dat is er nog niet van gekomen.


19 juli 2026

Vanuit Hollandsche Rading: Tienhovense plassen en de Zwaluwenberg

Deze wandeling noem ik mijn zondagochtend-wandeling. Om een of andere reden denk ik vaak op zaterdagavonden dat ik de volgende morgen weer eens de Tienhovense plassen wil zien. Ik ken de route uit m’n hoofd (ditmaal niet helemaal, want de laatste drie kilometers waren nieuw voor mij), en op zondagmorgen is het altijd lekker rustig. Ik kom natuurlijk wel mensen tegen, maar die lopen daar ook voor hun rust. En voor 11 uur zijn er nauwelijks fietsers op de eindeloze Kanaaldijk.
Ik noem twee vrolijke onderbrekingen van de stilte: 1) een vader met zijn dochtertje van een jaar of zes dat onder luid gejuich net een vis aan de haak sloeg toen ik langsliep; 2) twee hand in hand wandelende vogelaars waarvan de man na een blik op mijn camera aan mij vroeg of ik misschien wist waar de Woudaap ergens te spotten viel, want ze waren daarvoor speciaal voor naar deze polder afgereisd.
Twee jaar geleden zou ik snedig hebben geantwoord dat ze op het verkeerde continent waren, maar nu wist ik wel beter, de Woudaap is een vogel. Een reiger om precies te zijn. Maar ik moest ze teleurstellen, ik wist niet waar de Woudaap te zien was.
Een blauwe reiger zag ik wel. Als ik niet beter wist, zou ik zeggen dat-ie aan de coke was. Maar ik denk dat het gretigheid was, wat ik in z’n ogen zag. De ooievaar die ik spotte, was ook gretig.

Ik dacht eerst dat-ie een meetlint te pakken had, maar dat leek me sterk. Na oeverloos onderzoek op internet, en overleg met mijn dochter, heb ik besloten dat het een ringslang is. Komt het meeste voor in Nederland en ook in dit soort gebieden.
Voor de boekhouding nog even vermelding van de volgende vogels: een Buizerd, een Boerenzwaluw op een paal, en een biddende Torenvalk.
Verder veel Mussen. Waaronder een stel dat ijverig aan het baden was op het blad van een waterlelie. Wat mij betreft weer eens bewijs van mijn stelling dat gewoon álle vogels leuk zijn. Als je maar goed kijkt.


16 juli 2026

Heide en bossen tussen Oisterwijk en Boxtel (de Kampina)

Omdat het warm zou worden, had ik de route omgegooid, zodat ik meer door de bossen en minder over de heide zou lopen (en helemaal niet door Oisterwijk). Maar het is best moeilijk om het verschil tussen groen, lichtgroen, en nog lichter groen op de kaarten van de Komoot te onderscheiden, waardoor ik tijdens de wandeling al vrij snel erachter kwam dat ik een paar keer niets anders had gedaan dan het ene stuk heide vervangen door een ander stuk heide. Maar niet getreurd, ik kwam in ieder geval op plekken waar ik nog nooit eerder was geweest.
De vele beken en riviertjes hadden het ook moeilijk in de warmte. Ik kon aan de oevers zien dat het waterpeil akelig gedaald was. Sommige vennen waren gewoon verdwenen of zo geslonken dat de koeien alleen om de beurt even met hun poten in het water konden staan.
Varens daarentegen gedijen kennelijk prima in de hitte (dat was nieuw voor mij), want het laatste deel van de wandeling, een pad langs de kleine Aa en de Beerse, was nagenoeg verdwenen onder het geweld van die planten. Nog even en de machete hoort bij de standaarduitrusting van wandelaars in Nederland.

Ik denk dat ik dan maar andere routes ga uitstippelen. Want zo avontuurlijk ben ik nou ook weer niet. Ik heb me er nu angstig doorheen geworsteld terwijl ik de gedachte aan alle insecten die zich aan me zouden vastklampen verdrong.
Mijn dochter en ik hebben na uitgebreid onderzoek en overleg besloten dat het vogeltje op dat paaltje met op de achtergrond de wit gespoten kassen een nachtegaal is. Had ik nog nooit in het echt gezien, dus hoera! Het andere vogeltje is de oude vertrouwde boompieper.


13 juli 2026

Van Oosterbeek naar Ede via ’t Renkums beekdal

Dit is een ideale wandeling in deze hete tijden. Ik heb het niet per meter bijgehouden, maar het zou me verbazen als de tocht zich meer dan twee kilometer in de volle zon voltrekt. Of anders gezegd, 23 kilometers schaduw! Wat wil een mens nog meer?
Deze wandeling was ook een soort revanche want een tijdje terug liep ik dezelfde in omgekeerde richting toen Komoot er op ¾ de brui aangaf en ik ‘on the fly’ iets anders moest verzinnen. Waar ik op uitkwam was heide (geen schaduw), dus als ik een tip mag geven: ga deze (van 12/06) lopen bij code geel of erger. In welke richting maakt niet veel uit. 
Het kan aan mij liggen, maar lopen er dit jaar meer paarden met jassen aan dan vorig jaar? Ik zag er tijdens deze wandeling in ieder geval weer een hele hoop. 
Let vooral op de foto met die twee vogels in de lucht, die zag ik pas toen ik thuis ging kijken wat ik allemaal geschoten had. Die bruine is een buizerd, die andere was moeilijker te identificeren. Een reiger of een ooievaar, die dan wel zijn/haar poten binnenboord houdt, wat ze eigenlijk nooit doen tijdens het vliegen. Aldus mijn dochter, die er meer verstand van heeft dan ik.

Verder verraste ik nog een zanglijster die verschrikt achterom kijkt, en heb ik onderzocht wat ervan terecht komt als ik een heel klein vogeltje (roodborsttapuit…) dat heel ver weg op een bloem zit, toch probeer de fotograferen. Een soort gele brij waar het beestje dan enthousiast uit tevoorschijn springt. Best wel artistiek, al zeg ik het zelf.
De foto van de klaproos is wat mij betreft het bewijs dat je wel degelijk je kop boven het maaiveld uit moet steken. Serene schoonheid is het resultaat.


9 juli 2026

Van Achterveld op weg naar Gouda Goverwelle

Let goed op de titel van deze wandeling. Er staat ‘op weg naar’ en niet ‘naar’. Subtiel verschil waarmee ik wil zeggen dat mijn wandeling (weer eens) halverwege werd afgebroken door Komoot, die vond dat het zo wel genoeg was. 
‘Je hebt het geflikt!’ las ik opeens. 
Ja, de helft.
De moeilijkste helft moest nog komen. Dus misschien was de enthousiaste mededeling van Komoot wel een verhulde waarschuwing, want niet lang daarna bleek dat het pad op de Tiendwegwetering nogal agressief was overwoekerd door allerlei gewassen die het wandelen nagenoeg onmogelijk maakten. Ik heb nauwelijks iets van de omgeving gezien omdat ik voortdurend naar de grond moest kijken om te checken of ik nog wel op het pad liep (wat er één stap naast het pad was, bleek niet te voorspellen, maar was wel telkens onaangenaam). En intussen moest ik ook nog goed opletten dat ik niet tegen reuzenberenklauwen aanliep, want die hadden daar de tijd van hun leven volgens mij. Ik vind het angstwekkende planten. Ik prees mezelf dan ook gelukkig dat ik om een of andere reden besloten had een T-shirt met lange mouwen aan te doen. Korte broek draag ik sowieso nooit. 
Kortom, een helletocht. Het pad was zo’n 6 km lang en ik denk dat ik er bijna twee uur over heb gedaan.
Dus een (voor de hand liggende) tip van mij: loop deze wandeling niet. Dat wil zeggen ga niet die kade op (waar nog een beginstukje van te zien is op de kaart), maar loop door naar Oudewater en neem dan het jaagpad langs de Hollandse IJssel tot aan Hekendorp.

Zoek daar naar de Opweg (het is een klein gehucht, zo gevonden) en sla op het eind daarvan linksaf de Tiendweg op. Dan alsmaar rechtdoor tot aan Gouda. Ook een mooie wandeling.
Op het deel dat Komoot wel registreerde, heb ik best aardige foto’s gemaakt, al zeg ik het zelf. Weer eens een vogeltje dat ik nog niet eerder had gespot: de grauwe vliegenvanger. Ook vermelden waardig: een haas die kijkt alsof-ie coke heeft gesnoven, vier lepelaars op een rijtje, een zwanenfamilie met een huishouden van Jan Steen, een aller schattigst ponypaardje, twee om hun vader/moeder schreeuwende spreeuwen, en een klein peloton koeien dat uit het niets boos op mij was.
Dat heb ik weer.


6 juli 2026

Het Appelpad – Rondtocht vanuit Barneveld Noord

Dit is een mooie wandeling op de eerste en de laatste paar kilometers na. Als je de tocht met de klok mee loopt, moet je eerst (samen met razend verkeer) door een soort industrieterrein voordat je in de polders komt. Ik was zo blij groen te zien, dat ik meteen onder een overrompelende treurwilg staan ging staan om al het zwart en grijs te vergeten. 
Daarna begon de polder en die is dan meteen mooi. Je moet alleen wel een manier vinden om het lawaai van de A1 uit je hoofd te houden, want het is erg opdringerig. Na ongeveer 5 km ben je daar vanaf.
Dan volgen polders, bossen, en half droogstaande moerassen (die toch nog nat genoeg zijn voor muggen en andere ergerlijke insecten, twee beten opgelopen). 
Deze tocht heet het appelpad en dat is terecht, want je komt door een gehucht van die naam, en overal kom je de Appelsestraat tegen, op het verwarrende af.
Tot m’n blijde verrassing, heb ik eindelijk eens een paar andere vogels dan boompiepers en roodborsttapuiten gezien. Op een verkleurde conifeer zat een groenling, zogenaamd verdekt opgesteld. Hij was ver weg dus het was nogal een gedoe om op de foto te krijgen, waardoor ik en mijn camera kennelijk verdacht werd en een oude meneer uit het naastgelegen huis op zijn beurt mij aan het observeren ging. Dat ik hem vriendelijk groette, maakte niet uit. Zijn argwaan bleef. 

Ik liep dus maar door. En spotte een kneu. Ik vraag me altijd af of die vogel door de andere vogels gepest wordt met zijn naam. Eén ‘s’ erbij en het is lachen geblazen (maar niet heus). Later op de dag zag ik nog een witte kwikstaart in het gras.
Verder ook een kluwen schapen en een bedaarde lama met zijn/haar even bedaarde kind. 
Oh ja, en een rode kater die mij ook al wantrouwig bekeek. Je hebt van die dagen. 
Gelukkig is daar dan nog altijd het landschap, dat mij gewoon zonder geweifel laat rond banjeren. Waarvoor mijn dank.
De laatste 1,5 km gingen weer door het industriegebied.. Met het station in zicht maakt dat dan niet zoveel meer uit, bleek.


1 juli 2026

Van Ermelo naar Nunspeet door bossen en over de hei

Wie van bossen houdt, zit met deze wandeling goed. Zeker de eerste helft alleen maar bomen, met toebehoren. Kennelijk was ik daarvoor niet in de stemming, want ik haalde opgelucht adem toen ik het eerste stuk heide bereikte en de horizon zag. Die had ik heel erg gemist. 
Ik had ook heel veel foto’s van bomen gemaakt, je moet wat. Grijze stammen van hele hoge naaldbomen, om precies te zijn, maar die foto’s heb ik niet allemaal bij dit verslag opgenomen, want een mens kan ook te veel bomen zien. Ze kwamen mijn neus uit. Of zoiets. 
Ja, ook op de Westeindse heide (tussen Nunspeet en Elspeet) stonden bomen, maar die stonden niet in de weg van het uitzicht. Zoals altijd, vond ik ook de dode bomen mooi. Ik heb er één zo gefotografeerd dat het net is alsof-ie nog bladeren heeft (in werkelijkheid zijn het de bladeren van een boom erachter).
Op de heide waren ook eindelijk vogels te zien… boompiepers en roodborsttapuiten. Het zal eens niet. Maar laat ik niet zeuren, vooral die laatsten waren weer ouderwets fotogeniek. En min of meer krijgszuchtig, eentje poseerde alsof-ie ‘te wapen’ riep om de aanval op de vijand in te luiden. Maar dan grappig.  

Ik had in de route een kleine omweg opgenomen zodat ik langs de Hierdense Beek kon lopen, maar die had haar beste tijd gehad. Nauwelijks water te bekennen en de bedding lag vol met omgevallen bomen. Echt sneu. 
Ik sluit af met onverminderd vrolijke verwondering over de bonte was die (zogenaamd?) te drogen hing vlakbij het station van Nunspeet. Geen flauw idee waarom. Maar het was geweldig!


29 juni 2026

Van Ede naar Oosterbeek via ’t Renkums beekdal

Dit zou een wandeling van Ede naar Wolfheze (met een omweg via het Renkumse Beekdal) moeten zijn, maar na 18,2 kilometer vond Komoot het wel mooi geweest. In plaats van verdere aanwijzingen te geven voor de geplande route, liet de app mij weten dat ik een nieuwe route aan het plannen was.
Wat niet zo was.. Echt niet.
Maar de tocht die ik had bedacht, was verdampt of zoiets. In ieder geval kon ik die nergens meer vinden. Ik koos voor de klassieke en rigoureuze oplossing om de app af te sluiten en opnieuw te openen.
De route waar ik midden in zat, was nu een voltooide activiteit. Driekwart voltooid, om precies te zijn, maar daar zei Komoot niks over. Deed alsof z’n neus bloedde. Ondanks het bizarre eindpunt aan de rand van een weiland tussen Heelsum en Wolfheze.
Wat nu? Een nieuwe wandeling, dan maar, met dit bizarre eindpunt als bizar beginpunt. En omdat alles nu toch helemaal anders ging, ook maar een nieuw eindpunt: Oosterbeek. Zie voor dat laatste stukje van deze wandeling: ‘Van Ede naar Oosterbeek via ’t Renkums beekdal 2’.
Hoe dan ook, toch fijn gewandeld. En veel gezien. Kijk maar naar de foto’s. Ik was zelf nogal onder de indruk van het van onder tot boven ingepakte paard (de zak over zijn hoofd liet gelukkig wel licht door zag ik op de foto).

Verder: een heel slordig geschoren schaap, een omgezaagde boom die onversaagd (pun intended) vanaf de stronk opnieuw begonnen was, een waterlelie in een vennetje dat ‘het oudemannenzwembad’ heet (ik weet niet waarom, kon me ook niet voorstellen dat er überhaupt iemand zou willen zwemmen), een bont zandoogje (vlinder), een pimpelmees, traditioneel ondersteboven aan een tak, en nog maar eens twee omineuze kraaien (het lijkt wel of die vogels alleen maar op dode bomen willen zitten).


25 juni 2026

Heidestein en Den Treek – Rondje vanuit Driebergen-Zeist

Ik zag dat ik deze wandeling meer dan twee jaar geleden voor het laatst had gelopen. Vanwege het wolvenalarm voor ‘Den Treek’, denk ik. Dat is al een tijdje opgeheven, maar het blijft spannend in de natuur, want nu was het hitteprotocol van kracht. Code oranje. Hup Holland hup! 
Ik heb een haat-liefdeverhouding met protocollen en regels. In dit geval had ik besloten om tegen de waarschuwingen in toch te gaan wandelen, maar de route in te korten en vroeg op te staan zodat ik voor de schroeiende hitte weer terug zou zijn. Dat lukte niet helemaal, het laatste deel was toch behoorlijk warm. Ook al doordat de bossen niet zo dichtbegroeid waren als ik me herinnerde. Deze tegenvallende hitte verklaart ook waarom ik in de laatste kilometers geen foto’s meer maakte. Ik had doodgewoon geen puf om dat toestel op te tillen en voor mijn oog te houden.
Mijn moeder zou gezegd hebben dat door de hitte de mussen gebraden uit de dakgoot vielen. Ik vermoed dat alle vogeltjes dat in hun achterhoofd hadden, want ze lieten zich niet zien.
Slechts twee onheilspellende kraaien (sinds The Birds van Hitchcock vind ik die vogels altijd verdacht) en één roodborstje wilde poseren.

Ja, geen rood borstje maar toch een roodborstje, want jonkies zijn in de terminologie van vogelaars nog gewoon een KBV (kleine bruine vogel).
Gelukkig bleef de natuur gewoon buiten, protocol of niet, en blijven bomen en landschappen mooi stilstaan, dus die heb ik toen maar op de foto gezet. Graag uw extra aandacht voor de grijze boomstronk waarop een soort buxus/hulst vol goede moed wortel had geschoten en het dorre hout nieuwe bestemming had gegeven. Dat gaf mij hoop.


22 juni 2026

Rondje vanuit Veenendaal West over landgoed Prattenburg

Dit is een wandeling die kennelijk niet veel gelopen wordt, want veel paden waren overwoekerd en/of versperd en het leek erop dat ik de eerste sinds lange tijd was die de obstakels tegenkwam. Geen onoverkomelijke hindernissen trouwens; een paar omgevallen bomen die gewoon doorgroeiden (respect!), enthousiaste varens die zich bij wijze van spreken ontrolden terwijl ik langs ze liep, onvriendelijk hard en sprieterig gras, en allerlei onduidelijke bodembedekkers. (Ik noem hier express de bramen en brandnetels niet, want die vind ik heel irritant en ik schrijf deze verhaaltjes voor mijn lol.)
Desalniettemin is dit een mooie wandeling, die je bij warm weer het beste in de andere richting kunt lopen, want dan loop je tegen de tijd dat de zon echt gevaarlijk wordt in de bossen. 
Wat valt er verder nog te zeggen over deze tocht? 
Dat om 8:15 uur met een wandeling beginnen heel opbeurend is, want dan loop je door een gezellige drukte van ouders en kinderen op weg naar school, die je allemaal goed geluimd een fijne dag wensen. 
En dat de verloren voorwerpen die ik onderweg tegenkwam, me verwonderden en ook een beetje droevig maakten. Zoals altijd. Ik heb ook kleine kinderen gehad, dus ik weet hoe zoiets gebeurt en dat je er thuis pas achter komt dát het is gebeurd, met ontroostbaar leed tot aan het slapen gaan, en zulke dingen horen bij het leven, maar het blijven onvergeeflijke voorvallen (ik zou trouwens ook niet weten wie of wat ik zou willen vergeven). 
Veel vrolijker was de meneer die ergens midden in de bossen

aan een picknicktafel zat met zijn mobieltje voor zich terwijl hij met een prachtige tenorstem een kerklied meezong. Ja, een kerklied, aangezien de halleluja’s niet van de lucht waren (geen halelóéja’s, maar halelúja’s, daar leek hij een punt van te maken, zodat ik dat hier nu ook doe). Ik was een soort jaloers op hem, omdat hij zo’n mooie stem had, maar ook omdat hij zonder gêne en vol overgave, bijna ontroerd, in dat bos aan het zingen was. Ik hoorde hem nog toen ik al weer veel verder was tot ten slotte de vogels hem overstemden. Maar ik denk dat hij dat niet erg vond.

p.s. Ik weet niet wat dat rood-witte lint om de stam van dat boompje betekent, maar ik vrees het ergste…


18 juni 2026

Nog eens het rondje vanuit Hollandsche Rading door de Ridderoordse bossen en het landgoed Pijnenburg. Linksom.

Ik heb deze route al eens gelopen (op 30/5) en toen dacht ik bij mezelf dat het bij warm weer verstandiger zou zijn om het rondje in de andere richting te lopen, zodat ik in de donkere bossen zou lopen op het heetst van de dag. 
Dat heb ik dus gedaan… om erachter te komen dat dit echt een slecht idee was. Ik snap ook niet hoe ik er bij kwam, want het is precies andersom. Dus een tip: loop als het hitteplan van kracht is de wandeling tegen de klok in. De tweede helft, na de heide, is dan lekker koel en het RIVM kan er waarschijnlijk ook mee leven. 
Enfin, ik vond de warmte sowieso wel meevallen. 
In combinatie met alle drooggevallen sloten en grachtjes werd ik er wel een beetje zenuwachtig van omdat het zo’n troosteloos aanzicht is, al die verdorde natuur. Daarom ging ik op een gegeven moment vooral veel groen fotograferen. Daar hoefde ik niet lang naar te zoeken, want de varens groeiden dat het een aard had, dus mijn zorgen ebden snel weg. Waarmee ik niet wil zeggen dat het wel goedkomt met het klimaat. Zeker niet. Helaas. Daar moeten we nog wel iets aan doen.

Over troosteloos gesproken (ik kom er toch nog een keer op terug)… Ik kwam langs een troebel bosvennetje dat er echt heel treurig bij lag. Niettemin zag een oranje-witte karper kans om erin rond te zwemmen. Zo’n beest is lastig om op de foto te zetten, want hij/zij blijft natuurlijk lekker onder water en liet alleen af en toe haar/zijn staartvin zien.
De roodborsttapuit daarentegen ging er eens goed voor zitten. Ik kon haast niet kiezen welke foto ik het mooist vond, dus ik heb er twee uitgezocht.


15 juni 2026

Nu nog groener, oneindige graslanden bij Nijkerk

De vorige keer dat ik deze tocht liep, viel ik van de ene verbazing in de andere omdat alles zo mooi was. Nu liep ik dezelfde tocht in de andere richting en viel het me allemaal een beetje tegen. Dat komt waarschijnlijk doordat ik nu eerst het minder mooie stuk had gelopen terwijl ik me aan het verheugen was op het mooie stuk dat nog ging komen, wat natuurlijk ook wel kwam, maar niet zo overdonderend als ik me kon herinneren. (Ik had me waarschijnlijk óverheugd.)
Ondanks dat alles wat groeide en bloeide min of meer ontploft was. Groen, groener, groenst: kniehoog gras dat enthousiast de klompenpaden overwoekerde, akkers waar gewassen in statige lijnen aan het ontkiemen waren en in de bossen overal varens waar geen bomen stonden. Om maar een paar voorbeelden te noemen. 
Dus best wel mooi. Toch.
Weinig vogeltjes deze keer. Omdat helemaal geen vogeltjes in dit verslag mij ook niks leek, heb ik op het laatst toch nog twee spreeuwen gefotografeerd. Vooral omdat ze samen een mooie compositie vormden.
De schapen waren net naar de kapper geweest, de sporen van de tondeuse staan nog in hun vacht. Ze begrepen mij niet geloof ik. Ze keken in ieder geval alsof ik van een andere planeet kwam toen ik de foto nam.

Wat u op de foto niet kunt zien is dat ik tegelijkertijd aller vriendelijkst werd belaagd door twee ‘waakhonden’ die in plaats van te blaffen aan mijn broek likten. Nogal opdringerig. En toen moest ik ook nog de batterij van mijn fototoestel wisselen. Dat vonden ze ook een geweldige gebeurtenis. Ze hebben het apparaat gratis helemaal schoon gelikt.
Hm, als ik nu mijn verslag lees en de foto’s bekijk, herzie ik mijn bovenstaande kritiek. Alles bij elkaar genomen blijft het een mooie wandeling met een paar korte stukken langs drukke verkeerswegen waar je gewoon even in moet berusten.


11 juni 2026

Den Treek: Van Maarn naar Leusden en weer terug.

Hm, ik denk dat deze wandeling beter tot haar recht komt in het weekend, op een zondagmorgen om precies te zijn, zodat je een gerede kans hebt op stilte, die veel beter past bij het landschap dan het geraas van auto’s dat zich doordeweeks ononderbroken aan je opdringt. Ik heb een tijdje geprobeerd om te doen alsof het de wind in de bomen was, maar toeters riepen me dan telkens ruw terug naar de werkelijkheid. 
Desalniettemin was het een mooie wandeling, die ik al een hele tijd niet had gelopen omdat er wolven in het gebied rondliepen die het op wandelaars hadden voorzien. Echt heel ongezellig. 
Het voordeel bij dit nadeel was dat ik grote delen van de tocht min of meer vergeten was, waardoor ik om de haverklap blij verrast moest blijven staan vanwege dat ik plotseling oog in oog stond met een vergezicht of tafereeltje dat was weggezakt in mijn geheugen. 
Een andere vrolijke gebeurtenis was dat ik, ook al tot mijn verrassing, een wintertaling zag (de eend die nogal in your face op de foto staat), die waarschijnlijk door de lichtval, geen groene maar een paarse veeg op zijn kop had. Veel mooier, vind ik. 

Die fitis (dat nijdig kijkende vogeltje) was voor mij ook een fijne bonus, want hoewel die echt overal voorkomt, had ik er nog nooit eentje gezien, laat staan gefotografeerd. 
Oh, trouwens, leuk om te weten, die mysterieuze pluk wol rond het stammetje van dat jonge boompje, die is bedoeld om jonge reeën weg te houden, zodat ze de jonge scheuten niet opeten. Reeën houden namelijk helemaal niet van schapen. Allergisch voor wol of zo, denk ik.


8 juni 2026

vanaf Station Hollandsche Rading door de polder.

Een drukte van belang tijdens deze wandeling. Veel vogels op zoek naar eten voor hun kinderen. Dus rietzangers met insecten in hun snavel, puttertjes op zoek naar zaden, en een fuut met de plaag van Nederlandse sloten(invasieve exoot: zoetwaterkreeftje) in zijn bek. Bij die laatste vroeg ik me af hoe hij/zij dat aan de kuikens ging voeren, want ik zag niet voor me dat ze dat zonder voorbereidingen van vader en/of moeder gingen opeten. Één en ander voltrok zich achter een riethaag, dus niks van gezien.
De rietgors die ik zag was zo’n beetje de hartstochtelijkste rietgors die ik ooit heb gezien. Wat een geweldig drama zat er in dat vogeltje, zeg!

De foto’s van het landschap spreken hopelijk voor zich. Veel lange rechte paden, maar die zijn niet saai, want eromheen gebeurt er dus van alles. En als er even niets gebeurt, ligt dat landschap daar natuurlijk, bijna blasé van zijn eigen schoonheid. 
Ik heb me geen seconde verveeld.


6 juni 2026

Nog eens de adembenemende landschappen tussen Boxtel en Oisterwijk

Nog maar eens de Kampina verkend. Dat kun je eindeloos blijven doen, want er zijn echt heel veel paadjes die het gebied doorkruisen, dus voor je ze allemaal gehad hebt, ben je al oud en een stuk gelukkiger (denk/hoop ik).
De tocht die ik de vorige keer liep, heb ik nu doodgewoon in de andere richting gelopen, met wat kleine aanpassingen. 
Het was zaterdag, dus wel wat drukker, in de trein kon ik al zien wie er ook op de Kampina gingen rondlopen. Veel wandelschoenen en rugzakken. Maar nog eens hulde voor de vele weggetjes door de bossen, over de heide en langs de vennen, want er was ruimte zat voor al die mensen. Ik zag niemand terug tijdens mijn wandeling. 
Of nee, nou lieg ik! Ik zag er wel een paar, en door een duivels toeval zaten ze telkens op de bankjes die ik voor mijn pauzes in gedachten had. Dus ik had ze misschien verdrongen.
Wat ik in een van mijn vorige verslagen schreef, moet ik nu aanpassen, want ik heb voor het eerst in mijn leven meer dan één lepelaar tegelijk gezien. Het waren er liefst vijf! Ik kreeg ze helaas niet allemaal op één foto, want ze waren ver weg en ze hebben me niet gehoord denk ik. Ik kon roepen wat ik wilde. Nou ja, zo belangrijk was het nou ook weer niet.
Ook voor het eerst: een reiger in een boom. 
Verder natuurlijk weer een boompieper, in dit geval een dode boompieper.

Ik bedoel: levende pieper op dode boom. Sowieso veel dode bomen daar, volgens mij een gevolg van de ontzaglijk natte herfst/winter van 2023. Toen kon je eigenlijk nergens wandelen, want het hele gebied was drasplas en veel bomen stonden tot aan hun oksels onder water. 
Trouwens, ben ik nou de enige die zulke kale bomen mooi vindt om te zien? Dat is geen morbide gedachte, ze zijn echt heel sierlijk.

p.s. Voor de liefhebber, de witte kwikstaart is een klassiek geval van een ‘birb’ (= small, round, & cute ‘bird’). Voor meer informatie: https://www.audubon.org/news/when-bird-birb-extremely-important-guide


3 juni 2026

Van Veenendaal-West naar Maarn (via de Leersumsche plassen)

De voortekenen waren niet goed, want ik wilde vanaf Maarn naar Leusden lopen en dan weer terug, maar de machinist van de trein naar Rhenen vergat om te stoppen in Maarn. Ja, dat kan ook.
OMG! Change of plans!
Geen paniek, zei ik tegen mezelf (en een meneer die nu te laat op zijn werk kwam). Ik stapte in Veenendaal West uit om vervolgens terug te lopen naar Maarn (die meneer ging met de trein terug). Die wandeling vanuit Maarn, ga ik wel een andere keer doen.
Andere slechte voortekenen: geen van de weer-apps die ik raadpleegde, voorspelde het weer dat zich ook in het echt voltrok. Alleen ‘regenmelding’ (een soort buienradar) liet goed zien dat er regen aankwam, maar ja, dan was het doorgaans al te laat om die te ontwijken. 
Ik werd dus een paar keer nat, maar hield vol en besloot rond 12:30 uur dat ik mijn fototoestel met een gerust hart weer kon uitpakken. Dat bleek een goed besluit, aangezien alle vogeltjes kennelijk ook voorzagen dat het droog zou blijven en dat ze dus weer naar buiten konden (ja, ik weet ook wel dat vogeltjes altijd buiten zijn, behalve de boffers in nestkasten, maar u snapt wel wat ik bedoel).
Eerst een vink, niks buitengewoons, maar wie het gewone niet eert, is het bijzondere niet weerd, vind ik. Wat ze zelf ook vinden, want niet lang daarna trof ik een boomleeuwerik die ironisch genoeg een paar meter voor mij op de grond was gaan zitten. Dus niet in een boom.

Mijn dochter, die ik de foto liet zien, vermoedde dat ik de vogel gestoord heb bij een zandbad. Dat verklaart misschien de argwanende blik in zijn ogen en dat-ie verstijfd bleef zitten. Pas toen ik bewoog (om te gaan zien of er misschien iets met hem aan de hand was), vloog-ie weg (alles oké dus). Ook gewoon, maar altijd fotogeniek en nu ook nieuwsgierig: de boompieper. 
De bergeend lag ver weg op een landtong in de Leersumsche plassen. Ik neem daarom terug wat ik eerder zei over die plassen (dat er nooit iets te zien is), want niet veel later zag ik er een gekraagde roodstaart. Had ik al vaak gehoord, maar nog nooit kunnen fotograferen. Nu opeens vol in beeld. Hoera! 
En opeens lagen de plassen zelf er ook prachtig bij. Dankzij de regen die de lucht iets plechtigs gaf.
Tot slot nog een bemoedigende mededeling over de blauwe stip op de stam van die fijnspar: die betekent dat de boom een ’toekomstboom’ is. 
Nog eens hoera!

p.s. Het ovale groepje bomen (vooral berken) is in natte tijden een eilandje in het Egelmeer (bij Veenendaal).


30 mei 2026

vanuit Hollandsche Rading: Ridderoordse bossen, landgoed Pijnenburg

Ik was eigenlijk van plan om vanaf station Bilthoven naar het noorden te lopen, om Lage Vuursche heen, en dan weer terug. Maar er reden geen treinen en ik had geen zin om met het warme weer twee keer een half uur in de bus te zitten. Dus ik bouwde de wandeling om, met Hollandsche Rading als begin- en eindpunt.
Dit is een echte boswandeling, met in het midden een paar kilometer heide. Als je verkoeling zoekt, loop de route dan in omgekeerde richting, want dan heb je de donkerste bossen in de tweede helft.
Een groot deel van de tocht gaat door het landgoed Pijnenburg. Bij uitzondering heb ik het kapitale landhuis dat erbij hoort op de foto gezet, omdat dat voor de helft in de steigers stond (en dat vind ik een mooi gezicht, vraag me niet waarom), en omdat het in het ochtendlicht opeens bijna onecht tussen de bomen stond, alsof het een maquette van papier was.
Ook mooi (vind ik dan): de in zwarte folie verpakte balen kuilgras, die lukraak over de gemaaide velden lijken gestrooid. (Andere beschrijving, met iets meer fantasie: alsof een enorme reus slordig dropjes heeft lopen eten.)

Wat zal ik verder nog over deze tocht zeggen… dat de rust me positief verraste, want ik had me, vanwege dat het zaterdag was, geestelijk schrap gezet voor ontmoetingen met allerlei andere mensen, maar die bleven uit. Alleen bij het klimbos was het een drukte van belang, maar het voordeel daarvan was dan weer dat iedereen boven in de bomen zat.
Net als dat roodborstje, dat zo hoog zat dat ik kramp in m’n nek kreeg en het uiteindelijk opgaf om een fatsoenlijke foto te maken. Maar toen ik alles thuis bekeek, bleek er ééntje redelijk gelukt. Toch?


28 mei 2026

Rondtocht vanuit IJsselstein: jaagpad, kades, natuurgebied Willeskop.

Laat ik beginnen met dat kalfje. Een stiertje, om precies te zijn, dat met zijn moeder achter het hek stond waar ik tegenaan wilde gaan zitten om koffie te drinken en koek te eten. Dat deed ik pas nadat ik die foto (en nog wat mislukte foto’s) had genomen. 
Even later hoorde ik geluiden. Dat bleek de rollator van de boer te zijn, die wilde zien hoe het met het kalf ging. Toen we samen tegen het hek leunden vroeg ik hoe oud-ie was. Het kalf, bedoel ik. 
Eén uur!
Dat verklaarde zijn wiebeligheid. En de vieze vlekken op zijn vacht. Hij was nog niet helemaal schoon gelikt. Maar de boer was verbaasd dat het kalfje al stond en aan het drinken was. 
Of misschien niet zozeer verbaasd, maar verwonderd. We raakten aan de praat en verwondering bleek iets wat hij in zijn hele leven nooit had verloren. De hele schepping was iedere dag weer een prachtige verassing, zei hij.
Dat was ik met hem eens, hoewel ik zelf het leven met alles erop en eraan niet de schepping noem en ook veel onaangename verrassingen meemaak. 
Maar niet op deze wandeling. Dat ik een deel ervan niet kon lopen vanwege het broedseizoen, had ik min of meer ingecalculeerd.

Kwam best goed uit, want dat scheelde drie kilometer door weilanden met hoog gras. Doe ik wel een keer ná 1 juli, in de hoop dat het pad dan weer begaanbaar is.
Over begaanbaar gesproken, sommige stukken van het jaagpad langs de Hollandsche IJssel waren bijna dichtgegroeid. En nat van de dauw. Dat u dat weet. 
Nog iets over verwonderd zijn. Die grauwe gans was het ook. Alsof-ie voor het eerst eens goed om zich heen keek. De haas, een eindje verderop, had het allemaal al gezien. Blasé. Een paar van de brandganskuikens dúrfden niet te kijken. En de schapen keken boos. Ik weet nog steeds niet waarom.


25 mei 2026

Rondje door bos, velden en zandvlakten vanuit station Lunteren

Omdat het erg warm zou worden, had ik een tocht door de bossen bij Lunteren gepland. Dat wil zeggen, ik dacht me te herinneren dat die tocht vooral door bossen ging. Wat niet zo was. Er waren natuurlijk wel bossen daar, maar veel meer open velden dan ik had onthouden en ook een paar erg grote zandvlakten, waar de zon vrij spel had en scheen alsof het niks was.
Niettemin was het een mooie wandeling.
Het was wel jammer dat ik fotografisch niet mijn dag had, waardoor ik bij thuiskomst veel van wat ik geschoten had besloot weg te gooien. Zoals die van een heel brutaal puttertje dat recht voor mij op het wandelpad ongedurig op zoek was naar eetbare dingetjes die telkens ergens anders bleken te liggen. Het beestje was met geen mogelijkheid scherp in beeld te krijgen (voor de gein toch maar in deze collectie opgenomen).
Boompiepers daarentegen poseerden geduldig tot ik genoeg opnamen had. Ik koos voor een mooi strak gekamd exemplaar en één verfomfaaide die waarschijnlijk net wakker was.
De enige grazer (koe) die ik heb gezien, bleef ook mooi stilstaan, en was helemaal niet onvoorspelbaar, zoals de borden waarschuwden. Ik vind onder een boom staan te wachten tot het warme weer ophoudt in ieder geval behoorlijk voorspelbaar. En ook verstandig.
Na 17 km gaat de tocht over een soort landgoed waar overal dingen staan waar je met een paard overheen kunt springen. Dat levert mooie beelden op (alsof een reuzenkind met blokken heeft zitten spelen).

Ik weet trouwens nooit of je daar mag wandelen, en meestal doe ik het gewoon, want ik maak niks kapot, maar nu waren er twee vrouwen en één paard aan het oefenen, dus kon ik het vragen. Ik mocht gewoon doorlopen. Dat deed ik, om niet veel later in een soort rododendronbos te verzeilen, waar ik net te laat was, want de meeste bloemen waren al verwelkt op die ene tak na. Wat grappig genoeg mijn hele verhaal rond maakt, want de eerste foto die ik schoot was van een tuinstoel in dezelfde kleur, te midden van een klein peloton jonge bomen in mintgroene plastic omhulsels. Een absurd plaatje, maar daardoor erg mooi. Al zeg ik het zelf.


10 oktober 2025

Van Gouda Goverwelle naar Achterveld

‘s Morgens heb ik vanuit Utrecht de trein naar Gouda Goverwelle genomen. Niet ver van het station zag ik dat blaadje hangen. Aan een draadje dat op de foto onzichtbaar is. Waar hoopte ik al een beetje op, want dat maakt het fijn magisch.
Daarna ben ik al zigzaggend door de Krimpenerwaard naar IJsselstein gelopen. Ik houd van dit landschap, eindeloze kades tussen brede sloten langs al even eindeloze weilanden. Je kunt niet anders dan om de haverklap stilstaan en dan verslagen naar de horizon kijken en aan niets denken. 
En toch vind ik dan zo zo’n oranje graafmachine ook geweldig. Vraag me niet waarom. Ik denk dat het contrast me aantrekt. Dat heeft iets brutaals.

De weg door Benschop was me op een gegeven moment echt te druk, dus toen ben ik alsnog een boerenpad ingeslagen voor een rustige omweg. Rustiger dan de vorige keer dat ik dit pad nam, want toen bleef een nieuwsgierige koe me opdringerig volgen (ik ben geen held, de koe was eng).

p.s. Het vogeltje is een tapuit.