Ik ben sinds een paar jaar wandelaar. Schrijver was ik al. Maar het duurde een tijdje voordat ik ook ging schrijven over de wandelingen die ik maak. Dat doe ik vooral om mijn hoofd leeg te maken. Ik denk onderweg aan van alles en dat zet ik dan op papier als ik thuis ben.
Ik fotografeer onderweg ook. Vaak vogels, maar ik ben een vogelaar zonder ambitie. Een zeldzaam beestje op de foto zetten is leuk, maar een mus is me even dierbaar. Behalve vogels fotografeer ik alles wat me voor de voeten komt en om een of andere reden opvalt.
Op dit gedeelte van mijn website kun je de verslagen van mijn wandelingen lezen, en de foto’s bekijken. Als je ook de kaarten erbij wilt hebben, kun je onderaan een verslag op een link klikken. dan kom je op de site van Komoot waar ik al mijn wandelingen heb staan.
Van Veenendaal-West naar Maarn (via de Leersumsche plassen)













De voortekenen waren niet goed, want ik wilde vanaf Maarn naar Leusden lopen en dan weer terug, maar de machinist van de trein naar Rhenen vergat om te stoppen in Maarn. Ja, dat kan ook.
OMG! Change of plans!
Geen paniek, zei ik tegen mezelf (en een meneer die nu te laat op zijn werk kwam). Ik stapte in Veenendaal West uit om vervolgens terug te lopen naar Maarn (die meneer ging met de trein terug). Die wandeling vanuit Maarn, ga ik wel een andere keer doen.
Andere slechte voortekenen: geen van de weer-apps die ik raadpleegde, voorspelde het weer dat zich ook in het echt voltrok. Alleen ‘regenmelding’ (een soort buienradar) liet goed zien dat er regen aankwam, maar ja, dan was het doorgaans al te laat om die te ontwijken.
Ik werd dus een paar keer nat, maar hield vol en besloot rond 12:30 uur dat ik mijn fototoestel met een gerust hart weer kon uitpakken. Dat bleek een goed besluit, aangezien alle vogeltjes kennelijk ook voorzagen dat het droog zou blijven en dat ze dus weer naar buiten konden (ja, ik weet ook wel dat vogeltjes altijd buiten zijn, behalve de boffers in nestkasten, maar u snapt wel wat ik bedoel).
Eerst een vink, niks buitengewoons, maar wie het gewone niet eert, is het bijzondere niet weerd, vind ik. Wat ze zelf ook vinden, want niet lang daarna trof ik een boomleeuwerik die ironisch genoeg een paar meter voor mij op de grond was gaan zitten. Dus niet in een boom.
Mijn dochter, die ik de foto liet zien, vermoedde dat ik de vogel gestoord heb bij een zandbad. Dat verklaart misschien de argwanende blik in zijn ogen en dat-ie verstijfd bleef zitten. Pas toen ik bewoog (om te gaan zien of er misschien iets met hem aan de hand was), vloog-ie weg (alles oké dus). Ook gewoon, maar altijd fotogeniek en nu ook nieuwsgierig: de boompieper.
De bergeend lag ver weg op een landtong in de Leersumsche plassen. Ik neem daarom terug wat ik eerder zei over die plassen (dat er nooit iets te zien is), want niet veel later zag ik er een gekraagde roodstaart. Had ik al vaak gehoord, maar nog nooit kunnen fotograferen. Nu opeens vol in beeld. Hoera!
En opeens lagen de plassen zelf er ook prachtig bij. Dankzij de regen die de lucht iets plechtigs gaf.
Tot slot nog een bemoedigende mededeling over de blauwe stip op de stam van die fijnspar: die betekent dat de boom een ’toekomstboom’ is.
Nog eens hoera!
p.s. Het ovale groepje bomen (vooral berken) is in natte tijden een eilandje in het Egelmeer (bij Veenendaal).
vanuit Hollandsche Rading: Ridderoordse bossen, landgoed Pijnenburg







Ik was eigenlijk van plan om vanaf station Bilthoven naar het noorden te lopen, om Lage Vuursche heen, en dan weer terug. Maar er reden geen treinen en ik had geen zin om met het warme weer twee keer een half uur in de bus te zitten. Dus ik bouwde de wandeling om, met Hollandsche Rading als begin- en eindpunt.
Dit is een echte boswandeling, met in het midden een paar kilometer heide. Als je verkoeling zoekt, loop de route dan in omgekeerde richting, want dan heb je de donkerste bossen in de tweede helft.
Een groot deel van de tocht gaat door het landgoed Pijnenburg. Bij uitzondering heb ik het kapitale landhuis dat erbij hoort op de foto gezet, omdat dat voor de helft in de steigers stond (en dat vind ik een mooi gezicht, vraag me niet waarom), en omdat het in het ochtendlicht opeens bijna onecht tussen de bomen stond, alsof het een maquette van papier was.
Ook mooi (vind ik dan): de in zwarte folie verpakte balen kuilgras, die lukraak over de gemaaide velden lijken gestrooid. (Andere beschrijving, met iets meer fantasie: alsof een enorme reus slordig dropjes heeft lopen eten.)
Wat zal ik verder nog over deze tocht zeggen… dat de rust me positief verraste, want ik had me, vanwege dat het zaterdag was, geestelijk schrap gezet voor ontmoetingen met allerlei andere mensen, maar die bleven uit. Alleen bij het klimbos was het een drukte van belang, maar het voordeel daarvan was dan weer dat iedereen boven in de bomen zat.
Net als dat roodborstje, dat zo hoog zat dat ik kramp in m’n nek kreeg en het uiteindelijk opgaf om een fatsoenlijke foto te maken. Maar toen ik alles thuis bekeek, bleek er ééntje redelijk gelukt. Toch?
Rondtocht vanuit IJsselstein: jaagpad, kades, natuurgebied Willeskop.


















Laat ik beginnen met dat kalfje. Een stiertje, om precies te zijn, dat met zijn moeder achter het hek stond waar ik tegenaan wilde gaan zitten om koffie te drinken en koek te eten. Dat deed ik pas nadat ik die foto (en nog wat mislukte foto’s) had genomen.
Even later hoorde ik geluiden. Dat bleek de rollator van de boer te zijn, die wilde zien hoe het met het kalf ging. Toen we samen tegen het hek leunden vroeg ik hoe oud-ie was. Het kalf, bedoel ik.
Eén uur!
Dat verklaarde zijn wiebeligheid. En de vieze vlekken op zijn vacht. Hij was nog niet helemaal schoon gelikt. Maar de boer was verbaasd dat het kalfje al stond en aan het drinken was.
Of misschien niet zozeer verbaasd, maar verwonderd. We raakten aan de praat en verwondering bleek iets wat hij in zijn hele leven nooit had verloren. De hele schepping was iedere dag weer een prachtige verassing, zei hij.
Dat was ik met hem eens, hoewel ik zelf het leven met alles erop en eraan niet de schepping noem en ook veel onaangename verrassingen meemaak.
Maar niet op deze wandeling. Dat ik een deel ervan niet kon lopen vanwege het broedseizoen, had ik min of meer ingecalculeerd.
Kwam best goed uit, want dat scheelde drie kilometer door weilanden met hoog gras. Doe ik wel een keer ná 1 juli, in de hoop dat het pad dan weer begaanbaar is.
Over begaanbaar gesproken, sommige stukken van het jaagpad langs de Hollandsche IJssel waren bijna dichtgegroeid. En nat van de dauw. Dat u dat weet.
Nog iets over verwonderd zijn. Die grauwe gans was het ook. Alsof-ie voor het eerst eens goed om zich heen keek. De haas, een eindje verderop, had het allemaal al gezien. Blasé. Een paar van de brandganskuikens dúrfden niet te kijken. En de schapen keken boos. Ik weet nog steeds niet waarom.
Rondje door bos, velden en zandvlakten vanuit station Lunteren















Omdat het erg warm zou worden, had ik een tocht door de bossen bij Lunteren gepland. Dat wil zeggen, ik dacht me te herinneren dat die tocht vooral door bossen ging. Wat niet zo was. Er waren natuurlijk wel bossen daar, maar veel meer open velden dan ik had onthouden en ook een paar erg grote zandvlakten, waar de zon vrij spel had en scheen alsof het niks was.
Niettemin was het een mooie wandeling.
Het was wel jammer dat ik fotografisch niet mijn dag had, waardoor ik bij thuiskomst veel van wat ik geschoten had besloot weg te gooien. Zoals die van een heel brutaal puttertje dat recht voor mij op het wandelpad ongedurig op zoek was naar eetbare dingetjes die telkens ergens anders bleken te liggen. Het beestje was met geen mogelijkheid scherp in beeld te krijgen (voor de gein toch maar in deze collectie opgenomen).
Boompiepers daarentegen poseerden geduldig tot ik genoeg opnamen had. Ik koos voor een mooi strak gekamd exemplaar en één verfomfaaide die waarschijnlijk net wakker was.
De enige grazer (koe) die ik heb gezien, bleef ook mooi stilstaan, en was helemaal niet onvoorspelbaar, zoals de borden waarschuwden. Ik vind onder een boom staan te wachten tot het warme weer ophoudt in ieder geval behoorlijk voorspelbaar. En ook verstandig.
Na 17 km gaat de tocht over een soort landgoed waar overal dingen staan waar je met een paard overheen kunt springen. Dat levert mooie beelden op (alsof een reuzenkind met blokken heeft zitten spelen).
Ik weet trouwens nooit of je daar mag wandelen, en meestal doe ik het gewoon, want ik maak niks kapot, maar nu waren er twee vrouwen en één paard aan het oefenen, dus kon ik het vragen. Ik mocht gewoon doorlopen. Dat deed ik, om niet veel later in een soort rododendronbos te verzeilen, waar ik net te laat was, want de meeste bloemen waren al verwelkt op die ene tak na. Wat grappig genoeg mijn hele verhaal rond maakt, want de eerste foto die ik schoot was van een tuinstoel in dezelfde kleur, te midden van een klein peloton jonge bomen in mintgroene plastic omhulsels. Een absurd plaatje, maar daardoor erg mooi. Al zeg ik het zelf.
Van Gouda Goverwelle naar Achterveld






‘s Morgens heb ik vanuit Utrecht de trein naar Gouda Goverwelle genomen. Niet ver van het station zag ik dat blaadje hangen. Aan een draadje dat op de foto onzichtbaar is. Waar hoopte ik al een beetje op, want dat maakt het fijn magisch.
Daarna ben ik al zigzaggend door de Krimpenerwaard naar IJsselstein gelopen. Ik houd van dit landschap, eindeloze kades tussen brede sloten langs al even eindeloze weilanden. Je kunt niet anders dan om de haverklap stilstaan en dan verslagen naar de horizon kijken en aan niets denken.
En toch vind ik dan zo zo’n oranje graafmachine ook geweldig. Vraag me niet waarom. Ik denk dat het contrast me aantrekt. Dat heeft iets brutaals.
De weg door Benschop was me op een gegeven moment echt te druk, dus toen ben ik alsnog een boerenpad ingeslagen voor een rustige omweg. Rustiger dan de vorige keer dat ik dit pad nam, want toen bleef een nieuwsgierige koe me opdringerig volgen (ik ben geen held, de koe was eng).
p.s. Het vogeltje is een tapuit.
