Ik wandel veel. Op last van mijn therapeute. Dan kom ik ook eens mijn huis en mijn hoofd uit.
Dit soort bordjes (zie hierboven) doen me dan geen goed.
Ik probeer namelijk eerst om niks te lezen en dan (als dat mislukt – altijd) heel hard om niet na te denken over wat er staat. Maar daar komt natuurlijk ook niks van terecht.
Terwijl het zo goed begint: “Opengesteld”. Dat is positief. (Wel jammer van dat ouderwetse plaatje, een wandelend stel getekend door een mode-illustrator (m/v/x) uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Maar goed, een kniesoor die daar op let.)
Daaronder begint het gedonder. Ik bedoel de twee lijsten (2!) met in totaal elf (11!) dingen die ik níét mag doen.
Daardoor ga ik me tegen beter weten in afvragen of het bos wel echt is opengesteld en of ik er wel in mag. (En ik krijg de onbedwingbare neiging om de lijstjes uit mijn hoofd te gaan leren, voor het geval dat. Vraag me niet wélk geval.)
Ik wil bijvoorbeeld heus wel voorkomen dat ik dieren verontrust (regel 11) maar wat weet ik van dieren en wanneer die verontrust zijn? Waarschijnlijk zijn ze dat al als ik gewoon wandel, want alle dieren die ik ooit in een bos ben tegengekomen, best wel veel eigenlijk, sloegen op de vlucht zodra ze mij in het oog kregen. (En dan heb ik het nog niet eens over de hele kleine dieren, zoals insecten, die zijn al panisch nog voor ik ze ontwaar.)
Mag ik dus het bos niet in?
Hoewel het me overdreven lijkt om terug te gaan, wandel ik de rest van de dag wel met de angst dat ik een dier verontrust.
Na een paar van die bordjes ga ik van de weeromstuit ook bedenken hoe die tekst vriendelijker en beter kan. Zie hieronder.
“Welkom! U mag hier wandelen op wegen en paden, zolang het licht is. Uw hond mag mee aan de lijn. Wilt u het bos alstublieft netjes en heel houden? En wilt u ook aardig zijn voor de dieren in het bos?”
Voordat alle juridisch aangelegde mensen beginnen te sputteren, geef ik meteen maar toe dat ik niet alles waterdicht heb getimmerd. Dat is namelijk heel ongezellig.
Dus iemand die met zo’n schattig Italiaans ijswagentje in het bos rondrijdt (en af en toe een bel luidt) om ijsjes te verkopen, gaat vrijuit.
Ik vroeg aan koala, een lief dier dat míj verontrust in plaats van andersom, of dat erg was.
Niet.
‘Daar slaap ik wel doorheen,’ zei ze. ‘En anders mag je voor mij een ijsje kopen. Lekker.’

Plaats een reactie